nieuws

Deel 1/3: Nieuwe wensen, nieuwe woningen – Verkenning naar flexibele woonvormen

Architectuur

De wensen van de markt zijn aan verandering onderhevig en vragen momenteel naar flexibele woonvormen. In het oktobernummer van de Architect verkent Pepijn Bakker in een uitgebreid artikel deze nieuwe vraag naar woningen. Deze week wordt het artikel in drie delen op productie.dearchitect.nl gepubliceerd. Dit is deel één.

Deel 1/3: Nieuwe wensen, nieuwe woningen – Verkenning naar flexibele woonvormen

Maatschappelijke trends als individualisering, het steeds kleiner worden van huishoudens, een groeiende behoefte aan flexibiliteit en de opkomst van ‘gedeeld bezit’ hebben een effect op de woningvraag. Vooral in grote steden bestaat een groeiende behoefte aan kleine, goedkope woningen die gemakkelijk aanpasbaar zijn en waar voorzieningen met elkaar worden gedeeld. Wat is het antwoord van de markt? Een verkenning.

Wie rijdend over de Amsterdamse Ring ter hoogte van afslag Bos en Lommer een blik werpt op het voormalige gakgebouw, ziet niet langer gemeentelijke ambtenaren aan het werk, maar een waar woonparadijs, bedoeld voor starters en studenten. Achter de strakke aluminiumgevel bevinden zich sinds de renovatie in 2013 ruim driehonderd kleine studio’s. Ongeveer de helft daarvan is voor 75.000 euro per stuk verkocht, de andere helft wordt verhuurd.

De studio’s zijn 28 vierkante meter groot, meer heeft de jongste generatie woonconsumenten niet nodig. De belangrijkste verblijfsruimte van het complex bevindt zich op de begane grond, waar behalve een gedeelde eetgelegenheid, bar/lounge en een park voor de deur ook voorzieningen als een wasserette te vinden zijn. Hier wordt voor het grootste deel van de tijd gewoond.

Doelgroep komt weer in zicht
Eerlijk is eerlijk: als het aan de betrokken ontwikkelaars am en Stadgenoot had gelegen, was dit gebouw nooit op deze manier herbestemd. Maar niet lang nadat ze het hadden verworven, werd het in 2004 uitgeroepen tot gemeentelijk monument. Door deze nieuwe status diende het gebouw in zijn hoofdvorm te worden behouden. Daarnaast moest de prominente gevel van aluminium en glas (de eerste in Nederland) minutieus worden geconserveerd. Zo zaten de ontwikkelaars met een duur en lastig te herbestemmen gemeentelijk monument in hun maag.

Pas in 2006, nadat ze waren bekomen van de schrik, durfden am en Stadgenoot het aan om een gedeelte van hun investering af te schrijven en ontstond ruimte voor alternatieve plannen. De ontwikkelaar liet diverse haalbaarheidsonderzoeken doen en oriënteerde zich daarbij op die segmenten in de markt waar tijdens de inmiddels uitgebroken economische crisis überhaupt nog vraag bestond. Daarmee kwamen starters en studenten in zicht, doelgroepen die voorheen vanwege hun kleine portemonnee vaak over het hoofd werden gezien.

Onterecht, naar nu blijkt. In Amsterdam bijvoorbeeld is een duidelijke trend zichtbaar dat studenten na het voltooien van hun studie in de stad blijven wonen. Deze groep van 25- tot 35-jarigen begint net met een eerste baan, woont overwegend alleen en zet op veel vlakken het studentenbestaan voort. Men zoekt elkaar op, brengt veel tijd buitenshuis door en gebruikt de eigen woning vooral om in te slapen. Daardoor zijn de faciliteiten nabij de woning belangrijker dan die in de woning zelf. Liever een wassalon in de buurt dan een eigen wasmachine, liever een restaurant om de hoek dan een duur fornuis.

Actie abonnement de Architect

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels