nieuws

Sport in de stad

Architectuur

In Nederland is sport volgens onderzoekers Daniel Casas Valle en Vincent Kompier te vaak verstopt en onbereikbaar. In het ontwerponderzoek ´Sport in the City´, gefinancierd door het Stimuleringsfonds voor Architectuur, hebben zij gekeken naar ruimte voor sport in de stedelijke omgeving. De vraag was dan ook: Zijn er instrumenten voor een betere inpassing van sport in de stedelijke omgeving?

Sport in de stad

Vanuit de CIAM-gedachte is sport in Nederland gescheiden van andere functies, zoals wonen, werken, verkeer en recreatie. Volgens de onderzoekers is sport is een functie die in toenemende mate moet worden geïntegreerd met andere functies om de aantrekkelijkheid van de stad op peil te houden. Op deze manier wordt de stad verrijkt met spannende en afwijkende plekken, waar mensen samenkomen, actief zijn en zich kunnen ontspannen. Zo ontstaat een aantrekkelijke stad en een gezond leefklimaat.


Een basketbalhoekje in Kreuzberg, Berlijn. Openbaar gebruik  met een sportfunctie van een privé-eigendom.

Voor een betere inpassing van sport in de stedelijke omgeving hebben de onderzoekers een toolbox ontwikkeld. De toolbox heeft ruimtelijke, programmatische en organisatorische aspecten. Hieronder alvast een samenvatting van de acht ruimtelijke aspecten:

1. Sportmaat, typologie:

Doordat internationale sportbonden maten voor bepaalde sportvelden hebben ingesteld zijn deze niet alle sporten overal toe te passen. De sportfunctie moet het gebouw of de beschikbare ruimte volgen.

2. Positie in de stad:

Sportcomplexen trekken veel mensen aan en kan bij een diversiteit van functies uitgroeien tot een stedelijk knooppunt. Om toevallige passanten te trekken is zichtbaarheid en centrale ligging belangrijk.

3.Relatie met de openbare ruimte:

Sportaccommodaties moeten zich naar de stad toe presenteren, daarom zijn voorgeving en positie van de entree van groot belang. Als deze goed ontworpen is kan er een directe wisselwerking plaatsvinden tussen de activiteiten in het sportpark en de openbare ruimte.

4. Zichtbaarheid:

Sportcomplexen worden steeds meer een sociale ontmoetingsplek, hierbij hoort de zien-en-gezien-worden-behoefte. Kijken wordt kletsen.

5. Afstand en nabijheid:

Om de aantrekkelijkheid van de sportcentra te vergroten is afstand belangrijk, niet de absolute afstand, maar de kwalitatieve invulling van de afstand. Bijvoorbeeld door multifunctioneel gebruik.

6. Toegankelijkheid en bereikbaarheid:

Om sport te stimuleren moet sport goed bereikbaar en laagdrempelig zijn. Belangrijk hierbij is ook het bieden van voldoende parkeerplaatsen en fietsenstallingen en het creëren van een aantrekkelijke inrichting.

7. Openbaarheid en afsluitbaarheid:

De meeste sportparken moeten in de ongebruikte uren worden afgesloten. Dit betekent een beperking van de openbaarheid en de doorkruisbaarheid, maar de zichtbaarheid hoeft hier niet onder te leiden.

8. Flexibiliteit:

Alle aan sportgerelateerde ruimtes zoals de kantines kunnen ook door andere doelgroepen gebruikt worden. Meervoudig gebruik zorgt voor meer interactie.

Ondanks dat de toolbox je al een handvat reikt is er natuurlijk geen vast recept voor sport in de stad. De gemeenschappelijke doelen en belangen die aan sport verbonden zijn vanuit verschillende disciplines moeten aan elkaar worden gekoppeld, alleen zo kan maximaal resultaat worden behaald. Sport moet dan ook langzaam zijn positie in de stad en een centrale plek in de samenleving veroveren.

Naar aanleiding van dit onderzoek wordt 20 juni een minisymposium georganiseerd, aanmelden kan via het Stimuleringsfonds voor Architectuur.

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels