nieuws

Open brief over Utrechts stationsgebied

Architectuur

In Utrecht wordt tussen nu en 2015 de laatste authentieke bebouwing in het stationsgebied, en dan met name de Van Sijpesteijnkade, gesloopt. Terwijl, althans onder de bevolking, niemand dat wil. Eén monumentaal pand blijft bewaard. Hergebruik van de hele rij past precies bij de doelstellingen van de Rijksbouwmeester. Drs. Martine Bakker van het Utrechts architectuurtijdschrift Post Planjer schreef hem een open brief.

Open brief over Utrechts stationsgebied

“Geachte Rijksbouwmeester, Beste Frits van Dongen,

Zoals u weet sleutelt Utrecht momenteel aan Hoog Catharijne en het stationsgebied. In feite is Plan Hoog Catharijne vanaf het eerste moment in 1962 voortdurend bijgesteld. Heel even lag hier de goed bereikbare, overdekte mini-stad met lunchrooms, een bioscoop, theater, tandarts, sporthal, muziekcentrum, die men voor ogen had, maar al voordat het complex helemaal voltooid was, kwam de klad erin. Spiltrappen werden afgebroken en handige passages bovenlangs gesloten, zodat het winkelen de boventoon gingen voeren. Het theater sloot en de openbare zitplekken verdwenen, net als de fontein. En dat terwijl de stad met de komst van het winkelhart al zoveel was kwijtgeraakt. De Catharijnesingel was gedempt en de aansluiting op de Leidse Vaart verdween. De bomen langs die vaart werden gekapt en de huizen gesloopt. Net als het Jugendstilgebouw van verzekeraar De Utrecht. Het stationsplein verdween en op den duur verdwenen zelfs enkele straten onder Hoog Catharijne. Deze behielden hun naam, maar functioneerden feitelijk als distributiezone en werden dichtgezet met hekken toen er teveel junks en zwervers rondhingen.

Op vijfenhalf meter hoogte had Utrecht er een overdekte voetgangersverbinding bij gekregen, op het maaiveld verloor het alle logica en sjeu. Wilde je als voetganger niet dóór het complex lopen, dan moest je er helemaal ómheen. Een ongezellige wandeling langs plinten van grintbeton en bruine kunststofplaten. In 2002 culmineerden de onvrede van de bevolking en de publiek-private sores rond de stationsgebiedplannen uit de jaren negentig in een referendum. Utrecht kon kiezen tussen Visie A: ´Ruim en Groen´, of Visie 1: ´Compact en Stedelijk´. In beide visies zou het water terugkeren in de singel.

Visies Utrechts stationsgebied Links visie 1, Rechts visie 0

Inmiddels, ruim tien jaar later, blijkt er geen geld te zijn om de singel helemaal door te trekken. En ontspannen genieten van een groene singeloever, zoals de artist impressions van Visie A lieten zien, kan alleen in de schaduw van het enorme muziekpaleis en een nieuwe toren, die pal naast de singel komt te staan. Dit wordt de nieuwe entree van Hoog Catharijne. Je zou denken, ‘Als er iets bijkomt, kan er ook wel wat weg’, maar het bestaande Hoog Catharijne blijft grotendeels intact, compleet met grintbeton en bruine kunststof.

Wat níet blijft staan is de oorspronkelijke bebouwing aan de Van Sijpesteijnkade, aan de westkant van het stationsgebied, waar indertijd al veel werd gesloopt voor de bouw van Hoog Catharijne. De kade ligt op een route die druk wordt gebruikt door fietsers en voetgangers die van Lombok, Oog in Al en Leidsche Rijn naar de binnenstad of het station gaan en vice versa. NS heeft hier woningen en kantoren gepland in nieuwbouw. Van het bestaande blokje blijft een monument, verplicht, bewaard. De rest wordt gesloopt. Terwijl het behouden van de hele markante rij aan het water een uiterst aangename plint zou opleveren – sterker nog – nu al vormt. Bovendien bestendigt de kadebebouwing een van de weinige historische patronen die het stationsgebied nog rest.

In september 2012 zijn er in korte tijd genoeg handtekeningen verzameld om het sloopbesluit nogmaals voor te leggen aan de gemeenteraad. In opdracht van de raad deed Posad Spatial Strategies uit Den Haag als reactie daarop onderzoek naar mogelijke varianten binnen het bestaande programma. Posad ziet het behoud van de bestaande bebouwing als een uitgelezen kans. Het is een beetje passen en meten, omdat er een verhoogde trambaan over het Leidsche Veer moet komen en de stoep achter de kade omhoog loopt naar een plein op zo’n acht meter hoogte. Posad stelt onder meer voor om een van de bestaande panden te gebruiken als een poort naar dit plein. Zo vormt de bebouwing aan de kade letterlijk de overgang naar de schaal, stijl en het verhoogde maaiveld van de nieuwbouw.

De gemeenteraad heeft haar uiterste best gedaan om de NS te vermurwen. Pepijn Zwanenberg (GroenLinks) initieerde moties en hield gloedvolle betogen. André van Schie (VVD) stelde kwajongensachtig voor om snel van het hele rijtje een gemeentelijk monument te maken en zo publiekrechtelijk iets af te dwingen. Ook Bert Beerlage (PvdA) en Bram Fokke (D66) waren bevlogen en scherp. De twee moties die zich uitspraken voor behoud kregen raadsbrede steun (alleen het CDA stemde tegen). Uiteindelijk biedt de NS de gemeente het blok te koop aan, maar de kosten, tussen de tien en vijftien miljoen euro, kan geen enkele partij verantwoorden.

Het Projectbureau Stationsgebied heeft met het rapport van Posad in de hand gedaan wat het kon (of misschien alleen wat het wilde). Kenmerkende elementen van de bestaande façades zijn verwerkt in de gevels van de geplande hoogbouw. Het doet denken aan de beelden van De Utrecht, die na de protesten tegen de sloop van dat gebouw zijn geconserveerd in de nissen van het muziekcentrum. Het handhaven van bestaande, markante, historische gebouwen en patronen zou toch veel logischer zijn? Dat schept de mogelijkheid voor een echt eigenzinnige stationsomgeving, die recht doet aan de identiteit van Utrecht. En de mogelijkheid om te laten zien dat het gebied wordt verbouwd voor de mensen en niet voor het kapitaal.

In de Rietveldlezing, die u op 27 januari hield in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek, gaf u aan waar het nieuwe College van Rijksbouwmeesters zich de komende vier jaar op zal richten. U noemde leegstand een van de urgentste actuele opgaven. En u wilde de stromen van intellect en arbeid, die samenkomen op grote knooppunten, beter organiseren. U stipte het belang aan van kleinschaligheid, identiteit, creativiteit en tijdelijkheid. Kortom, van een vitale stad. ‘Negentig procent van Nederland is er al’, zo betoogde u. ‘We moeten het bestaande kwalitatief verbeteren en ons daarbij focussen op diversiteit. Onder meer door nieuwe investeringsvormen en coalities te stimuleren en faciliteren.’

Dat klonk allemaal wat theoretisch, terwijl het uiteindelijk om concrete plekken gaat. Zoals de Van Sijpesteijnkade, in mijn ogen. Hier ligt een uitgelezen kans om uw werkagenda in de praktijk te brengen. Ik kan u verzekeren dat de vitaliteit van de stad absoluut niet gebaat is bij de geplande hoogbouw. U liet vallen dat voor de Knoopkazerne even verderop een nieuwe bestemming wordt gezocht. Kunnen de appartementen die de NS aan de Van Sijpesteijnkade wil daar niet worden gerealiseerd? Dan is er voor twéé plekken al uitstekend hergebruik. Bovendien gaf NS zelf aan dat het lastig zal worden om de Van Sijpesteijnappartementen, zo dicht bij het spoor, voldoende geluiddicht te maken.

Het zoeken naar de menselijke maat lijkt een constante in de Hoog Catharijne- en stationsgebiedplannen. Referendumvisie A ‘Ruim en Groen’, waar de stad de voorkeur aan gaf, ging over niets anders. Helaas is het nog nergens gelukt. Het is te donker, of te kil, of te druk, of te hoog, of gewoon te groot. Ook het woord ‘sfeer’ viel geregeld, maar sfeervol is het vooralsnog niet in Hoog Catharijne en rond het station. De nieuwe stationshal belooft op dit gebied weinig goeds.

De Van Sijpesteijnkade is veruit de leukste plek van het stationsgebied. De kade biedt uitzicht op het populaire Lombok en je ziet er altijd wel iemand langsfietsen die je kent. Concentreer er al die functies waar de randstadnomade om vraagt, zoals goede koffie, wifi, fietsenstalling en een beetje authenticiteit. Pas bij het inrichten de methode van place-making toe, maak daarbij gebruik van de jonge creatieve ondernemers waar Utrecht er zoveel van heeft. Want Utrecht blijft tenslotte ook maar Utrecht, of, wat zeg ik, wil graag Utrecht blijven. Juist in het stationsgebied.”

Martine Bakker
Dorr/Blauwdruk/Post Planjer

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels