nieuws

CRA: “Omgevingswet borgt kwaliteit openbare ruimte niet”

Architectuur

In een ongevraagd advies aan minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) stelt het College van Rijksadviseurs (CRA) dat in de Omgevingswet de zorg voor de kwaliteit van de openbare ruimte onvoldoende is geregeld. Daarnaast vraagt het CRA zich af waarom de overheid middels de wettekst niet aanspreekbaar is op kwalitatieve aspecten van stedenbouw en landschap.

CRA: “Omgevingswet borgt kwaliteit openbare ruimte niet”

Volgens het CRA mist de Omgevingswet borging van de kwaliteit van ruimtelijke interventies. Zij vraagt dan ook dringend aandacht voor een onafhankelijke oordeelsvorming als basis voor historische, actuele en toekomstige omgevingswaarden. Het CRA adviseert om de te realiseren omgevingskwaliteit onder te brengen bij de overheidszorg voor de fysieke leefomgeving, zodat deze de facto onderdeel wordt van de zorgplicht voor de fysieke leefomgeving.

Wel waardeert het college de (grotere) flexibiliteit die in gebiedsontwikkelingen kan worden ingebracht zoals het verruimen van de mogelijkheden voor tijdelijk gebruik, de introductie van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het instrument van de ‘programmatische aanpak’, waarmee de omgevingswaarden (volgens EU-richtlijnen) kunnen worden losgekoppeld van individuele besluiten. Dit maakt de regelgeving gemakkelijker voor particulieren en kleinschalige investeringen.

Aanspreekpunt

Door de Omgevingswet zijn overheden op elk bestuursniveau aanspreekbaar, maar mist ontbreekt aanspreekbaarheid op stedebouwkundige en landschappelijke kwaliteit waaronder die van de openbare ruimte (pleinen, wegen, bossen en dijken). De overheid is in de wettekst slechts aanspreekbaar op aspecten als planologische kwaliteit (welke functie op welke plek), de leefbaarheid, het uiterlijk van nieuwe bouwwerken en de zorg voor het culturele erfgoed.

Stedebouw en landschap worden in de wettekst benaderd in termen van bescherming en niet van ontwikkeling. Dat kan in de praktijk ten koste gaan van de toekomstwaarde. Volgens het CRA is dit een integraal onderdeel van de zorgplicht voor de fysieke leefomgeving en voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen die in de wet wordt geïntroduceerd. “Waardevast ontwikkelen vraagt om meer dan de juiste functie op de juiste plek en een passend uiterlijk van bouwwerken. Ruimtelijke kwaliteit is geen luxe, maar de essentie van ruimtelijke plannen. Het streven naar deze kwaliteit behoort daarom ook (en juist) in tijden van schaarste vanzelfsprekend te zijn.”

Ontwerpkwaliteit vraagt om creativiteit, stelt het College. Niet voor niets worden overal in het land kwaliteitsteams opgericht, zijn er stadsarchitecten en provinciale adviseurs ruimtelijke kwaliteit actief en worden monumenten- en welstandscommissies verbreed tot commissies ruimtelijke kwaliteit.

Leefomgeving kind van de rekening

In Binnenlands Bestuur zegt Rijksadviseur Landschap en Water, Eric Luiten, dat de concept-Omgevingswet niet compleet is. “De wet is erg gericht op de integratieslag van milieu- en monumentenregels. Dat heeft geleid tot een wet die inzet op “als je het kunt meten is het waar en kunnen we er rekening mee houden, maar minder objectiveerbare waarden zijn ingewikkeld, daar doen we geen uitspraken over. Daardoor is de grotere schaal van de leefomgeving kind van de rekening geworden.”

Astrid de Wilde bekeek de brief van Atelier Rijksbouwmeester, College van Rijksadviseurs

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels