nieuws

Van Egeraat: “gentlemen-architecten redden Nederland”

Architectuur

Erick van Egeraat heeft zich met een open brief in Trouw van 22 april gemengd in de discussie over de renovatie van het Rijksmuseum. Volgens hem is de verbouwing door Cruz y Ortiz en Jean Michel Wilmotte van een kwaliteit die nooit door een Nederlandse architect zou kunnen zijn gerealiseerd. “Nette heren in een pak. Geen zwaarmoedig betoog of geschreeuw. Opgevoed en opgeleid in een onmiskenbaar andere omgeving dan de Nederlandse polder hebben zij van zorgvuldigheid en beheersing hun vak gemaakt.”

Van Egeraat: “gentlemen-architecten redden Nederland”

Onderstaand de door Trouw gepubliceerde brief van Erick van Egeraat

De recente verbouwing van het Rijksmuseum door het Spaanse architectenduo Antonio Cruz en Antonio Ortiz en de Franse architect Jean Michel Wilmotte mag dan meer dan tien jaar hebben geduurd en meer dan 350 miljoen euro hebben gekost, het maakt het Rijksmuseum in één klap weer een museum van wereldformaat. Niet ten prooi gevallen aan de zo typisch Nederlandse moderniseringsdrift en consensusbereidheid en zo goed verbouwd dat het nooit door een vaderlandse architect zou kunnen zijn gerealiseerd. Toch hebben ook de Spaanse architecten te maken gehad met de Nederlandse obsessie om overal consensus over te willen bereiken. Het – nog steeds voortdurende – debat over de fietstunnel is daar misschien wel het beste voorbeeld van. Cruz & Ortiz moesten hun plannen drie keer vergaand aanpassen en de geplande hoofdentree in de veel bediscussieerde onderdoorgang vervangen door entrees naast en onder deze onderdoorgang. Zij vonden de oplossing door een indrukwekkende 2.250 vierkante meter grote ontvangstruimte onder het bestaande gebouw uit te graven. De twee nieuwe binnenhoven geven met hun 15 cm dik massieve Portugese kalkstenen wanden, trappen en vloeren, het glazen dak en de oorspronkelijke rode bakstenen van Cuypers het Rijksmuseum ineens weer het aanzien dat het verdient. Elke voeg, elk detail is voorbeeldig. Dit is het resultaat van kwaliteit en doorzettingsvermogen; geen vrucht van het Nederlandse poldermodel.

Er is al veel geschreven over de geheel vernieuwde presentatie van de vele kunstwerken, die uiterst beheerst en nergens saai of museumarmoedig is. Cruz, Ortiz en Wilmotte weten dat het vooral van het materialiseren van hun ontwerpen moet komen. Strakke eikenhouten tapis-parketvloeren in de zalen met auberginekleurige wanden vormen een genereus decor voor de indrukwekkende kunst. Waar het bleke wit van menig museum de kleuren uit de Hollandse Meesters zouden trekken, versterkt de door Wilmotte geraffineerd gekozen bruin-paarse wandafwerking elk detail van de wereldvermaarde schilderkunst. Dat de Nederlandse architect Moshé Zwarts dit ontwerp afdoet met een “Rembrandt en Frans Hals zouden zich omdraaien in hun graf als ze zouden zien waar ze al die jaren hebben gehangen” en een “(veel te) katholiek”, zegt meer over het zijn eigen werk dan over dit schitterende museum. Rembrandt zou in zijn ogen wrijven, als hij zou weten dat hij vier eeuwen later zo zou worden tentoongesteld.

Antonio Cruz, Antonio Ortiz en Jean Michel Wilmotte hebben nog een ding gemeen: het zijn uitgesproken “gentlemen architects”. Nette heren in een pak. Geen zwaarmoedig betoog of geschreeuw. Opgevoed en opgeleid in een onmiskenbaar andere omgeving dan de Nederlandse polder, hebben zij van zorgvuldigheid en beheersing hun vak gemaakt. Zij hebben het merk “Amsterdam, Nederland” een enorme boost gegeven; het geïnvesteerde geld is allang terug verdiend. En dat is wellicht het meest verbazingwekkende.

In de huidige economische crisis, waarin menigeen in Europa de Spaanse overheid als verkwistend heeft verketterd, is dat land zelfs nu nog een voedingsbodem voor raffinement en finesse. Een finesse die meer duurzaamheid en blijvende waarde brengt dan menig krampachtig, door zuinigheid gedreven product van Nederlandse bodem. Misschien is dit wel de grootste verdienste van het duo Cruz & Ortiz en Wilmotte voor Nederland. Het besef dat duurzaamheid van onze cultuur en ons bestaan niet alleen voortkomt uit degelijkheid en zuinigheid, maar vooral uit zorgvuldigheid en generositeit. Een generositeit, passend bij een land dat tot een van de welvarendste ter wereld moet worden gerekend. Dat we dat in 2013 nog van een paar Spanjaarden en een Fransman moeten leren, daar zou Rembrandt zich over hebben verbaasd en verwonderd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels