nieuws

ARC13 – Een pleidooi voor levensvatbaarheid

Architectuur

Blij verrast, vergezeld door collega’s en ietwat onwennig namen de winnaars van ARC13 dinsdag hun prijs in ontvangst. Maar voordat zij dat konden doen, was het podium in de Kuip het terrein voor Rotterdamse plannen en de winnaar van de oeuvreprijs: Thomas Rau. Wie een kabbelend dankwoord had verwacht of een praatje over succesvolle projecten, kwam bedrogen uit. Rau was in vorm en trakteerde de aanwezigen op een flamboyant betoog voor levensvatbaarheid.

ARC13 – Een pleidooi voor levensvatbaarheid

Tekst: Katja van Roosmalen

 Thomas Rau werd ingeleid door juryvoorzitter Willem Jan Schenk. “Als jury stelden we ons de vraag: wie heeft een grote bijdrage geleverd aan de architectuur? Maar niet alleen dat vonden we van belang. De winnaar van de oeuvreprijs moet ook inspelen op actuele thema’s, verder kijken dan de dag van vandaag en maatschappelijke impact hebben. Wij hopen dat hij daardoor een inspiratie is voor de vakgroep.”

 

En een inspiratie is Rau zeker. Onconventioneel, geheel op zijn gemak nam Rau niet alleen de prijs in ontvangst, maar toonde hij zich ook een strijder. Geen plichtmatig praatje over duurzaamheid of recente projecten, maar een keihard pleidooi voor transitie, waarbij heilige huisjes niet gespaard bleven. “Ik ben klaar … met dit systeem”, waren zijn eerste woorden. “Nog nooit stond ik in het NAi-boek, geen van de 120 projecten. En de BNA vond ik altijd een golfclub zonder ballen, maar ik ben blij dat ondernemerschap nu wel wordt gewaardeerd.”

De kluts

Duidelijke taal, maar Rau had ook een boodschap. Want volgens hem kunnen we niet doorgaan op de ingeslagen weg. “In Nederland zijn we massaal de kluts kwijt. We moeten opnieuw definiëren waar we naartoe willen. We moeten de comfortzone verlaten en de gebouwde omgeving anders organiseren. Onze aarde is een gesloten systeem, een glazen bol die geen eindeloze groei toestaat. Waarom zijn we dan zo verbaasd als we steeds weer met onze neus tegen het glas belanden?

Vergeet dus het woord ‘duurzaamheid’. We moeten toe naar levensvatbaarheid. Deze planeet waar we te gast zijn, dit kwetsbare systeem, moeten we levensvatbaar houden.” Levensvatbaarheid vereist echter een nieuwe visie. “We hebben geen energieprobleem, maar kennen grondstoffenschaarste. Dat is ons probleem. Afval wordt verbrand. ‘Thermisch recyclen’ noemt de regering dat. Maar in feite is afval grondstof zonder identiteit.”

Volgens Rau staan we aan de vooravond van een radicale revolutie: de eeuw van de immateriële luxe. “Op dat pad naar geluk koop je geen materie, maar prestatie. Door afstand te nemen van de roofmaatschappij en te gaan naar een oogstmaatschappij, door eigenDOM te verruilen voor eigenSLIM, door geen lamp te kopen maar licht en door de keten andersom in te delen, is grondstofschaarste geen issue meer. En maak je niet het onmogelijke mogelijk, maar wordt het mogelijke realiteit.”

Rotterdam Zuid

Of opdrachtgevers, projectontwikkelaars en gebruikers al aan de boodschap van Rau toe zijn, is echter de vraag. In Rotterdam Zuid spelen voorlopig heel andere kwesties. De weg naar het geluk, wordt daar nog gedwarsboomd door schooluitval, hoge werkeloosheid en lage inkomens. “De opgave waar we voor staan, is om de komende twintig jaar de cijfers op het niveau van het landelijk gemiddelde te krijgen. Om dit te bereiken moeten 35.000 woningen verbeterd worden en 10.000 huizen staan op de nominatie om gesloopt te worden”, vertelt Marco Pastors, directeur Nationaal Programma Rotterdam Zuid.

Kansen

 Stijnie Lohof, senior stedenbouwkundige gemeente Rotterdam spreekt echter liever over kansen. “Deze zeven wijken hebben veel te bieden: ruimte voor inbreiding, veel energie, een jonge bevolking en dicht bij het centrum. De kansen moeten we verzilveren, waarbij we willen werken vanuit de bestaande kwaliteiten, de karakteristieken, van Zuid. Daarnaast is er ruimte voor kwaliteit en bijzondere initiatieven en nodige we partijen uit om hierin mee te denken.”

Naïef

 Hans van der Heijden, architect en medeoprichter biq stadsontwerp, dacht mee. Sinds 1997 is hij betrokken bij verschillende renovatie- en nieuwbouwprojecten in Rotterdam. “Ooit was de gedachte: de stadsverbetering zal zich als een olievlek vanaf De Rotterdam verspreiden. Als dat het geval is, duurt het volgens mij 200 jaar voordat de vlek Hoogvliet bereikt. We kunnen dus niet achterover leunen en ik denk dat er ook een taak is weggelegd voor architecten. Architecten kunnen meedenken over de doelen en middelen en deze uit elkaar houden, waarbij zij zorgen voor inzichtelijkheid. De opgaven met name in Rotterdam Zuid zijn groot.”

Winnaars ARC13

Helemaal zonder kritische noot werden de prijzen niet overhandigd. Volgens Jan Brouwer was er maar één stoel die aan alle criteria voldeed. Hij riep inzenders op om volgend jaar de spelregels beter te lezen. Dat deed echter niets af aan Well Proven Chair van Van Aubel en Shaw. De stoel is vervaardigd uit houtsnippers vermengd met bio-resin. “Twee jaar hebben we aan het ontwerp gewerkt. Het is nogal verwarrend om de prijs te winnen”, lieten zij ietwat verlegen weten. “Maar we willen nu de volgende stap zetten en dat is op zoek gaan naar een producent.”

Geloven in ambacht

Bij Happel Cornelisse Verhoeven overheerste vooral gezamenlijke blijdschap na het winnen van ARC 13 voor het interieur van het Noord-Hollands Archief. “In deze tijd is het belangrijk te weten dat je het goed doet. De prijs is voor ons een erkenning. Wat ons uniek maakt is dat we geloven in het ambacht van de architect.” Een uitgangspunt dat wordt gewaardeerd want inmiddels is ook bekend dat het bureau geselecteerd is voor de restauratie en uitbreiding van museum De Lakenhal in Leiden.

Eerste prijs voor Paul de Ruiter

 

Tot slot viel Don Murphy de eer te beurt om de winnaar van de architectuurprijs bekend te maken. “We kennen de prijs toe aan iets speciaals”, zei hij. “Duurzaamheid is een thema, maar we wilden vooral ook sterke architectuur.”In de zaal werd toen al duidelijk dat Paul de Ruiter de winnaar was, maar de architect zelf bleek blij verrast. “Ik ben vooral blij dat Villa Kogelhof een architectuurprijs heeft gewonnen, ik heb nog nooit een prijs gewonnen. Dit bewijst voor mij dat duurzaamheid de geitenwollensokkencultuur is ontgroeid.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels