nieuws

Conclusies Jaarprogramma’s Architectuurcentra

Architectuur

De regeling Jaarprogramma’s Architectuurcentra is per 1 januari 2013 beëindigd. Tom Frantzen blikt, namens de commissie, in een brief terug op een aantal tendensen die zijn geconstateerd bij het beoordelen van de subsidieaanvragen. Teven stipt hij een aantal zaken aan, die van belang kunnen zijn bij het opzetten van de vervangende regeling, de deelregeling Activiteitenprogramma’s.

Conclusies Jaarprogramma’s Architectuurcentra

 

Lees hieronder een samenvatting van de brief van Frantzen:

Volgens de commissie zijn lokale architectuurcentra belangrijk voor het debat over de stad en het landschap op lokaal en regionaal niveau. Dit blijkt uit de vele activiteiten die door de centra de afgelopen jaren zijn ontplooid en een direct publiek hebben aangesproken. En het vindt zijn weerslag in de grote mate van cofinanciering die de centra hebben weten aan te trekken.

Actualiteit

Een groot aantal jaarprogramma’s is de afgelopen twee jaar goed beoordeeld op samenhang en de aansluiting op actuele en lokaal relevante zaken. Opvallend hierin is dat de architectuurcentra in de grote steden een sterkere antenne hebben voor actuele thema’s dan de andere, regionale centra.

Een speciale positie hierin is weggelegd voor STROOM uit Den Haag dat volgens Frantzen toonaangevend is in het ontwikkelen van innovatieve programma’s. Hij betreurt het dan ook dat de gemeentelijke subsidie voor dit Haagse centrum is weggevallen. De subsidie van de commissie moet bijdragen aan de continuïteit van het centrum.

Activiteiten ondanks minder financiën

De commissie heeft twijfels bij sommige aanvragen, waarbij ‘op grote voet’ is begroot wat leidde tot een hoge aangevraagde bijdrage. Binnen de commissie leeft echter het gevoel dat de centra ondanks de verminderde bijdrage uit het fonds toch hun programma’s weten uit te voeren. Frantzen stelt dan ook dat de doelstelling om de voedingsbodem voor architectuur en stedebouw in Nederland zo breed en verspreid mogelijk te verbeteren, ook met de huidige financiële middelen wordt bereikt.

Hij concludeert echter dat de grens in zicht is. De financiële bijdrage zijn zo ver versoberd dat de kleine centra in hun bestaansrecht worden geraakt, waardoor de landelijke spreiding van architectuur en stedebouw gerelateerde activiteiten zal verminderen.

Invloed IABR

In de aanvragen voor 2013 zag de commissie een duidelijk invloed van de Architectuur Biennale Rotterdam 2012. De aandacht voor bottom-up, Do it Yourself en collectieve strategieën toont naar mening van de commissie het belang aan van de bijdrage van het fonds aan de IABR. Ook het jaarlijkse thema van de Dag van de Architectuur is een inspiratiebron voor veel programma’s.

Samenwerking

De door de centra overkoepelend bedachte thema’s en de onderlinge samenwerkingsverbanden vraagt het fonds zich af of zij actief kunnen  optreden om gelijksoortige activiteiten bij de verschillende centra aan elkaar te koppelen. Hierdoor zal de haalbaarheid en de invloed en reikwijdte ervan worden vergroot. Het fonds heeft volgens Frantzen als enige partij het overzicht  over alle lokale activiteiten.

Frantzen besluit zijn brief met “In een situatie waarin met minder geld dezelfde ambities moeten worden waargemaakt lijkt het, geheel tegen de tijdgeest in, misschien wel zinvol om als fonds iets meer een topdown-benadering te kiezen en als matchmaker of koppelbaas tussen de verschillende centra op te gaan treden.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels