blog

Blog – Volgende week opent de Biënnale van Venetië maar Nederland is er niet bij

Architectuur

Door Harm Tilman – Komende zaterdag opent in Venetië de zestiende Internationale Architectuur Biënnale van Venetië. Nederlandse architectuur is niet vertegenwoordigd op deze biënnale, voor de eerste maal in de geschiedenis. Wat is er aan de hand?

De Architectuurbiënnale van Venetië die komende zaterdag wordt geopend, heeft als thema ‘Freespace’ en is samengesteld door de Ierse architecten Yvonne Farrell en Shelley McNamara. Door de nadruk te leggen op de thematiek van ruimte, de kwaliteit ervan en op de open en vrije ruimte, hoopt de Biënnale het ‘ verlangen naar architectuur’ te stimuleren, zoals Paolo Baratta, president van de Biënnale, het zo mooi verwoordt

Yvonne Farrell, Shelley McNamara en Paolo Baretta

Kracht en schoonheid architectuur

Wat krijgen de bezoekers te zien? Yvonne Farrell en Shelley McNamara willen vooral voorbeelden, voorstellen, elementen – gebouwd of onbebouwd –laten zien die de essentiële kwaliteiten van architectuur onderstrepen. Tot deze kwaliteiten rekenen ze de modulatie, de rijkdom en de materialiteit van de architectuur, als mede de orkestratie en enscenering van bewegingen. Doel is de kracht en schoonheid van architectuur te belichten.

Geen Nederlandse inzendingen

Wat we in Venetië precies te zien krijgen, is een goed bewaard geheim dat pas bij de opening zal worden onthuld. Wel kennen we inmiddels de namen van de architecten die zijn toegelaten tot de hoofdtentoonstelling.  Uit dit overzicht blijkt dat Nederlandse architecten niet zijn vertegenwoordigd in de hoofdtentoonstelling, bij mijn weten voor het eerst sinds jaren.

Uitdagingen van migratie

Wie wel is doorgedrongen, is Crimson Architectural Historians die onder de noemer “A City of Comings and Goings/Una Città di Vai Via” de eerste resultaten presenteert van een al langer lopend onderzoek naar de uitdagingen die migratie aan de West Europese stad stelt. Half Nederlands is het in Moembai (India) gevestigde architectenbureau Case Design. En aan het door BIG, het bureau van wereldster Bjarke Ingels, gepresenteerde project Big U is meegewerkt door het Nederlandse bureau One Architecture, maar dit wordt uit het overzicht op de site van de Biënnale niet duidelijk.

Collage van Case Design uit Moembai

Schamele oogst

De Nederlandse inbreng in Venetië is dus schamel te noemen, gek genoeg is dat ook het geval in het Nederlandse paviljoen dit jaar. Ofschoon je anders zou verwachten, is het overgrote deel van de inhoudelijke bijdragen afkomstig van Amerikanen of van buitenlandse onderzoekers die tijdelijk in Nederland zijn. Ook de selectiecommissie die voor het Stimuleringsfonds Creative Industrie de open oproep voor het parallelprogramma beoordeelde en die bestond uit Willem Schinkel, Lara Schrijver en Asli Cicek, vond geen enkele Nederlandse inzending goed genoeg. In een interne beoordeling werd wel een aanvraag goedgekeurd voor een bijeenkomst in Venetië van de Nederlandse Jaarboek redactie waarin Lara Schrijver zitting heeft.

Opening van het Nederlandse paviljoen in 2014

Internationaal podium

Duidelijk is dat de tijden voorbij zijn dat alleen al de Nederlandse nationaliteit genoeg was om in Venetië te staan. Desondanks is de Nederlands afwezigheid bizar te noemen gelet de internationale successen van Nederlandse architecten in het buitenland. Denk alleen al aan het geweldige, recente werk van OMA, MVRDV, UNStudio en Mecanoo. Maar ook de groep die vorig jaar ontstond rond Hans Kollhoff -met zulke getalenteerde architecten als Jan Peter Wingender, Job Floris en Floris Cornelisse – zou een groter internationaal podium verdienen.

Jonge generatie

Voor de jongere generatie architecten ligt dat anders. Afgezien van Job Floris die onlangs een schitterende bijdrage leverde aan de Biënnale van Chicago is deze generatie vooralsnog weinig betrokken in internationale discussies. Ook jonge Nederlandse stedebouwkundigen laten zich weinig zien op dergelijke podia. Maar verdienen ze niet juist om deze reden aanmoedigingen en stimulansen?

Entree Biënnale gebouw in de Giardini van Venetië

Naar binnen gekeerd

Het probleem ligt dan ook vrees ik dichter bij huis. Wil immers een vruchtbare en herkenbare architectuurcultuur in een land ontstaan, die inspirerend kan zijn voor de wereld daarbuiten, dan moeten er wel plekken zijn waar deze zich kan uiten. Die zijn helaas nauwelijks meer te vinden in Nederland. De instituties die nog wel bestaan, het HNI voorop, zijn volledig naar binnen gekeerd en lijken competitie met elkaar belangrijker te vinden dan communicatie en onderlinge samenwerking. Als dit niet verandert, kunnen we ons over twee jaar met goed fatsoen niet meer vertonen in Venetië.


Lees ook

Reageer op dit artikel