blog

Blog – Kinderen van de revolutie

Architectuur

Door Harm Tilman – Afgelopen week werd in Amsterdam het nieuwe Jaarboek Architectuur in Nederland 2017/2018 gepresenteerd, een catalogus met de beste projecten van het afgelopen jaar. Het gaat goed met de architectuur, bijna te goed. De discussie over deze boeiende stelling kwam echter maar niet op gang.

Blog – Kinderen van de revolutie

Afgelopen week werd in Pakhuis de Zwijger het nieuwe Jaarboek Architectuur in Nederland 2017/2018 gepresenteerd. Anders dan de traditie wil ditmaal dus niet in het gebouw dat de cover van het Jaarboek siert. Omdat ik niet tijdig in Amsterdam kon zijn, koos ik ervoor de lifestream te volgen. Een niet zo verstandig besluit aangezien deze verschillende malen hinderlijk haperde.

Tenenkrommende quiz

Van het vooraf aangekondigde debat was geen sprake. De moderator leek de gehele avond op zoek naar bekenden in het publiek en er verder met haar gedachten niet bij te zijn. Ook werd een tenenkrommende quiz gehouden met vragen als: wie van deze vier personen heeft de redactie geen essay laten schrijven.

Zelf investeren in woningen

Naast Kirsten Hannema die de intenties van de redactie toelichtte, spraken Jacqueline Tellinga, Sander Heijne en Julius Vermeulen. Tellinga pleitte ervoor om mensen direct zelf te laten investeren in hun woning, beide laatstgenoemde konden als succesvolle, welgestelde voorbeelden van een dergelijke strategie gelden.

‘A new dawn’

Kirsten Hannema adresseerde de architectuur en sprak van ‘a new dawn’. Volgens haar staat zij op de drempel van een nieuwe tijd. Dat is interessant, al hoorden we dat na de vorige grote crisis ook. Er is echter wel een belangrijk verschil. Terwijl de vorige generatie werd geconfronteerd met een verdwijnende wereld, lijkt de huidige geen echte problemen te kennen. Het leven is goed. Toch knaagt er iets, een zekere scepsis over de richting waarin de architectuur zich beweegt.

Terugtredende overheid

Opvallend was dat daarbij weinig over architectuur zelf werd gesproken. De avond ging over de terugtredende overheid, de privatisering van de bouw, het alomtegenwoordige neoliberalisme, het gebrek aan seriematige woningbouw van goede kwaliteit, enz. Ook was de roep hoorbaar om afstand te nemen van de economische logica, het buitengebied op te zoeken en woningbouw niet aan de markt over te laten.

Goed en slecht

Het deed me onwillekeurig terugdenken aan een avond op Bouwkunde, halverwege de jaren zeventig, waarvoor alle betrokkenen bij het centrumproject Hoog Catherijne in Utrecht door linkse studenten waren uitgenodigd. Het was de tijd waarin de wereld was opgedeeld in goede en slechte mensen. Duidelijk was die avond dat ontwikkelaars tot de laatste soort behoorden, terwijl de politiek het goede voor haar rekening nam en het tot haar opgave rekende om dit goede op de boze buitenwereld te veroveren.

Idealen najagen

De kritiek op ontwikkelaars weerklinkt ook in het Jaarboek. De redacteuren van het Jaarboek betonen zich kinderen van de revolutie. Ze wil “niet alleen kijken naar rendabele oplossingen, maar juist ook naar idealen”. Deze wil om idealen na te jagen en te activeren in dat wat zich hier en nu voordoet, is vermoedelijk van alle tijden.

Rijnstraat 8 door OMA

Dat is sympathiek, maar het is moeilijk vol te houden dat rendabiliteit goede architectuur uit zou sluiten. Een voorbeeld: in zijn essay bespreekt Robert Jan de Kort het fenomeen van upcycling aan de hand van het werk van onder andere Superuse Studios en OMA. Rijnstraat 8 van het laatste bureau presenteert hij als een krachtig voorbeeld hiervan, zonder te vermelden dat het Rijksvastgoedbedrijf dezelfde economische logica hanteert als ontwikkelaars.

UquinixAM4 van Benthem Crouwel Architecten

Het omgekeerde komt ook voor. Op de cover van het nieuwe Jaarboek staat tegen een lucht waarin zich donkere wolken samenpakken, UquinixAM4 van Benthem Crouwel Architecten. Volgens Kirsten Hannema een project dat het datacentrum verlost uit zijn achtergestelde positie, maar ze rept met geen woord over de discussie die in Amsterdam los is gebarsten over de situering van dit gebouw in het buitengebied.

Top down

In deze top down werkwijze is architectuur op zijn best een illustratie van de nieuwe problemen die zich voordoen. Interessant is in dit opzicht het essay van Lara Schrijver die op basis van een fijnzinnig netwerk van begrippen de mogelijke bijdrage van architectuur aan opgaven en in situaties wel probeert te verhelderen.

Vervagende grenzen en vrijheden

Het lijkt erop dat de redactie vindt, zonder dit hardop uit te willen spreken, dat architectuur in Nederland sterk aan relevantie heeft ingeboet. Daarmee sluit ze aan op een trend die al langer gaande is en bijvoorbeeld ook tot uiting komt in het besluit van enkele jaren gelden het NAi op te heffen ten gunste van een instituut waar de grenzen tussen en vrijheden van disciplines vervagen. Alternatieve media zouden beter dan architectuur zijn toegerust om culturele veranderingen te adresseren.

Grote verscheidenheid

Daarmee doet ze de architectuur tekort, maar ook zichzelf in dit boeiende Jaarboek waarin vooral de grote verscheidenheid aan projecten opvalt. Ze laten ruimte voor heel veel vragen die ongetwijfeld en hopelijk op een wat meer avontuurlijke manier in het volgende Jaarboek aan de orde zullen komen.


Lees ook

Reageer op dit artikel