blog

Blog – Stedebouw uit de bubbel

Architectuur

Door Harm Tilman – Afgelopen week nam stedebouwkundige Martin Aarts na 34 jaar trouwe dienst afscheid van de Rotterdamse dienst Stadsontwikkeling. Aarts greep de gelegenheid aan om verder te kijken en zich af te vragen hoe het verder moet met Rotterdam en met de rol van stedebouw in dit ontwikkelingsproces.

Stadsontwikkeling is een keuze maar geen vrije keuze, aldus Geert Teisman, hoogleraar Complexe besluitvorming en procesbeheer van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Je kunt namelijk niet iets nieuws ontwikkelen als het er al niet is. Stadsontwikkeling vergt bovendien dat je snel kunt schakelen tussen alle schaalniveaus en dat je vragen op het juiste moment weet te verbreden en te versmallen. Dit veronderstelt wat Teisman coöpetitie noemde, het vermogen om samen te werken met je concurrenten.

Martin Aarts voert het woord bij zijn afscheid als stedebouwkundige van de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam

Volgende stad

Teisman sprak bij het afscheid dat de gemeente Rotterdam afgelopen week nam van stedebouwkundige Martin Aarts. Aarts werkte 34 jaar bij de dienst stadsontwikkeling en zette zijn vertrek luister bij met een symposium over de vraag: ‘Rotterdam, hoe nu verder’. Vanuit verschillende perspectieven spraken naast Teisman, Karin Laglas (Ymere), Emile Reiding (NOVI) en Marije ten Kate (Stadsontwikkeling Rotterdam) over de ‘volgende stad’. Wethouder Robert Simons overhandigde hem de Rotterdammert, een onderscheiding voor professionals die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de stad. De woorden van Teisman leken op het lijf van Aarts geschreven.

Martin Aarts wordt de Rotterdammmert uitgereikt door wethouder Robert Sijmons

Luid en duidelijk

Slechts weinigen deden het Aarts na: 34 jaar bij de dienst stadsontwikkeling werken. Met de privatisering van de ruimtelijke ordening ruilden veel stedebouwkundigen de dienst in voor hun eigen bureau. Wellicht speelde de grote liefde die Aarts als Amsterdammer al snel opvatte voor Rotterdam hierbij een grote rol. Zijn vermogen deze liefde voor de stad luid en duidelijk te verwoorden, maakte hem tot een ideale ambassadeur van de stad op nationale en internationale podia.

Vak van stedebouwkundige

Wat hij als geen ander deed, was het vak van stedebouwkundige op de kaart zetten. In zijn (en mijn) ogen is dat niet iemand die beelden najaagt, maar aandacht heeft voor de stad, haar onderzoekt, analyseert en evalueert en op basis daarvan ontwerpen maakt. Waar anderen onoverkomelijke problemen zien, ziet een stedebouwkundige kansen. En legt hij een grote bereidheid aan de dag potentiële investeerders te helpen.

Martin Aarts met Kees Christiaanse en Frits van Dongen in Chicago

Binnenstad plan

De in Delft als architect opgeleide Martin Aarts begon in 1984 in Rotterdam als stedebouwkundige in het toenmalige district binnenstad. Vanuit deze positie werkte hij aan het Binnenstad plan van Rotterdam dat in 1985 het licht zag. Dit plan heeft een groot stempel op de binnenstad gedrukt, en vormde de basis voor de ontwikkelingen in de dertig jaar daarna. De skyline van de stad onderging in deze periode een onherkenbare verandering. Maar het plan was ook het uitgangspunt voor een nieuw verhaal over de stad.

Blik op de binnenstad van Rotterdam vanaf Vasteland

Levendige stadswijk

In het Binnenstad plan werd onder andere geopperd meer mensen in de binnenstad te laten wonen. Het Laurenskwartier is het gebied waarin dit het meest merkbaar en zichtbaar is. Dit gebied ontwikkelde zich in dertig jaar tijd van een monofunctioneel en sleets stadsdeel naar een levendige en gemengde stadswijk. Hier is op succesvolle wijze geprobeerd meer bewoners in de binnenstad te laten wonen. De Markthal is daar het zichtbare teken van.

Blik op Rotterdam vanaf Erasmus MC

Urban governance

In latere fasen van zijn carrière sloeg Aarts nieuwe wegen in. Hij vertrok bij het district binnenstad en ging voor de hele stad werken. Rotterdam ging over van een systeem van ‘urban government’ naar een systeem van ‘urban governance’. In zijn ogen was het niet meer mogelijk om omvattende plannen als het Binnenstadsplan te maken. Stedelijke processen waren volgens hem dermate complex geworden en met meerdere betrokkenen, dat het weinig zin had deze voor lange tijd vast te leggen.

Martin-Aartsop het Kassel-Immobilien-Get-Together met Christian Wedler (Geschäftsstellenleiter-GWH-Kassel), Stefan Bürger (Geschäftsführer-GWH) en Christof Nolda (Baudezernent der Stadt Kassel)

Stinkende best

Aarts verwoordde het in die tijd op enig moment zo: vroeger speelden we voor God, maar nu nemen we een positie in waarbij alle betrokkenen hun stinkende best doen. Aarts toen: ‘Onze strategie is dingen mogelijk maken in plaats van zoals voorheen reguleren. De gemeente is op zoek naar vruchtbare vormen van samenwerking.’ Bij zijn afscheid stelde Aarts dat de stad nu moet gaan samenwerken met de haven.

Martin Aarts liep diverse malen de marathon van Rotterdam

Uit de bubbel

Het is misschien een veeg teken dat op het symposium van Aarts geen architecten spraken, ofschoon deze een grote rol speelden in de succesvolle ontwikkeling van de binnenstad en met name het Laurenskwartier. Hopelijk slaagt de stedebouw erin zich te bevrijden uit de bubbel waarin ze verkeert en weet ze opnieuw bruggen te slaan naar de architectuur. Het vergt een focus op het publieke domein, evenals flexibiliteit en bescheidenheid in benadering. Een goed ontwerp kan immers een doel op zichzelf zijn maar ook een middel vormen om politieke, sociale en morele doelstellingen te realiseren.

Marije ten Cate gaf haar visie op de ‘volgende stad’: gestructureerd uitproberen

Lees ook

Reageer op dit artikel