blog

Blog – Waarover we praten als we het over architectuur hebben

Architectuur

Door Harm Tilman – Architectuur is alom en nergens. Alles is architectuur geworden, tegelijkertijd is de bijdrage van architectuur sterk teruggevallen. Hoogste tijd om het over architectuur te hebben. Maar waarover hebben we het dan?

Toen ik in de jaren zeventig architectuur ging studeren was het eerste boek dat we lazen, het tweedelige ‘Europese architectuur’ (oorspronkelijk: ’An Outline of European Architecture’) van de hand van de eminente Engelse architectuurhistoricus Nicolaus Pevsner.

Kathedraal en fietsenstalling

Dat boek bevatte een historisch overzicht van gebouwen die tot de onwrikbare canon van de architectuur behoorden. Tot de twintigste eeuw bestond deze hoofdzakelijk uit gebouwen van religieuze en burgerlijke aard, daarna strekte zij zich uit over meerdere terreinen,.

De achterliggende boodschap was duidelijk. Iedereen die architect wilde worden, zou dat vak pas goed kunnen uitoefenen als hij of zij zich op een bepaalde manier zou verhouden tot deze canon. De gebouwen die in deze canon waren opgenomen, waren in veel gevallen gebouwd door de personen die deze canon hadden samengesteld.

Nicolaus Pevsners bijdrage aan de architectuurgeschiedenis is niet onomstreden. Pevsner verordonneerde het onderscheid tussen een kathedraal en een fietsenstalling. De eerste zou duidelijk tot de architectuur behoren, de laatste volgens hem niet. In het beste geval zou die een aardig bouwwerk zijn.

Overal en nergens

Intussen weten we wel beter. Alles is architectuur geworden maar veel lijkt dat inzicht de architectuur niet te hebben gebracht. Integendeel, de bijdrage van architectuur is op veel manieren aangevallen en sterk teruggebracht.

Nu alles architectuur is geworden lijken noch de canon, noch de discipline er veel toe te doen. Architectuurprijsvragen worden zelden beslist op de betekenis van de architectuur.

Architectuur lijkt veel van zijn glans te hebben verloren. Ze wordt overschaduwd door nieuwe technologieën en door de onmetelijkheid van de steden. Maar mensen wonen echter in gebouwen: appartementsgebouwen, rijhuizen, kantoren.

Maar waarover hebben we het als we het over architectuur hebben?

Het eerste wat we ons kunnen realiseren is dat architectuur een creatieve handeling is en dat ze mogelijkheden genereert, die daarvoor niet bestonden.

Als architect kom je te werken in uiteenlopende contexten. Het maakt voor de kern van de vak uitoefening nog al wat uit of je aan informele stedelijke problemen werkt of in China te maken krijgt met de ordening van de snel voortschrijdende stedelijke ontwikkelingen. Afhankelijk van de opgaven, zal de kern van architectuur verschuiven.

Werken met wat voorhanden is

Er bestaan geen globale problemen die op te lossen zijn met behulp van globale benaderingen. Architecten werken met wat in een land voorhanden is. Ambachtelijkheid is geen waarde in zichzelf. Het is een zaak van kansen die zich al dan niet voordoen. Het is niet de kern van architectuur.

Neem bijvoorbeeld duurzaamheid. Een tijdje beschouwden architecten klimaat en duurzaamheid als obstakels voor goede architectuur. Echter op een gegeven moment ontstond het besef dat deze ‘constraints’ juist kansen boden om te innoveren, interpreteren en vernieuwen. Architecten gingen anders over ontwerp nadenken om de uitdagingen van een veranderende wereld aan te gaan.

Open voor zichzelf

De canon bestaat niet meer uit de onveranderlijke set gebouwen die Pevsner vastlegde in ‘Europese architectuur’. Voor architecten is een veelvoud aan architectonische opties voorhanden; de selectie van de meest geschikte vormt daarin de grootste uitdaging. Wil architectuur zelf toegankelijk worden, dan zal zij zich niet alleen open moeten stellen voor andere disciplines, maar bovenal voor zichzelf en degenen die in haar komen te wonen en werken.

Kunnen we het niet gewoon weer eens over architectuur hebben? Als je dat ook vindt, mail me, laat me weten en we gaan een hap eten.

 

 

Reageer op dit artikel