blog

Blog – Silicon Valleys van de toekomst

Architectuur

Door Juliette Bekkering – In de zomer van 2015 werd Europa geconfronteerd met een grote instroom van vluchtelingen die via de Griekse eilanden Europa bereikten. Televisie, kranten en internet toonden groepen mensen die huis en haard hadden verlaten en op weg naar Noord-Europa waren. Mannen, vrouwen, jonge kinderen en hoogbejaarden marcheerden in colonne door zonovergoten korenvelden in de Balkan of liepen over in de hitte blakerende snelwegen tussen Hongarije en Oostenrijk. Een grote humanitaire crisis ontvouwde zich in een van de meest welvarende delen van de wereld.

De vluchtelingenproblematiek kwam plotseling heel dichtbij: beelden van mensen die een leven hadden geleid zoals wij, met mobiele telefoons, internet, designkleding, spraken ons toe via de media en maakten duidelijk dat het lot van een vluchteling iedereen kan treffen. Door deze crisis werd het feit dat meer dan zestig miljoen mensen op de wereld langere tijd, soms zelfs generaties lang in vluchtelingenkampen moeten wonen, op schrijnende wijze onder de aandacht gebracht.

De beelden laten grote geïmproviseerde kampementen zien in de woestijn van Noord-Jordanië, de periferie van Beiroet of verspreid langs de grens met Turkije: zeeën van schamele tenten in het woestijnzand, eindeloze rijen containers op dorre vlakten zonder stromend water, bewoners vechtend tegen trauma’s, uitzichtloosheid en verveling. Kampen, opgezet voor tijdelijke opvang, blijven vaak voor tientallen jaren in gebruik. Volgens de schattingen van UNHCR is de gemiddelde tijd dat vluchtelingen in kampen verblijven, opgelopen tot achttien jaar. Maar misschien het meest confronterend is de schaal van deze kampen die in luttele maanden uitgroeiden tot steden van meer dan 100.000 inwoners, als een voorbode van nieuwe vormen van verstedelijking die al de geldende wetten in een klap van tafel vegen. Hier ontstaan de steden van morgen.

Ontwerpvraagstuk

Na de zogenoemde vluchtelingendeal die de EU begin maart 2016 afsloot met Turkije is een kleinere instroom van vluchtelingen via Griekenland en de Balkan gerealiseerd, waardoor het onderwerp uit de publieke aandacht is verdwenen. Echter in landen als Libanon en Syrië, maar ook Libië en Turkije leven nog steeds honderdduizenden, soms letterlijk miljoenen mensen in zeer erbarmelijke omstandigheden. In een artikel in NRC Handelsblad van zaterdag 30 september 2017 bracht Femke Halsema dit onderwerp weer onder de publieke aandacht. Haar analyse gaat echter voorbij aan het feit dat de gebrekkige opzet van de vluchtelingenkampen in essentie een ontwerpvraagstuk is.

Za’atari (vluchtelingenkamp in Jordanië)

Za’atari (vluchtelingenkamp in Jordanië)

Bij het bekijken van de beelden van deze nieuwe steden ontstaat een gevoel van vervreemding: het duurt even voordat je doorhebt wat je ziet en wat schort aan het beeld. Als het kwartje valt, blijkt hetgeen je niet ziet relevanter te zijn dan hetgeen je wel ziet: geen publieke ruimte, geen straten, geen herkenbare gebouwen, geen oriëntatiepunten, geen plekken voor samenkomsten en geen plekken voor economische, culturele en sociale activiteiten. Voor vluchtelingen is een grote verscheidenheid aan oplossingen ontwikkeld die tegemoetkomt aan de primaire levensbehoeften, maar meer langetermijn-, publieke en gemeenschapsfaciliteiten zijn verwaarloosd.

Bij het ontwerp van vluchtelingenkampen staat het ledigen van de eerste levensbehoeften voorop. In zeer korte tijd worden ze opgebouwd en het voorzien in de eerste levensbehoefte is leidend in de opzet: onderdak, voedsel, drinkwater, sanitaire voorzieningen en ziekenhuizen vormen de ingrediënten van het basiskamp. Een zoektocht naar publieke gebouwen of een handvest voor het ontwerp van publieke ruimte, loopt echter op niets uit.

Handboek

De noodhulporganisatie van de Verenigde Naties, de UNHCR, geeft een Handbook for Emergencies uit waarin alles voor noodhulpkampen is geregeld, van de hoeveelheden water en voedsel die nodig zijn per persoon tot de procedures voor de communicatie per radio of telefoon. Het handboek besteedt echter maar een tiental pagina’s aan de vormgeving van een kamp. De vraag of aanvullende voorzieningen voor een volwaardig publiek leven nodig zijn, heeft immers een sterk politieke lading. Door voorzieningen aan te leggen die het ledigen van primaire noden overstijgen, wordt impliciet geaccepteerd dat deze mensen zullen blijven, ongeacht de aard en de status van hun verblijf, en is het verstedelijkingsproces van het kamp een feit geworden.

Za’atari (vluchtelingenkamp in Jordanië)

Za’atari (vluchtelingenkamp in Jordanië)

Door deze terughoudendheid is de opzet van de kampen per definitie ongeschikt voor verdere consolidatie: het ontbreken van goede publieke infrastructuur en de kavelgrootten maken een duurzame ontwikkeling naar meer stedelijkheid onmogelijk, want een stad zonder publieke ruimte en voorzieningen is een stad zonder ziel. Daarnaast stuit consolidatie steeds vaker op verzet van politiek, lokale overheden, landeigenaren en publieke opinie. Veel partijen willen niet dat vluchtelingkampen een permanente status krijgen. Deze politieke impasse onttrekt het feit aan het zicht dat in de kampen een enorm potentieel aanwezig is: ruim vijftig procent van de bewoners is onder de achttien jaar, tijd is ruimschoots voorhanden en uitzichtloosheid kan omgekeerd worden in perspectief.

Silicon Valley

Een belangrijk kenmerk van vluchtelingenkampen is de bijna volledige sociaal-economische afhankelijkheid van hulporganisaties, gastland en lokale overheden. Publieke gebouwen kunnen echter een vitale rol spelen in de opbouw van een grotere economische onafhankelijkheid en van een meer zelfvoorzienende economische en sociale structuur van het kamp. Daarnaast is het publieke domein een voorwaarde voor een volwaardig stedelijk leven. Door domweg leer- en werkplekken te bouwen kan de bevolking van het kamp meer zelfredzaam worden gemaakt. Daarnaast maakt internet het mogelijk om overal ter wereld een bedrijf of zelfs een universiteit te beginnen, zelfs in het hart van de Jordaanse woestijn.

Ontwerp van student Desley Hakkert uit de afstudeerstudio ‘Public Building For Refugees:1X Pop-up Contemplatieruimte’

Ontwerp van student Desley Hakkert uit de afstudeerstudio ‘Public Building For Refugees:1X Pop-up Contemplatieruimte’

Verder kunnen de architectuur en stedebouw van de kampen aanzetten tot het produceren van goederen, zoals bijvoorbeeld voedsel. Ook het UNHCR-handboek erkent dit en maakt hier schoorvoetend plaats voor. Dit kan handel van goederen en diensten op gang brengen, waardoor mensen hun oude beroep weer kunnen gaan uitoefenen. Naast het zelf produceren van voedsel zijn zelf water zuiveren of zelf afval recyclen activiteiten die in een duidelijke behoefte voorzien, inkomsten genereren en met gebouwen worden ondersteund. Hier ligt een belangrijke ontwerpopgave. Goed vormgegeven publieke gebouwen kunnen een katalysator zijn voor verdere ontwikkeling.

Ontwerp prototype Bin-air: zelfbouwsysteem met een soort emmers die met zand gevuld worden en waarmee hier een hammam gebouwd is, van Luuk de Rouw en Brian Bekken

Ontwerp prototype Bin-air: zelfbouwsysteem met een soort emmers die met zand gevuld worden en waarmee hier een hammam gebouwd is, van Luuk de Rouw en Brian Bekken

Door gebouwen voor onderwijs, ateliers en werkplaatsen, sportvoorzieningen, markten of winkels aan te bieden of toe te staan, kunnen mensen zich ontplooien, kinderen onderwijs krijgen en kan gewerkt en geleerd worden. Op deze wijze wordt betekenis verleend aan de publieke ruimte en de publieke gebouwen en ontstaan herkenningspunten, bakens binnen de homogene zee van het wonen. Door gebouwen te maken die plekken zijn voor economische activiteiten, onderwijs en cultuur, hoeven deze steden niet meer poelen van uitzichtloosheid en verveling te zijn, maar worden ze plekken voor groei, ontplooiing en experiment: de Silicon Valleys van de toekomst.

 

Deze blog komt voort uit het werk dat is verricht voor het onderzoeksproject ‘Public Building for Refugees’ aan de TU Eindhoven, gefinancierd door een Lighthouse Grant van de 4TU Bouw, in 2016-2017.

Reageer op dit artikel