blog

Blog – Architectuur en economische macht

Architectuur

Architectuur is sterk verweven met de economie en daarmee buitengewoon gevoelig voor de stemmingswisselingen die hierin optreden. In een publicatie en tentoonstelling wordt ingegaan op de houding die architecten op dit vlak kunnen innemen. Hoe spelen architecten in op de vraag vanuit de markt?

Door Harm Tilman

Nog niet eens zo heel lang geleden, in de vorige eeuw, kocht ik mijn cd’s bij een muziekwinkel op de Binnenwatersloot in Delft. De eigenaar verteld me op enig moment dat hij maar geen opvolger kon vinden. De reden was simpel: met het verkopen van cd’s kon je voorzien in je levensonderhoud, maar rijk werd je er niet van. Een paar jaar geleden zag hij zich gedwongen zijn winkel te sluiten.

Geld met geld

Volgens de Franse econoom Thomas Piketty kun je tegenwoordig je geld alleen maar verdienen met geld en niet meer met arbeid. Je kunt hard werken en daar veel bevrediging uit halen, maar je verdient er nooit heel veel mee. Dat was hooguit het geval in de tijd van de wederopbouw, een periode die volgde op de Tweede Wereldoorlog. Nu verdien je je geld door het te hebben,  het te beleggen en of te investeren.

Uitzicht op het Weena van Rotterdam

Economie en architectuur

Onlangs verscheen het boek ‘Four walls and a roof’ van Reinier de Graaf. Het kreeg een goede ontvangst in Nederland en ook ik reken het tot een van de beste boeken van het afgelopen jaar. In dit boek trekt De Graaf een boeiende parallel tussen deze economische ontwikkeling en de geschiedenis van de architectuur. De tijd dat je met arbeid nog wel je geld kon verdienen en het rendement op arbeid groter was dan op dat van vermogen, valt volgens hem samen met het modernisme in de architectuur.

Eye opener

Deze analyse is voor mij een regelrechte eye opener geweest. Ze laat zien dat wat we in de architectuur lange tijd voor vanzelfsprekend hielden, in feite neerkomt op wat in de woorden van De Graaf een anomalie en een uitzonderingstoestand was. Volgens de Graaf heeft het dan ook niet veel zin meer om de idealen van emancipatie en vooruitgang te blijven verdedigen. Hij berust in het feit dat deze periode een uitzondering was. Ze was ‘simply too good to be true’; te mooi om waar te zijn.

Sociale missie

Het is een vorm van gelatenheid die voor architecten uit de OMA-school opmerkelijk te noemen is. Het gevaar van zelfoverschatting lag daar immers voortdurend op de loer. In het essay ‘The Century That Never Happened’ omschrijft De Graaf de sociale missie van architectuur als “de inspanning om een fatsoenlijke levensstandaard voor iedereen te bewerkstelligen”. Zijn conclusie is dat dit iets van het verleden is geworden. “Dezelfde architectuur die ooit sociale mobiliteit belichaamde, helpt deze nu te voorkomen.”

Doorprikken van mythes

Jarenlang deden sommige architecten het voorkomen of ze alles bepaalden in de bouw. Een architect van naam vertelde me eens dat hij opdrachtgevers aannam en als ze niet bevielen, ook weer ontsloeg. Daarnaast zijn er architecten die over hun ontwerpen praten alsof ze het hoogstpersoonlijk allemaal zelf hebben gedaan, terwijl ze een bureau met honderden mensen achter zich hebben staan. ‘Four Walls’ is goed in het doorprikken van dergelijke mythes.

Externe krachten

Four Walls laat zien dat het architectonische ontwerp minstens zo sterk wordt bepaald door externe krachten als door individuele inspiratie. De macht van architecten wordt beperkt door financiële, technische en andere specialisten in de bouw. Om iets te bereiken, aldus De Graaf, moeten architecten krachten bedienen die ze tegelijkertijd zouden moeten bekritiseren. Als architect bevind je je in een wereld waarin je steeds minder hebt te vertellen.

Stadstimmerhuis, Rotterdam, ontwerp OMA

Wat nu

Na lezing van het boek blijf je wel met de vraag zitten: wat nu? Architectuur behoort tot het arbeidsintensieve onderdeel van vastgoed en niet meer tot het deel waarmee geld wordt verdiend. Is de berusting die De Graaf predikt de oplossing? Of kunnen architecten toch weer de straat op en opkomen voor idealen? Of wordt de architect een ondernemer die zelf gaat ontwikkelen en het financiële spel probeert te doorgronden?

Blik vanaf Stadstimmerhuis op binnenstad Rotterdam

Architectuur en macht

Deze discussie zag ik terug op de tentoonstelling ‘Architectuur en macht’ die te zien is in het juist geopende, nieuwe architectuurmuseum van Matosinhos in Portugal. In deze tentoonstelling die wat mij betreft ook in Nederland te zien zou moeten zijn, worden acht verschillende vormen van opdrachtgeverschap behandeld. Een van de vormen van macht die wordt behandeld is de economische.

Het nieuwe architectuurmuseum van Matousinhos

Complexe geldstromen

Het verhaal dat in Matousinhos wordt verteld over economische macht, loopt voor een groot deel parallel aan dat van De Graaf. Economische en financiële markten hebben de politieke besluitvorming overgenomen. Complexe geldstromen ontduiken belasting en andere fiscale verantwoordelijkheden en worden gefaciliteerd door neoliberale regeringen. De onroerend goed sector is sterk onderhevig aan de gemoedswisselingen van de mondiale economie.

Entree architectuurmuseum van Matousinhos

Onvoorwaardelijke overgave

De tentoonstelling laat zien dat architectuur is veranderd. Een praktijk die zich eens wijdde aan een grotendeels kritisch project, heeft zich “onvoorwaardelijk overgeven aan de dominante politieke en ideologische krachten van het financiële kapitalisme”, aldus Alexandra Vougia in de begeleidende catalogus. Een zich nergens meer voor verontschuldigende onverschilligheid wordt vanaf de jaren zeventig de modus operandi in de architectuur.

Tentoonstelling ‘Architectuur en macht’, architectuurmuseum Matousinhos

Verticale opbouw

Als een illustratie van deze ontwikkeling wordt het gebouw De Rotterdam uit 2013 van OMA opgevoerd. Vougia roemt de formele aspecten van het ontwerp. De Rotterdam vormt door zijn verticale opbouw dan weer een continue massa, dan weer een samenstelling van individuele torens. Desondanks beschouwt ze het complex als een uiting van de berustende, cynische houding die de huidige architectuurproductie volgens haar is gaan kenmerken.

De Rotterdam in aanbouw, gezien vanaf het Willemsplein

Kritische houding

Tot zover lopen beide analyses redelijk gelijk op. Maar anders dan Reinier de Graaf, acht Alexandra Vougia het wel degelijk mogelijk om het huidige cynisme te bestrijden. Door de ironie te omarmen die bijvoorbeeld het vroege werk van Rem Koolhaas karakteriseert, ontstaat ruimte voor de kritische houding waar de Graaf al lang geleden afscheid van lijkt te hebben genomen.

De Rotterdam, Rotterdam, ontwerp OMA

Reageer op dit artikel