blog

Blog – Detail 25: Ornament en Misdaad

Architectuur

Door Marjolein van Eig – De Oostenrijkse architect Adolf Loos schrijft in het essay ‘Ornament en misdaad’ (uit 1908): “Wanneer een mens geboren wordt, komen zijn zintuiglijke indrukken overeen met die van een pasgeboren hond. Gedurende zijn kindertijd doorloopt hij dezelfde veranderingen als de mensheid in haar geschiedenis. Op zijn tweede ziet hij de wereld als een Papoea, op zijn vierde als een Germaan, op zijn zesde als Socrates en op zijn achtste als Voltaire.” *

Blog – Detail 25: Ornament en Misdaad
Entree Looshaus door Adolf Loos

Ik heb twee kinderen in de leeftijd van acht en tien jaar en wat zou het mooi zijn als zij de wereld zouden zien als Voltaire. Helaas is dit niet het geval. Wel kan ik uit ervaring  vaststellen dat zij tot hun vijfde levensjaar geen smaak hadden. Prinsessenjurken, plastic speelgoed in knalkleuren en de irritantste K3-muziek, het  ging erin als koek. Dat heeft niks met Papoea’s of Germanen te maken, maar met een primaire beleving van de dingen.

Loos vervolgt op bescheiden wijze: “Ik ben tot het volgende inzicht gekomen en heb dat aan de wereld geschonken: Evolutie staat gelijk aan het verwijderen van ornamenten van gebruiksvoorwerpen. Ik dacht de wereld er een plezier mee te doen, maar zij heeft mij dat niet in dank afgenomen.” Loos zag het ornament als iets overbodigs en enkel gericht op het plezieren van de toeschouwer in plaats van deze er geestelijk van te bevrijden. Maar dat was niet het enige misdadige, hij vond het ook misdadig omdat het gewoon te veel geld kostte om al die ornamenten te maken. “Het maken van ornamenten is misdadig omdat het een verspilling van arbeidskracht is en daardoor een verspilling van gezondheid en uiteindelijk van kapitaal.”

Villa Müller door Adolf Loos Villa Müller door Adolf Loos

Volgens Loos zat hem daar de teleurstelling in van de mens; het feit dat hij het niet meer kon opbrengen om zoveel uren te stoppen in het bewerken van bijvoorbeeld een sigarettenkoker. Na honderd jaar zijn we daar nog steeds teleurgesteld over en juist daarom ervaren we een mooi bewerkt gebruiksvoorwerp met veel bewondering, juist vanwege het vakmanschap dat we erin zien. En na bijna honderd jaar kunnen we zijn essay op zichzelf ook weer beschouwen als een moment in de evolutie. We weten dat het volledig weglaten van ornamenten niet per se leidt tot ‘goede architectuur’. Verschraling is vaak het akelige tegenbeeld.

Nergens in het artikel gaat het trouwens over architectuur; het gaat over gebruiksvoorwerpen; sigarettenkokers, schoenen, tapijten. Hoewel, op een gegeven moment roept hij uit dat het hoogtepunt bereikt is “als de straten van de steden zullen stralen als witte muren.” Loos was zelf helemaal niet vies van ornamenten. Het Looshaus in Wenen werd indertijd als schokkend modern ervaren, omdat bijvoorbeeld de ramen niet omkaderd werden. De inwoners van Wenen vonden het gebouw wenkbrauwloos. De plint bevat echter aardig wat nepzuilen en randen, bijna op het bombastische af.

Looshaus door Adolf Loos Looshaus door Adolf Loos

Maar goed, een ornament op zijn tijd is zo gek nog niet. Vakmanschap, dat is het helemaal. Waarom eigenlijk? Wat is de kracht van het ornament? Wanneer doet het ertoe en wanneer is het een pastische, kitsch? Een boek dat hierop geen antwoord geeft maar dat wel de kracht van het ornament prachtig beschrijft, is het boek Bouwen in Amsterdam (1973-1992) van Henk Zantkuijl, waarvan in 2007 een herdruk verscheen bij Architectura & Natura. Het beschrijft alle facetten van het Amsterdamse woonhuis in alle tijden; van trap tot stookplaats en van Hollandse renaissance tot de modernisering van bouwstijlen. Het is een fantastisch en ongekend gedetailleerd boekwerk.

Bouwen in Amsterdam door Henk Zantkuijl Bouwen in Amsterdam door Henk Zantkuijl

In het hoofdstuk ‘Spel en schaduw, bijdrage tot een analyse van onze traditionele profileringen’ behandelt Zantkuijl de profileringen van ramen en kozijnen: “Bij houten glasroeden waren oorspronkelijk rechthoekige latjes met een sponning, waarin het glas kon worden geplaatst. Bij ramen in woonvertrekken had men echter de behoefte aan goede begeleiding van licht langs de roede. Deze kon worden bereikt door het ongeprofileerde vlak te vervangen door licht- en schaduwvlakken. Het oudste, voor dit doel aangewende profiel (in gebruik tot het midden van de achttiende eeuw) geeft een samenspel te zien van een harde schaduw, een oplichtend vlak en een zacht verlopende schaduw, het licht overspoelt als het ware de roede”. Dat heeft niets met misdaad te maken, maar alles met de gelaagdheid die onze perceptie nu eenmaal in zich heeft. Prachtig.

Blog Marjolein van Eig Ornament en MisdaadZantkuijl-roedes

* Het essay ‘Ornament en misdaad’ is opgenomen in Adolf Loos, Architectuur en al het andere, vertaling en voorwoord door Ineke van der Burg, nai010 uitgevers, Rotterdam 2016.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels