blog

Blog – Verdienen architecten betere graven?

Architectuur

Door Harm Tilman – Architecten laten projecten na die in de regel de tand des tijds kunnen doorstaan. Maar hoe zit dat met hun laatste rustplaatsen? Voor het antwoord op deze vraag bezocht de Amerikaan Henry H. Kuehn meer dan 200 graven van beroemde architecten en bundelde deze in gids. Zijn deze graven architectonischer dan die van gewone stervelingen?

Blog – Verdienen architecten betere graven?

Waar zou de Duitse architect Ludwig Hilberseimer zijn begraven? Hilberseimer is een van mijn architectonische helden die in de jaren 30 van de vorige eeuw naar Amerika emigreerde. Hij ging daar les geven op een onderwijsinstituut in Chicago waar Ludwig Mies van der Rohe de scepter zwaaide.

De Duitse architect Ludwig Hilberseimer voor een maquette van zijn project ‘Groszstadtarchitektur’

Laatste rustplaats

Ik had het me nog nooit afgevraagd maar inmiddels wil ik wel weten waar het graf van Hilberseimer ligt. Dat zit zo: ik las tijdens mijn vakantie het boek Architects’ Gravesites van Henry H. Kuehn en de vraag werd nijpend. Het boek is een fascinerende zoektocht naar de laatste rustplaats  van architecten die een blijvende invloed hebben gehad op de Amerikaanse architectuur.

Het boek ‘Architects’ Gravesites’ door Henry H. Kuehn verscheen dit jaar bij The MIT Press, Cambridge (Massachusetts)

Monumenten

Kuehn begon aan dit project na een bezoek aan de begraafplaats Graceland in Chicago waar veel beroemde architecten liggen begraven. Hoe kan het, vroeg hij zich af, dat terwijl architecten een leven lang bezig zijn met het oprichten van monumenten, ze zo weinig aandacht besteden aan de manier waarop ze zelf willen worden herinnerd?

De begraafplaats Graceland in Chicago (Illinois)

Postmoderne stijl

Wat blijkt? Slechts weinig rustplaatsen zijn ontworpen in de stijl waar de architect beroemd mee is geworden. Spreekwoordelijke uitzondering is Michael Graves. Op zijn graf staat een steen opgetrokken in de postmoderne stijl waarmee hij wereldberoemd werd. Tegenhanger hiervan is Craig Ellwood die de bezoeker van zijn urn op een begraafplaats in Italië middels een plaquette vraagt aardig voor zichzelf te zijn en die je in het leven alle denkbare plezier toewenst.


Het graf van Michael Graves (1934-2015) op de begraafplaats van Princeton (New Jersey) is gemaakt door Donald Strum op basis van een schets van Graves (foto uit besproken boek)

De Lamborghini van CraigEllwood voor de door hem ontworpen South Bay Bank

Bescheiden

De meeste architecten zijn echter op een redelijk simpele en bescheiden wijze begraven, bij hun moeder of in het familiegraf, met slechts een vermelding van de naam. Ook stuitte Kuehn op overblijfselen bewaard in de kast van een dochter, op zolder en in de tuin van een door de architect ontworpen huis. Ook blijken de nodige architecten hun as te hebben laten uitstrooien boven zee (waaronder Harry Weese, Joseph Esherick, Serge Chermayeff en Gregory Ain)

Joseph Esherick met zijn compagnons in het architectenbureau Esherick Homsey Dodge & Davis

Weerklank

De waarde van het boek ligt vooral in de mate waarin op al die rustplaatsen de stem van de betreffende architect weerklinkt. Kuehn doet daar op werkelijk aanstekelijke wijze verslag van. Anders dan in de meeste rouwadvertenties waarin zelden openlijk wordt gesproken over de omstandigheden waarin de geliefde is overleden, neemt hij daarbij geen blad voor zijn mond.

Marcel Breuer (1902-1981) ligt begraven onder een brok graniet in de tuin van het huis dat hij voor zichzelf ontwierp (foto uit besproken boek)

Opdrachtgevers

Zo ontsloeg de architect Howard Judson White na het overlijden van zijn partner Ernest Graham, mede-eigenaar van het bureau Graham, Anderson, Probst & White, diens assistent Charles F. Murphy. Deze richtte vervolgens zijn eigen bureau op en benaderde ook de opdrachtgevers van GAP&W. Toen White zelf niet lang daarna een van die opdrachtgevers bezocht en hoorde dat die voortaan gebruik ging maken van de diensten van Murphy, kreeg hij op straat een hartaanval en stierf.

Het Blue Cross-Blue Shield Building in Chicago is ontworpen door C.F. Murphy Associates

Tragiek

De tragiek van het architectenvak komt zodoende volop voorbij. Raymond Hood stierf precies op het moment toen zijn bureau enorm succesvol begon te worden. Ook Franklin Israël overleed volgens Kuehn alvorens tot volle bloei te zijn gekomen. Of wat te denken van de landschapsarchitect Frederick Law Olmsted, de ontwerper van onder meer Central Park in New York? Hij is samen met zijn zoon begraven op een begraafplaats in een totaal verpauperde buurt van Hartford (Connecticut), met als gevolg dat het graf verwaarloosd en geplunderd is.

Raymond Hood, Wallace K. Harrison en Andrew Reinhard bij een van de eerste maquettes voor Rockefeller Center

In rook opgegaan

Het boek staat vol met dergelijke details. Nog schrijnender wordt het als een architect tegen het einde van zijn leven in rook lijkt te zijn opgegaan. De architect Chester Holmes Aldrich die de Rockefellers en de Whitney’s tot zijn opdrachtgevers mocht rekenen, vertrok in 1935 naar Rome om daar geheel van de radar te verdwijnen. En van Bertrand Goldberg, de architect van de Marina City Towers in Chicago, is bekend dat hij is gecremeerd maar wil de familie de laatste rustplaats niet bekend maken.

Bertrand Goldberg bij de maquette van de Marina City Towers in Chicago

Louis Kahn

Het is een heerlijk boek. Toch is er een puntje van kritiek. Louis Kahn komt voorbij die Kuehn roemt vanwege zijn werk maar ook vanwege zijn persoonlijkheid en leefstijl. Ook vermeldt hij dat Kahn, getrouwd en begraven met zijn vrouw, relaties onderhield met twee andere vrouwen waaronder de architect Anne Tyng. Dat Kahn in 1974 dood werd gevonden op een toilet van luchthaven JFK in New York en twee dagen in een lijkenhuis lag voordat hij werd geïdentificeerd, is hem niet bekend. Hij vermeldt het in ieder geval niet.

Het graf van Louis Kahn op de begraafplaats Montefiore in Rockledge (Pennsylvania)

Persoon en werk

Ook valt het nodige af te dingen op Kuehn’s stelling dat architecten in essentie bezig zijn met het maken van monumenten die hen verre zullen overleven. Uit de graven die hij in kaart brengt, blijkt dit in ieder geval niet. Zoals Paul Goldberger in zijn nawoord opmerkt, vertellen de laatste rustplaatsen meer over de persoon die een architect is geweest dan over zijn of haar werk.

Het graf van Frank Lloyd Wright (1867-1959)

Vergetelheid

Aan het einde dringt de vraag zich op, althans dat overkwam mij, of je zelf ook over je graf heen zou willen regeren? Na enige aarzeling lijkt me toch niets mooier dan in de vergetelheid te verdwijnen, net als al de meeste architecten uit het boek. Nieuwsgierig naar de laatste rustplaats van Ludwig Hilberseimer blijf ik overigens wel.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels