blog

Blog – Waarlijk duurzame of waarlijk natuurlijke architectuur?

Architectuur

Door Daan Bruggink – Eind vorige maand werd in Amsterdam de ARC17 Architectuur Award uitgereikt aan het project Rijnstraat 8 van OMA. Volgens jurylid Césare Peeren wordt het niets met het duurzame bouwen in Nederland, als een integrale visie ontbreekt. Maar die leidt niet vanzelf tot duurzame gebouwen, betoogt Harm Tilman. Volgens Daan Bruggink komen we alleen verder als we onze blik op de natuur richten.

Blog – Waarlijk duurzame of waarlijk natuurlijke architectuur?

Het is interessant om te zien dat een artikel in de Volkskrant op de ochtend van de uitreiking van de ARC17 Architectuur Award de aandacht vestigt op de matige integratie van duurzaamheid in de bouwwereld.

Het is ongetwijfeld niet de bedoeling geweest om de aandacht af te leiden van de genomineerde projecten of ze te onder waarderen, maar ik kan Césare Peeren alleen maar gelijk geven. Met name een integrale visie ontbreekt en een duurzame transformatie is alleen mogelijk als je het integraal aanpakt.

De Heremietkreeft hergebruikt als enige in de natuur volledige ‘constructie’ onderdelen

Alles verandert

Césare gebruikt in het interview de term ‘blue economy’ en zegt: ‘Circulair suggereert dat alles in een nette cirkel ronddraait. In werkelijkheid is het proces veel complexer.’ Op zich juist, als je onder circulariteit zou verstaan dat gebouwen, gebouwdelen of volledige producten tot in de eeuwigheid precies hetzelfde kunnen blijven of onveranderd voor 100% weer toegepast kunnen worden. Probeer daar maar eens aan te ontwerpen. Dat is vrijwel onmogelijk … Alles verandert immers: regelgeving, maatvoering, techniek, veiligheid, normen, stijlen, smaak, omgevingen. Daar kun je niet tegenop ontwerpen en dat maakt het inderdaad heel complex.

Je aanpassen aan de omstandigheden

Ik zou graag de vergelijking met de natuur trekken : ook daar verandert continu van alles. Alleen soorten (lees: gebouwen) die zich het beste kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden kunnen overleven. Alle andere soorten (lees: gebouwen) vervallen tot nieuwe grondstof. Er zijn in natuur, op de Heremietkreeft na, geen voorbeelden van constructiedelen of onderdelen die in zijn geheel hergebruikt worden. Ook hier geldt, dat de uitzonderingen de regel bevestigt.

1.000 doors in Seoul, een circulair gebouw?

Gebruik als grondstof

Circulair heeft alleen een kans van slagen, als we alle materialen en producten zo ontwerpen dat ze als grondstof opnieuw kunnen worden gebruikt. Dan is circulair veel minder complex dan wordt gevreesd. Het is frappant om te zien dat de meeste mensen in de bouwwereld het helemaal niet over circulair hebben. Je hoort ze met name over het ‘verlengen van het lineaire proces’ (dat ze het voor het gemak wel circulair) noemen.

Duizend deuren van hout

Zo zou het 1.000-doors gebouw in Seoul door Choi Jeong-Hwa een prachtig circulair voorbeeld zijn. Als je snapt wat circulair echt betekent, zie je 1.000 deuren die gedurende een moment uitstel krijgen van hun sprankelende moment in de verbrandingsoven. 1.000 deuren van hout, onlosmakelijk verbonden met vieze verven, spijkers en kit, on-demontabel zijn nog steeds onbruikbaar na een aantal decennia op een gevel. Het is pas circulair als ze alle 1.000 zo ontworpen zijn dat je ze kunt demonteren en de grondstoffen kunt blijven gebruiken in de materialenkringloop. En zo zijn ze, geen van alle 1.000, ontworpen…

Kracht van Madaster

Initiatieven als Madaster door Thomas Rau juich ik ten zeerste toe. De kracht is dat die beide in zich heeft. Het verlengt lineaire processen, vormt een stimulans om deze om te zetten tot circulaire processen en brengt grondstoffen in kaart. De innovaties die worden gepleegd om materialen terug te brengen tot een grondstof, vormen een interessante imvulling van de circulaire transitie. Een fraai voorbeeld is de SmartCrusher die beton terugbrengt tot grind, zand en cement!

De SmartCrusher brengt beton terug tot haar oorspronkelijke grondstoffen.

Integrale visie

Terug naar het artikel in de Volkskrant en de discussie daar omheen. Als ideaal ziet Césare “de transformatie van bestaande gebouwen, met bouwbiologische, lichte en restmaterialen, tot passief geventileerde en verwarmde multifunctionele gebouwen, in een stad waar vijftig procent van de ruimte met stadslandbouw wordt opgevuld, zodat je wandelend in een gezonde omgeving van werk naar huis en naar school kunt.” Alhoewel dat heel goed een integrale visie weergeeft, schrijft Harm Tilman in een reactie op dat artikel, dat het de vraag blijft hoe dat invloed heeft op wat mensen in een gebouw doen en laten, wat ze zien en niet zien en wat ze horen en niet horen. Harm benadrukt dat als dat ook geïntegreerd is, er pas echt sprake kan zijn van een waarlijk duurzame architectuur. En ook dat is helemaal waar.

Lees ook: Blog – Architectuur en duurzaamheid: wat mensen in gebouwen doen

Gezonde omgeving

Duurzaamheid betreft de mens, architectuur zonder mens is niets. Circulair zonder oog voor de mens is niets. Net als het feit dat gebouwen geen energie verbruiken; de mens doet dat. Een gebouw kan ook niet gezond zijn; je wilt een gezonde omgeving voor de mens. De kern van alles is de mens. Mooie architectuur van restmaterialen, passieve gebouwen en stadslandbouw garandeert zeker geen ideale omgeving voor de mens. Wel een stuk beter dan nu uiteraard.

Blik op de natuur

Wat ontbreekt nog, vraag je je af? Ook hier zullen we onze blik op de natuur moeten richten. Deze geeft antwoord op onze aangeboren, genetische behoefte om ons te associëren met de natuur. Wij zijn voor 99% natuurlijk gecodeerd en dus tot op het bot geassocieerd met natuurlijke kenmerken, processen en omgevingen. Om lichamelijk en geestelijk gezond, fit te blijven dient deze behoefte in onze omgeving continu gestimuleerd te worden. Een kunstmatige omgeving, hoe circulair ook, zal weinig positieve invloed hebben op de gezondheid en de prestaties van de mensen.

Het Khoo Teck Puat Hospital is de winnaar van de eerste Stephen R. Kellert Biophilic Design Award

Geheel van natuurlijke indrukken

Het aanbrengen van een enkele plant of een ander natuurlijk object in een omgeving heeft ook weinig positieve invloed op de gezondheid en de prestaties van de mens. Onze natuurlijke codering vraagt immers om een geïntegreerde geheel van natuurlijke indrukken, dat wil zeggen een menselijk ecosysteem. Alleen wanneer dit ecosysteem werkt in het belang van het organisme, in dit geval de mens, presteert het hele ecosysteem op een hoger niveau dan de som van de afzonderlijke delen.

Biophlic architectuur

We zullen onze bestaande gebouwen en stedelijke omgeving moeten transformeren naar een omgeving met meer dan voldoende daglicht, natuurlijke ventilatie, natuurlijke materialen, vegetatie, uitzicht, maten, omgeving, relaties tot, veroudering, ritmes en alle andere affiniteiten voor de natuurlijke wereld. Ons natuurlijke ecosysteem om ons heen, een biophilic architectuur.

En als we dat circulair kunnen doen, komen we inderdaad dicht bij de waarlijk duurzame architectuur!

 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels