blog

Blog – Ontwerpen voor een coöperatieve economie. Deel 4: De straat: oefengebied

Architectuur

Door Philip Krabbendam – Elders heb ik de stedelijke boomstructuur aangeprezen die bewoners uit hun isolement bevrijd omdat zij zich hierin zowel sociaal als ruimtelijk kunnen oriënteren. Hierdoor hebben zij meer grip op vragen als ‘wie ben ik’ en ‘waar ben ik’. Dit kan de identiteit van bewoners ondersteunen. In deze reeks wil ik laten zien dat de stedelijke boomstructuur ook een coöperatieve economie mogelijk maakt.

Blog – Ontwerpen voor een coöperatieve economie. Deel 4: De straat: oefengebied

Bewonersorganisaties

Als bewoners hun sociale en ruimtelijke isolement verbreken, dan ondersteunt dat niet alleen hun identiteit. De oriëntatie op anderen en op de omgeving brengt ook met zich mee dat zij sociale activiteiten gaan organiseren en dat zij zich inlaten met de omgeving. Hierbij kunnen zij zich bewust worden van hun wensen, en overleggen hoe zij die kunnen realiseren. Een bewonersorganisatie die hieruit kan ontstaan zal daarom twee kanten hebben: een consumentenkant, waar bewoners hun wensen bespreken, een producentenkant in de vorm van werkgroepjes. Essentieel daarbij is de wisselwerking tussen beide in het overleg over de haalbaarheid en de praktische uitvoering van de geformuleerde wensen.

Stedelijke boomstructuur Stedelijke boomstructuur

Aantal bewoners en gedefinieerd territorium

Als laagste niveau van de stedelijke boomstructuur neem ik hier de straat, wetende dat er lagere niveaus bestaan (portiek, cul de sac, woongroep, woongemeenschap). Nu is niet elke straat uitnodigend voor het ontstaan van een bewonersorganisatie. Voor de overzichtelijkheid lijkt hier een groep van 100 tot 120 bewoners goed te werken.

Een ander belangrijk aspect is een duidelijk gedefinieerd territorium. Daarmee weten bewoners op welke ruimte zij zich kunnen betrekken.

Gedefinieerd territorium Gedefinieerd territorium

Voorzieningen voor het sociale leven

Voor het leven van een bewonersorganisatie  is het van belang dat hun gedeelde territorium voorzieningen bevat die een sociaal leven ondersteunen, zoals speelplekjes voor kinderen, zitjes voor ouders en ouderen,  een tafel voor (incidentele) feestelijke maaltijden (Barbecue) of koffieochtenden. Of ruimte voor beplanting. En natuurlijk kan hier ook gedacht worden aan het houden van konijnen of kippen.

Voorbeeld

In 1994 kochten de bewoners van de Rotterdamse Stampioendwarsstraat hun straat van de woningbouwcorporatie en zo konden zij hun ‘eigen’ straat inrichten. Daarbij werden zij gesteund door de gemeente.

Stampioendwarsstraat in Rotterdam 2005 Stampioendwarsstraat in Rotterdam 2005

Op het moment gebeurt er iets vergelijkbaars: in de Roggeveenstraat zijn de bewoners bezig hun straat te kopen van de corporatie, ook met het doel deze naar eigen inzichten in te richten en er zeggenschap over te krijgen.

Roggeveenstraat in Den Haag 2017 Roggeveenstraat in Den Haag 2017

Praktische voorzieningen

Voor de werkgroepjes die door de organisatie zijn ingesteld zijn voorzieningen nodig van praktische aard. Zoals een werkplaats, met gereedschap ten behoeve van het onderhoud van de woningen, de beplanting, de bestrating en het straatmeubilair.

Maar bewoners kunnen verder gaan. Met het oog op de effecten van de klimaatverandering kunnen zij denken aan een wadi om overmatige regenbuien op te vangen, waarmee voorkomen wordt dat het riool overbelast raakt.

Een wadi Een wadi Niet alleen maar praktisch! Niet alleen maar praktisch!

Werk of diensten van ‘buiten’

Een bewonersorganisatie kan zich met haar wensen ook richten tot professionele producenten van buiten de eigen groep. Zo kunnen zij besluiten een cateraar in te schakelen of een hoveniersbedrijf. Bewoners kunnen ook de gemeente verzoeken bepaalde wensen te vervullen. Bewoners kunnen ook denken aan ‘mandeligheid’ waarbij zij een overeenkomst sluiten met de gemeente, bijvoorbeeld om materialen te leveren, zoals bomen, hekwerken, bestrating, straatmeubilair of speeltoestellen, waarmee zij vervolgens zelf hun woonomgeving inrichten. Hierbij kan steeds de wisselwerking, tussen de consumenten (de bewoners) en de producenten uit de buitenwereld, gehandhaafd blijven.

Formele organisatie

Voor gezamenlijk beheer van de eigen woningen kunnen bewoners een ‘Vereniging van Eigenaren’ (VvE) oprichten. Bij huurwoningen moeten bewoners een rechtspersoon vormen, bijvoorbeeld een vereniging, die hen in staat stelt een beheerovereenkomst met de corporatie te sluiten. Waar koop en huur gemengd zijn staat op het moment een nieuwe rechtsvorm in de belangstelling: de wooncoöperatie.

Als bewoners zich alleen op de woonomgeving willen richten, (denk aan mandeligheid) dan kunnen zij een vereniging vormen.

Oefenen

Met deze reeks wil ik laten zien hoe de gebouwde omgeving kan bijdragen aan een coöperatieve economie, gebaseerd op de wisselwerking tussen consumenten en producenten. Nu zal de huidige economie van ‘de onzichtbare hand’ nog geen hinder ondervinden van experimenten op het niveau van de straat. Voor bewoners echter kan hier blijken dat een andere economie mogelijk is en dat deze voldoening geeft. Daarbij is de straat een goed ‘oefenniveau’ voor de ontwikkeling van een coöperatieve economie op de hogere schaalniveaus. Daarover meer in de volgende episode.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels