blog

Blog – Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie?

Architectuur

Sinds 1991 speelt het rijk een rol bij het stimuleren van architectuur en ontwerp. Afgelopen donderdag werd in het HNI een tentoonstelling geopend die een overzicht biedt van 25 jaar architectuurbeleid. Sterk aan deze tentoonstelling is dat ze de frustratie over de afbraak van het architectuurbeleid ombuigt in de vraag wat we nu belangrijk vinden. Wat gaat de beroepsgroep eraan doen? En wat behelst een eigentijdse cultuur van bouwen precies?

Jonge architecten worden altijd op een wat meewarige manier bekeken. Ze slaan nieuwe wegen in, ze zijn veelbelovend maar ja, ze hebben nog geen ervaring. Rijksbouwmeester Floris Alkemade sloeg afgelopen vrijdag een andere toon aan. “Ervaring is een groot goed”, zei hij bij de opening van de tentoonstelling ‘Rijk aan Ontwerpkracht’, afgelopen donderdag in het HNI, “maar we hebben ook behoefte aan nieuwe ideeën en improvisatie”.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 2

Rijksbouwmeester Floris Akemade

Cultuur van het bouwen

Deze zoektocht werd gespiegeld aan die welke vorige generaties ondernamen in de jaren 80 en 90 van de 20ste eeuw, toen het moderne bouwen niet meer werkte en de stadsvernieuwing een andere cultuur van bouwen vroeg. Die spiegeling van de huidige vragen aan die van destijds werkte wonderwel goed. Het bracht nostalgische gevoelens boven, want er werd in die tijd veel geld besteed aan het architectuurbeleid.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 3

Overzicht van 25 jaar architectuurbeleid Foto Henk Ovink

Nieuw beleid nodig

Maar ook de verschillen zijn boeiend, zo leerden we uit een tweegesprek tussen Hedy d’Ancona en Adri Duivesteijn. De huidige tijd vraagt om een ander soort architectuurbeleid dan destijds. Duivesteijn ging daarin het meest ver. In de jaren 60 en 70 verpauperden de wijken en was herstel van de steden een belangrijke doelstelling van het architectuurbeleid. Op dit moment spelen sociaal-culturele vraagstukken die om geheel andere antwoorden vragen.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 4

Cover Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp

Toegenomen ongelijkheid

Beide politici wezen op de groeiende ongelijkheid in Nederland. Nu is dat niet bepaald een nieuw onderwerp. Toen Rotterdam in de jaren 80 de bakens verzette en overging tot stedelijke vernieuwing, verscheen een kritisch rapport dat waarschuwde voor een dreigende 2deling. In exact dezelfde bewoordingen als gisteren werd gewezen op de dalende levensverwachting als gevolg van slechte leefgewoonten in de wijken.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 5

Achterstandswijken

Doorsijpelen van vernieuwing

De opsteller van dit rapport werd destijds weggehoond en met de uitkomsten van het onderzoek werd weinig tot niets gedaan. De vernieuwing zou vanzelf ‘doorsijpelen’ naar de achterstandswijken, was de verwachting. Helaas is die nooit uitgekomen. De oplossingen van toen, gebaseerd op wensdenken, werken niet. Het heeft de weg vrijgemaakt voor oplossingen die wellicht minder gewenst zijn.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 6

Rem Koolhaas aan het werk

Architectuur van de stad

De mooiste tijd van het architectuurbeleid was de tijd die vooraf ging aan het opstellen ervan. Het was de tijd waarin de stad opnieuw werd ontdekt en de architectuur daarin een belangrijke rol ging spelen. Adri Duivesteijn kan er smakelijk over vertellen. Hij wees er op dat dit door het rijksbeleid is geïnstitutionaliseerd. Hij liet doorschemeren dat in deze verstening misschien ook het probleem zit.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 7

De eerste architectuurnota verscheen in 1991

Alle kanten op

Rijksbouwmeester Floris Alkemade stelde scherp dat naast continuïteit, behoefte is aan nieuwe ideeën. Hij werd op zijn wenken bediend met korte presentaties door de jonge architecten. Deze gingen op het eerste gezicht alle kanten op; een flink verschil met de jonge generatie uit de jaren 80/90 die veel dichter bij elkaar lag en zich bijvoorbeeld redelijk gemakkelijk liet verenigen onder de noemer Superdutch. Dat is nu niet meer het geval.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 8

Onderzoek naar de kansen van een warmtenetwerk door Dingemans Deys en Jeroen Atteveld

Nieuwe bouwcultuur

Zo lichtte Dingeman Deys het onderzoek toe dat hij samen met Jeroen Atteveld deed naar de kansen van een warmtenetwerk in Amsterdam. Teun van de Ende ging in op de opgave van leegstand en de nieuwe bouwcultuur die zich daarin aftekent. Arjen Vedder liet zijn boeiende onderzoek naar de problematiek van een aantal kleine kernen in de Achterhoek zien.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 10

Het H-Team, vlnr Willemijn de Boer, Maarten van Tuyl, Carolien Ligtenberg, Hilco vn der Wal, Gerben van Dijk, Teun van der Ende Beeld Patricia Borger

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 11Planologen aan het werk in Winterswijk Beeld Arjen Vedder 

Ondernemende architecten

Paul van Bussel lichtte de Energy Academy in Groningen toe en zijn besluit om de stap te maken naar de positie van ontwikkelende architect. Leona van der Wal van Walden, onlangs nog op de cover van de Architect, werkte de stelling uit dat compact wonen meer levensgeluk biedt en tegelijkertijd een kleinere voetafdruk geeft.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 12

Energy Academy Europe in Groningen, ontwerp Broekbakema, De Unie Architecten, e.a.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 13 Studio Walden, tiny house Marjolein

Maatschappelijke waarde

Wellicht is de wens om niet alleen geld, maar ook maatschappelijke doelstellingen een rol te laten spelen, wat de nieuwe generaties met elkaar verbindt. Mooi was dat de oude generatie ze bijviel. Volgens Duivesteijn zitten we in een nieuwe tijd en zul je nu in het ontwerp inzetten op het publieke domein. Enigszins in tegenspraak daarmee wenste hij ook, dat de burgers nu eindelijk eens ‘in hun kracht worden gezet’.

Rijk aan ontwerpkracht, maar voor wie 14

Tentoonstelling ‘Rijk aan ontwerp kracht’, eerder te zien in Delft, nu bij het HNI in Rotterdam

Behoefte aan centrale sturing

Hedy d’Ancona bleek daar niet helemaal gerust op te zijn. Volgens haar blijf je, ook in een participerende samenleving, centrale sturing nodig houden. Ze wees op de wenselijkheid van beleid dat boven al die losse initiatieven uitgaat. We zijn ten slotte onderdeel van een samenleving die we niet graag verder zien afbrokkelen. Een verfrissend geluid in een tijd waarin de burgers alle ruimte wordt gegeven en de overheid slechts wil faciliteren. Maar zo doe je niets aan die ongelijkheid. Ook de ervaring bleef in Rotterdam zijn waarde bewijzen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels