blog

Blog – Detail 17: Onweerstaanbare strips

Architectuur

“Strips?” “Bedoel je die tekeningetjes?” “Suske en Wiske? Donald Duck? Fokke en Sukke?” “Nee, ik bedoel steenstrips.” “Wat?” “Steenstrips.” “Oh, die gezaagde plakjes stenen die je op een achterconstructie bevestigt. Die in Rotterdam verboden zijn, omdat ze een keer bij een heel groot project allemaal van de gevel vielen. Dat Dakpark, waar dagelijks heel veel auto’s langsrijden en waarvan de bestuurders dan meewarig naar die gemankeerde gevel moeten turen.” “Nee, ik bedoel minerale steenstrips!” “Wat?” “Plakjes stucwerk van vier millimeter dik in de vorm van een steen op een harde isolatie geplakt.” “Wat?” “Dat meen je niet.” “Gatver.”

Blog – Detail 17: Onweerstaanbare strips

Mooie materialen, dat is waar we altijd naar op zoek zijn. Materialen met karakter. Hout dat niet is geschilderd. Mooi geaderd met een stevige nerf. Metaal zonder coating, dat glimt, lekker dof is of roest. Kaal beton. Wat is er mooier dan kaal beton? Fluweelzacht uit de prefab mal, ruw met de gietnaden zichtbaar. Een gebouw, een massa, uit steen gehouwen. Of gebakken steen. Uit de handvorm, strengpers, vormbak. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

 Van Schagen nieuw
Nieuwe situatie

Echte materialen. Met karakter. Door echte architecten.
Laat het los.
Welkom in het tijdperk van de verduurzaming. In dit tijdperk pakken we gebouwen in. Om ze te beschermen tegen koude en tocht. Om de energielasten terug te dringen. En dat vraagt om een andere visie op materiaalgebruik.

Inpakken doe je immers niet met steen. Da’s een pavlovreactie van architecten zoals ikzelf die vinden dat materialen echt moeten zijn. Maar dat werkt niet. Want als je een gebouw inpakt met steen, is dat helemaal niet handig. Die halfsteens baksteenwand kan zichzelf namelijk niet dragen. Dus die moet worden ondersteund met flinke stalen geveldragers. Die weer koudebruggen zijn. En die kunnen gaan roesten in de loop van de tijd. En die hebben gewicht, waardoor de dragende wand zelf wellicht ook weer ondersteund moet worden. Enzovoort.

Inpakken, dat weet ieder kind, dat doe je met een leuk papiertje. In de kleur die je aardig vindt en met een strik eromheen. Papier is als gevelafwerking niet ideaal; dus in de jaren tachtig deed men het met plaatmateriaal. Daar was men even lyrisch over (de zogenaamde fassalplaat werd geroemd in de Architect van toen: licht, duurzaam en onderhoudsarm), maar het werd al snel verguisd en verwerd tot punaisebouw. In het ergste geval bleek het ook asbesthoudend. Stucwerk was het ook niet, bleek toen eind jaren negentig de kopgevels van de jaren zestig werden weggesmeerd achter een kale laag van één kleur.

Maar nu is er de minerale steenstrip. Kan dat wel? Is dat verantwoord? Dat is toch hartstikke nep? Daar moet iets mis mee zijn. Wellicht. Maar het is ook overtuigend, zoals blijkt uit een renovatieproject van Van Schagen in IJsselmonde (Rotterdam). Geen hond die ziet dat het geen echte steen is. En je kunt er allerlei mooie details mee maken. En het is onderhoudsarm. En het veroudert niet. Maar het is wel wennen en slikken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels