blog

Blog – Taipei, Koolhaas, Eisenman en de decentrale Aziatische stad

Architectuur

Tijdens mijn master architectuur studeerde ik een half jaar in de Taiwanese hoofdstad Taipei; een kans om op een andere manier naar architectuur te kijken, samen te werken met studenten en docenten uit andere werelddelen, maar vooral; de uitgelezen kans om in een Aziatische metropool te wonen.

Blog – Taipei, Koolhaas, Eisenman en de decentrale Aziatische stad

 

Leven in Taipei

Het wonen in Taipei is natuurlijk volstrekt anders dan in Eindhoven. Eindhoven dat op z’n best lauwwarme drukte kent rond de Dutch Design Week staat in schril contrast met de visuele en audieve brij die Taipei elk uur van de dag op je af zendt. De stad neemt volledig beslag op je manier van leven. Wat je eet, waar je heen gaat, met wie je omgaat, hoe je je verplaatst; alles staat in nauw verband met randvoorwaarden die de stedelijke omgeving biedt. Om dit goed te realiseren was het voor mij kennelijk nodig om in een andere stad te gaan wonen. Een nieuwe ervaring die wat mij betreft zeker bijdraagt aan een breed referentiekader van een ontwerper.



Straatscene in Taipei, Shida Road
 

Een andere rede om op een plek te wonen en studeren die zo anders is dan ik gewend ben is de architectuur. Na de realisatie dat mijn eigen dagelijkse gewoontes voor een aanzienlijk deel worden bepaald door de stedelijke omgeving komt de honger om te ontdekken hoe deze omgeving er eigenlijk precies uit ziet; en hoe die ooit zo is geworden. Taiwan kent bijvoorbeeld een bijzondere vorm van geïnstitutionaliseerde ‘illegale architectuur’ (waarover een andere keer wellicht meer) net als een uitgebreid publiek leven waarbij de grens tussen openbaar en privé zo grijs is dat je soms niet meer weet of je in een woonkamer, tempel of restaurant zit. Dit laatste is goed om mee te maken maar speelt op soortgelijke manieren een rol in andere wereldsteden; een vage grens tussen open en privé is niet persé een Taiwanese of Oost-Aziatische aangelegenheid.

De decentrale Aziatische stad

Het concept van de stad is dat wel. In Europa zijn steden gewoonlijk gebouwd als entiteit op zich; de gehele urbane massa verhoudt zich op een zekere manier tot het centrum; van oudsher vaak een kerk en een marktplein. Het centrum versus de periferie. De Aziatische stad heeft meer weg van een aaneengeschakelde archipel van kleine dorpjes en gemeenschappen die los van elkaar kunnen bestaan. Jainfei Zhu beschrijft in ‘Architecture of Modern China, a Historical Critique’ bijvoorbeeld hoe Beijing van oudsher uit verschillende wijken bestaat die ‘s avonds werden afgesloten zodat niemand er meer in of uit kon. Ook kenden deze wijken soms een eigen rechtspraak en politiemacht.

 

De zee van daken gezien vanuit buitenwijk Xindian
 

Dit thema van decentralisatie manifesteert zich in Taipei ook. In deze stad kun je eindeloos naar het centrum zoeken maar het niet vinden. Het midden van de stad kent weliswaar het nationale monument, het parlement en de ministeries maar hier is verder niets te beleven. Ook aan de skyline is niet af te lezen waar een eventueel centrum zich bevindt; de bekende Taipei 101 staat aan het randje van de stad naast de beboste heuvels. En de grootste night market van de stad, de plek waar ‘s avonds duizenden toeristen en Taipeiers gaan eten, is ergens in de noordelijke buitenwijk Shilin. Op enkele uitschietende torens na bestaat het gehele stedelijke gebied uit woon- en werkgebouwen van tussen de 5 en 12 bouwlagen hoog. Wel zijn er in alle verschillende buurten bruisende wijkcentra te vinden; vaak bestaan deze uit een tempel, een winkelstraat en een night market. Het openbare leven vindt net als in het Westen overal op straat plaats maar culmineert hier vooral in de haarvaten van het stedelijke weefsel en niet persé in de kern.

Uitzicht vanuit de Taipei 101

Het grootste verschil met Westerse of Europese stad is dat dit motief de basis legt voor stedelijke oriëntatie en uitbreiding. – Hoewel Westerse steden soms ook trekjes van de multi-kern-stad krijgen en sommige Aziatische steden ook aan monumentale skylines bouwen is het stedelijke concept in beginsel cultuur bepaald. – De architect bij uitstek die dit heeft beschreven is Rem Koolhaas. In het vuistdikke standaardwerk S,M,L,XL schrijft hij de mislukking van de Bijlmer toe aan de Westerse manier van stadsuitbreiding. Volgens Koolhaas is de Bijlmer in conceptuele opzet niets meer dan een referentie tot het centrum. In alles wat er in Amsterdam zuidoost gebeurt is de Bijlmer afhankelijk van het (historische) centrum; de Bijlmer kan niet op zichzelf staan. De Europese obsessie voor het centrum komt voort uit het denken in een tegenstelling; centrum versus periferie waarin de perifere buitenwijken saai, levenloos en een non-bestemming zijn terwijl het centrum de algemene culturele, sociale en politieke ontmoetingsplek vertegenwoordigt.

Metabolisme

In het essay ‘Singapore Songlines’ schrijft Koolhaas ‘European cousins refine, rediscover the small scale; metabolist Asians – conscious of, even inspired by, demographic pressure – organise other richer, more spontaneous, freer ways of organising congestion.’ De metabolisten, door Koolhaas geprezen als de eerste niet-Westerse avant-garde in meer dan 2000 jaar, stelden in de jaren ‘50, ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw extreme schema’s voor die de naoorlogse groei van Tokyo op konden vangen. Hoewel bijzonder onuitvoerbaar en conceptueel; deze ideeën leggen perfect bloot wat de verschillen tussen west en oost zijn. Waar we in Europa constant met de stad als centrum worstelen denken de Aziaten vooral na over hoe verschillende wijken zich tot elkaar en de natuur verhouden.

Straatscene in Taipei, Roosevelt Avenue

Het is daarom dat Koolhaas enthousiasme op kan brengen voor de soms ongebreidelde stedelijke groei in China. In een directe (en zeer vermakelijke; zie Eisenmans commentaar op Santiago Calatrava vanaf 29:00) discussie met Peter Eisenman beschrijft hij hoe in Aziatische metropolen zoals Shanghai, Singapore en Jakarta de principes van Corbusiers ‘Ville Radieuse’ met groot enthousiasme worden toegepast. (Vanaf 53:00 ongeveer) Peter Eisenman vertegenwoordigt hier de criticaster die vanuit een Westers perspectief de uitholling van het modernisme ziet die het gevolg is van een kapitalistische ‘death rattle’ in de Aziatische woningbouw. Een ‘death rattle’ die ook nog eens leidt tot slechte ‘B-movie architecture’.

Plato en Confucius

Koolhaas en Eisenman vertegenwoordigen naast dit architectonische standpunt ook een metaphysische positie. Eisenman denkt in klassiek westerse termen van goed tegenover kwaad. Het dualistische denken in contrasten is begonnen bij de oude Grieken met de ideeënwereld van Plato en speelt een hoofdrol in de gehele Westerse en Christelijke metaphysische geschiedenis. Tegenstellingen tussen hemel en hel, goed en kwaad spelen een rol in religie en politiek terwijl de tegenstellingen tussen platteland en stad een rol spelen in de stedebouw. In de Chinese Confucianistische filosofie wordt waarheid gevonden in een vereniging van twee uitersten. In de stedebouw uit zich dit in de zoektocht naar een evenwicht van natuur en cultuur verenigd in het stedelijk weefsel. Het baant ook de weg voor meerdere centra in één stad. Of een stad die verschillende identiteiten aanneemt.

 

Ook in Taipei moest er weer gefietst worden; hier op een ‘U-bike’, de OV-fiets van Taipei die metrostations beter bereikbaar maakt

Interessant bij dit gegeven is dat Koolhaas de Aziatische manier van denken lichtelijk heeft overgenomen. Hij ziet dat hetzelfde modernisme van de ‘mislukte’ Bijlmer (vul zo je wilt een andere fel bekritiseerde betonnen buitenwijk in West-Europa in) in Azie juist wél veel weerklank heeft. In China leeft (en speculeert) men met groot enthousiasme in betonnen nieuwbouw en Singapore is letterlijk op een tabula rasa getekend en opgetrokken uit Corbusiaanse flats rondom metrostations. Zonder direct kanttekeningen te maken over slechte werkomstandigheden vraagt hij zich af waarom dit modernisme in Azie wel werkt en wat er hier nieuw is. (57:30)

Het leven in de decentrale stad

Wat is hier anders? Wat is hier nieuw? Als we terug gaan naar mijn persoonlijke verkenning van mijn nieuwe leefomgeving, Taipei, zijn dit de vragen die ik me (net als alle andere exchange studenten) blijf stellen. Zoals ik eerder beschreef is er geen echt centrum; het belangrijkste gevolg is dat ik niet alleen voor verschillende activiteiten en functies op verschillende plekken terecht kan; ook voor sommige zélfde activiteiten kan ik kiezen uit 10 verschillende wijken en plekken. Daarnaast liggen belangrijke punten van congestie, samenkomst en activiteit evenredig over de stad verspreid, hierdoor is de stad in mijn hoofd veel meer een horizontale ‘zee van daken’. Dat betekent dat de verschillende wijken geen hiërarchische rangschikking, maar meer een op zichzelf staande identiteit hebben. Daarnaast zijn de eindstations van metrolijnen bestemmingen waar echt iets te doen is; Tamsui voor de zee, Xindian voor het meer en de night market en Xiangshan voor de olifantenberg vanwaar je de heuvels in kunt wandelen. Dit laatste klinkt misschien wat vergezocht en niet per definitie Aziatisch.

Roosevelt Avenue 

In Europese steden verschuiven nieuwe innovatieve happenings steeds vaker van het centrum naar de periferie; toch, de schaal waarop dit gebeurt is klein vergeleken met de Taiwanese situatie. Een avondje naar een willekeurige night market ergens in de stad is een ingeburgerde activiteit terwijl de gemiddelde Rotterdammer je vies aankijkt bij het idee om ook de Maas maar over te steken naar het zuiden (vanaf 25:20, let ook op de bijrol van Koolhaas) Een gevolg van deze manier van denken is dat je je in een Aziatische stad meer oriënteert van plek tot plek aan de hand van landmarks die over de gehele stad verspreid liggen. In een Europese stad oriënteer je je vooral in relatie tot het centrum.

Hoe speelt dit in Europa een rol?

Laten we even teruggaan naar de woorden van Koolhaas ‘proberen te leren wat daar nieuw en anders is’. Wat kunnen we leren van mijn ervaring in Taipei? Of; hoe Aziatisch zijn de Europese steden? Wat mij betreft opent de ervaring uit een andere cultuur een andere manier om naar onze eigen steden te kijken. Tokyo, Shanghai, Taipei en Singapore zijn ondanks al hun lacunes zoals monotonie en ellenlange reistijden voorbeelden van florerende steden waarbij ieder stadsdeel een onafhankelijk opererende entiteit met een eigen identiteit is. De kritiek op de Bijlmer van Koolhaas komt met een conceptuele verklaring over de Westerse stedelijkheid; mogelijk gemaakt door een contrast te schetsen met Aziatische steden. Wat als we Europese voorsteden en buitenwijken op gaan vatten als fundamenteel onderdeel van de metropool? Londen en Parijs doen dat op het moment allebei door grootschalige updates van het metronetwerk die meer op de periferie dan het centrum gericht zijn; Parijs met ‘le Metro de Grand Paris’ en Londen met ‘Crossrail’. Op deze manier wordt de druk van het overvolle centrum gehaald terwijl de buitenwijken in waarde stijgen.

 

Een night market kraam; een drukke night market bestaat uit tientallen van deze kraampjes die zich allemaal specialiseren in een andere draagbare snack waardoor het publiek al etend langs de verschillen stalletjes kan struinen en het avondeten bij elkaar scharrelt. Een plek waar alle lagen van de bevolking vertegenwoordigd zijn.

Wat mij betreft staan deze projecten voor een visie waarbij niet langer gedacht wordt aan een constante situatie maar waarbij steeds opnieuw wordt gezocht naar een nieuwe manier om de stad vorm te geven. Het is daarom van waarde dat studenten en professionals in de architectuur en stedebouw naar het buitenland blijven gaan om hun kader te verbreden. Steeds blijft de vraag; wat is hier anders? En vervolgens; hoe verandert dit de kijk op onze eigen wereld?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels