blog

Blog – Fietsen in Centraal Azië

Architectuur

In John van de Waters ‘You can’t change China but China can change you’ las ik tot mijn verbazing dat Chinese architecten hun succes gelijkstellen aan het totaal gerealiseerde bouwoppervlak. Stiekem wisten we het natuurlijk al lang; in China telt alleen de kwantiteit. In de Nederlandse bouw zijn we gelukkig over deze manier van scorebordjournalistiek heen, toch? Wij beoordelen de kwaliteit van de architectuur keurig op stedelijke inbedding, socioculturele relevantie, kwaliteit van bouwdetails, tektoniek, plastiek en tactiliteit. Is dit een verschil in cultuur of een gevolg van een verder ontwikkelde cultuur? Tijdens een fietstoer door het Centraal Aziatische Pamir gebergte probeerde ik te heroverwegen wat de tegenstelling voor mij betekent.

Blog – Fietsen in Centraal Azië

De tegenstelling staat voor twee contrasterende manieren van beoordelen. Kwaliteit en kwantiteit. Niet dat we in het Westen vooral naar kwaliteit kijken.Tegenover de vage kwalitatieve merites die worden gehanteerd in het dagelijkse studie en bedrijfsleven lijken we in het weekend en vakanties haast geobsedeerd door het scorebord van onze vrije tijd. Vlieguren, kilometers, snelheid, tijdzones of aantal pistes; opscheppen over de vrijetijdsbesteding gaat vaak gepaard met zeer meetbare resultaten.

 Van Vlerken - Opinie - Fietsen in Centraal Azie

Reclame van een telefoonmaatschappij op een flat in Dushanbe

Zo ook ikzelf; lulde ik tijdens het afstuderen nog de klok rond over de kleinste stedebouwkundige ingrepen; in het weekend hield (en houd) ik mij bij voorkeur obsessief bezig met de meetresultaten van een fietstocht, ­wedstrijdje of ­training; de hartslag, de trapfrequentie; de hoogtemeters. Thuisgekomen analyseer ik de door mezelf verzamelde data via Strava; een online platform waarop fietsers hun ritjes publiceren. In de wereld van Strava tellen enkel de meetbare gegevens; dat komt mooi uit. Het hoogst haalbare goed is het ‘pakken’ van een ’KOM’ (King Of the Mountain) trofee, een klein digitaal kroontje als bewijs dat jij van álle fietsers ter wereld het snelste een bepaald stuk weg hebt gefietst. Een goed ritje levert minstens een paar top­10 noteringen op in willekeurige KOM lijstjes, en bij voorkeur ook een lading pr’s.

Anders gezegd; het contrast tussen de beleving van mijn twee passies; architectuur en wielrennen, kon niet groter. Het was dus slechts een kwestie van tijd voordat er een botsing zou komen.

Dat gebeurde afgelopen maand toen ik samen met Mark de Jong, collega fietskoerier, een 15 daagse fietstocht maakte over de Pamir highway. Deze snelweg doorkruist het barre Pamir gebergte, een bergmassief in de westelijke Himalaya met toppen van boven de 7000 meter. Onder toerfietsers staat de Pamir highway bekend als één van de mooiste, extreemste en uitdagendste tochten ter wereld. Precies de rede dat Mark en ik hier wilde fietsen. De weg is 1450 km lang, loopt van de Tadzjikstaanse hoofdstad Dushanbe naar Oshin Kirgizië. Onderweg passeer je vijf passen van boven de 4000 meter, hoogvlaktes waar nauwelijks iets groeit of iemand woont en immense valleien waar half Nederland in past. En ook in de relatief milde maand juni loopt de temperatuur van de ­-10 tot 40 graden.

 Jan van Vlerken - Opinie - Fietsen in Centraal Azie

De kwaliteit van de weg vraagt om stevige banden

In eerste instantie zijn het vooral die cijfermatige extremen die mij aantrekken. Ik verlekker mezelf bij de gedachte op de Ak­Baital pas van zesenveertighonderd­nog­wat meter te staan zoals een Chinese projectontwikkelaar die zelf voldaan weer een paar miljoen vierkante meter in zijn portfolio bijschrijft. Mijn innerlijke fietser is geobsedeerd door tijd, afstand en hoogte terwijl mijn innerlijke architect daar liever ver vanaf blijft.

De eerste haarscheurtjes in de rationele fiets benadering dienen zich al de eerste dag aan. De aanloop naar het Pamir plateau is 500 km die we het liefst zo snel mogelijk af willen leggen. Dit is moeilijker dan gedacht omdat de slechte wegen en de extreme hitte ons behoorlijk vertragen. Tegelijkertijd groeit bij mij het besef dat hoewel de nummers niet meer rijmen, de beleving van het landschap vraagt meer tijd en energie dan bij een doorsnee rondje in mijn Brabantse kempen.

Bij het fietsen hier spreek ik meer en meer de receptoren aan die ik normaal gesproken in een architectonische ervaring gebruik. Het materiaal van de weg bijvoorbeeld; het verschil tussen asfalt of losse stenen is een verschil van dag en nacht. In Nederland staat het strakke rode asfalt van de fietspaden volledig los van het landschap. In Tadzjikistan kun je naar de bergen kijken om te weten hoe de weg is. Bij steile hellingen van sedimentgesteente is de weg vaak bedolven onder steenlawines of weggevaagd door erosie. Langs brede rivierbeddingen is de weg van grind dat door de wind in wasborden is opgewaaid en in het hooggebergte is er nog wel asfalt te vinden maar is het vaak stukgevroren in de strenge winters.

In ieder geval rollen de banden over een ondergrond die sterk afhangt van de omgeving zoals ook de bebouwing een weerspiegeling is van de natuurlijk verkrijgbare bouwmaterialen. Muren zijn van natuursteen en zijn bedekt met modder en klei. Traditionele daken zijn plat, ondersteund door houten balken en bedekt met dezelfde modder. Soms worden er van rivierklei zongedroogde adobe­-achtige bouwstenen gemaakt, het enige niet­ agrarische product dat er in de gehele Pamirs gemaakt lijkt te worden. De rest wordt allemaal geïmporteerd, vaak uit het altijd export­grage buurland China; dit geldt ook voor bouwmaterialen; van kozijnen tot boilers tot wandbekleding, en zelfs het tentzeil voor de traditionele Yurts.

 Het hele Karakul Meer - Jan van Vlerken

Het gehele Karakul meer

Naast de tastbare beleving van de fietstocht is er de ervaring van schaal. Het lege landschap op het Pamir plateau biedt onbegrensde vergezichten. De immense leegte zonder beschutting neemt elk gevoel voor de menselijke schaal weg. Ontwerpend speel ik ­ net als de meeste architecten­ graag met de verschillende soorten van schaalgrootte; vooral als ontwerper is het daarom bijzonder om deze ongekende schaalgrootte vanaf de fiets te ervaren. Hoogtepunt in die zin was de afdaling van de Ak­-Baital pas (4655m) naar het Karakul meer (3900m). [https://goo.gl/maps/k9wHntpM3462] Bij het uitdraaien van de laatste bocht openbaart het halve meer zich al in de verte; doordat het nog zo klein is de twijfel of dit wel echt het Karakul meer is. Naar mate we verder afdalen over de kaarsrechte weg van 25 kilometer lijkt het uitzicht nauwelijks te veranderen maar het meer groeit toch langzaam in de horizon. Het lijkt wel of we in een extreem sloom vliegtuig de landing inzetten die een uur duurt. Door onze eigen beweging in het landschap ontdekken we pas de grootsheid van de leegte. In een afdaling in Europa schiet het landschap gewoonlijk voorbij. Hier gebeurt er vrijwel niets met het uitzicht terwijl we toch met 35­-40 kilometer per uur richting het meer razen. De achtergrond dichterbij zien komen is bijna als het kijken naar de beweging van de minutenwijzer van een klok. De langzaam maar gestage verandering; in ons geval is het uitzicht gelukkig interessanter dan de minutenwijzer.

Stukje bij beetje groeit ook het besef van de betekenis van de geografische isolatie, gek genoeg is de cijfermatige benadering van architectuur hier meer dan logisch. Het gelijknamige dorp aan het Karakul meer wordt door ons vooral beoordeeld op het feit dat het 130 kilometer ten noorden van het laatste, en 96 kilometer ten zuiden van het volgende dorp ligt. En er is maar één weg. Het idee dat alles wat je hier ziet óf met een vrachtwagen gebracht is óf letterlijk uit de klei getrokken is prikkelend. Van de Chinese plastic binnenwandbekleding met een zeer herhaaldelijk houtmotief tot de snoepjes in de obligate dorpswinkel – ­ kennelijk heeft iemand de moeite genomen om het in een vrachtwagen te laden en hier helemaal heen te rijden. De meeste trucks gaan over de bergpassen niet veel sneller dan wij op onze fietsjes dus je kunt er rustig van uitgaan dat je Chinese wandpaneel vijf dagen in een hobbelende laadbak heeft gelegen.

De realisatie van de afgelegen situatie geeft me een houvast om de architectuur te waarderen voor wat het in de simpelste vorm is, namelijk een gebouwtje. Het feit dat door het gebruik van lokale materialen een synergie met het landschap ontstaat is eerder noodgedwongen dan ontworpen, maar maakt dat het minder mooi? Bouwen in deze afgelegen omstandigheden in combinatie met armoede en het extreme hooggebergteklimaat is al een prestatie op zich.

 Opinie Jan van Vlerken - Fietsen in Centraal Azie

Woongebouw in Osh

Soms is het dus logisch architectuur te reduceren tot de gerealiseerde vierkante meters. Dat kan in dit geval omdat het doel van het bouwen vrijwel strikt pragmatisch is. Chronische schaarste van materialen maakt architectuur tot een zaak van lijfsbehoud, iets waar wij in het Westen niets meer van weten. Het ontbreken van elke architectonische pretentie maakt de gebouwen op de hoogvlakte identiek aan elkaar. De bebouwing groeit organisch om pleisterplekken heen waardoor architectonische en urbanistieke motieven ook organisch groeien. Onbedoeld ontstaat er een natuurlijke architectonische expressie die ook buiten de feitelijke cijfermatigheden om te lezen en te ervaren is. Bouwen is pretentieloos maar geeft in de loop der jaren ontegenzeggelijk uitdrukking aan de cultuur en de gewoontes van de bevolking.

 Opinie Jan van Vlerken - Fietsen in Centraal Azie

Woongebouw in Osh

Die laatste constatering nemen we mee naar de eindbestemming van de reis, het Kirgisische Osh. Net als Tadzjikistan behoorde Kirgizié tot de Sovjet­-Unie en bijna vanzelfsprekend heeft deze tijd een flinke stempel gedrukt op de landen. Osh bestaat vooral uit typische lokale laagbouw die vaak wordt onderbroken door typische betonnen Sovjetflats van vier of vijf bouwlagen. Wanneer we spreken over een combinatie van bouwkundige pragmatiek en architectonische expressie ligt hier misschien wel een mooi voorbeeld. Het sociale ideaal achter deze woningbouw propageert een streven naar het effectief bouwen van vierkante meters. Dit heeft een bouwstijl opgeleverd die overal in de voormalige Sovjet­ Unie vrijwel gelijk is, van het Mongoolse Ulaanbaatar tot Moskou tot hier in Centraal Azië. Zelfs in de West-Europese wederopbouw kennen we pragmatiek van de portiekflats.

Ik vind het opvallend dat vandaag de dag de tijd duidelijk heeft gevreten aan de flats in Osh. Waren ze vroeger wellicht identiek aan de bouwsels in Minsk en Vladivostok, nu tekent de lokale traditie sterk het uiterlijk van wat ooit generiek was. Gevels worden nu gesierd door schotelantennes en andere aanhangsels die in deze regio verkrijgbaar zijn. De woestijnwind heeft op veel plekken de verf van de kozijnen geblazen maar door de droge lucht is verder onderhoud niet per se nodig. Het warme klimaat zorgt op zijn beurt ook voor een actief buitenleven waardoor de gebouwen op straatniveau gevuld zijn met allerhande winkels en eetgelegenheden. Vaak gaat dit ten kosten van het strakke straatbeeld dat kenmerkend is voor de Russische betonbouw. De brede avenues en diepe voortuinen zijn veelal volgebouwd met open overkappingen die wel de zon maar niet de wind tegen houden.

Het Yamchun fort; 3e ­ 1e eeuw voor Chr. Het fort overziet de Wakhan vallei, geflankeerd door de Hindukush bergketen in Afghanistan en Pakistan aan de ene en het Pamir gebergte aan de andere kant. Ook hier is de schaal en geschiedenis van een nauwelijks te bevatten grootsheid.

Wat deze trip me sterker heeft doen inzien is dat een extreem rationele benadering aan de ene en een extreem gevoelsmatige benadering aan de andere kant naast elkaar kunnen en moeten bestaan. Het simpele feit dat de afstand, hoogte en snelheid van een fietstocht niet de werkelijkheid beschrijven staat in het verlengde van de waardering van de architectuur die ik tegen ben gekomen. De waardering voor de vernaculaire architectuur bij het Karakul meer en de verweerde Sovjet flats in Osh ontspringt uit een synthese van de uitersten. Het cijfermatige gaat door zijn extreme vormen tot de verbeelding spreken en krijgt betekenis door de unieke invulling die de bewoners er zelf aan geven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels