blog

Blog – Mies in Heerlen: watching the detectives

Architectuur

Ludwig Mies van der Rohe is een van de grootste architecten van de twintigste eeuw. Hij bouwde in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw grensverleggende huizen, ontwerp het Barcelona paviljoen met de Barcelona stoel en tekende na de oorlog voor veel hoogbouw en universiteitsge-bouwen in Chicago, ongekend voor die tijd. Zijn werk is nog steeds actueel maar onttrekt zich niet aan de tand des tijds. Moeten we het behouden? Zo ja, op welke manier?

Blog – Mies in Heerlen: watching the detectives

In het Schunck paleis in Heerlen is de tentoonstelling ‘Mies en de erfenis van het modernisme’ te zien. Deze agendeert de vraag of en zo ja hoe het behoud van moderne meesterwerken te regelen is. Curator Andrea Cloé kwam op het idee voor deze tentoonstelling toen in 2008 de Mies van der Rohe Award Maastricht aandeed. Aanvankelijk wilde zij een oeuvre tentoonstelling maken, vergelijkbaar met de tentoonstellingen over Oscar Niemeyer en Wiel Arets. Doordat de bruiklenen niet rond kwamen, kwam hier uiteindelijk niets van terecht.

 Mies in Heerlen: watching the detectives. Opinie Harm Tilman

Erfgoed in verval

Heerlen is een stad met veel moderne architectuur. Tal van gebouwen hebben de sloopwoede overleefd uit de periode die volgde op de sluiting van de mijnen (1965). Op dit moment staan nog zo’n 100 gebouwen uit de mijntijd overeind. Sommige daarvan, zoals het Glaspaleis, bioscoop Royal en de Stadsschouwburg verkeren in goede staat. Rondrijdend door de regio viel het Cloé echter op dat een groot deel van dit moderne erfgoed ernstig in verval is. Hoe zou je deze erfenis kunnen bewaren?

 Mies in Heerlen: watching the detectives. Opinie Harm Tilman

Iconische gebouwen

Cloé realiseerde zich dat ze Mies zou kunnen inzetten om deze vraag te agenderen. De ideeën van Mies zijn weliswaar nog altijd springlevend, maar ook zijn werk raakt in verval of zoekt een nieuwe bestemming. De tentoonstelling verdiept zich in vijf objecten van de meester, die de laatste vijf jaar zijn of worden gerestaureerd. Het betreft naast drie iconische gebouwen van Mies (Haus Tugendhat, Lake Shore Drive Appartments), ook twee relatief onbekende projecten (CARR memoriam Chapel, Verseidag fabriek). Je kunt je afvragen of beide laatste nog zouden bestaan als de naam van de meester er niet aan zou kleven.

 Mies in Heerlen: watching the detectives. Opinie Harm Tilman

Materialiteit

De tentoonstelling belicht niet zozeer het ontwerp en de innovatie van Mies’ werk, maar duikt diep in de materialiteit van de objecten, hun bouwwijze, de historische veranderingen die hebben plaatsgevonden en de conditie waarin ze verkeren, zaken die je alleen aan de hand van het origineel kunt uitleggen.

Het betere detectivewerk

Je maakt geen kennis met de ideeën achter het werk, zoals op eerdere Mies tentoonstellingen, maar je wordt direct ondergedompeld in een wereld van geduldig detectivewerk en pathologische rapporten. Je ziet geen foto’s gemaakt op het moment dat de gebouwen zijn opgeleverd en optimistisch hun toekomst tegemoet zien, maar beelden van de meest gruwelijke verminkingen die de gebouwen hebben ondergaan. Ze doen in gruwelijkheid niet onder voor de foto’s die ooit op sigarettenpakjes werden afgedrukt.

 Mies in Heerlen: watching the detectives. Opinie Harm Tilman

Renoveren biedt niet altijd soelaas

Ook beroemde gebouwen blijken met de meest banale problemen te kampen te hebben. Zo regenen de appartementen in de Lake Shore Drive appartments in Chicago door als het ook maar een beetje waait. Maar renoveren biedt niet altijd soelaas en verergert de problemen soms helemaal, zeker als deze worden uitgevoerd met materialen die zich nauwelijks laten verenigen (bijvoorbeeld in termen van porosositeit) met de oorspronkelijk materialen en oppervlakte behandelingen.

Geen reconstructie maar restauratie

De tentoonstelling is geen pleidooi voor een reconstructie waarbij de ideeën worden ‘bewaard’, maar in materieel opzicht vrijzinnig wordt omgesprongen met het werk. Dit leidt vaak tot partiële destructie van het monument. Volgens ‘Mies en de erfenis van het modernisme’ is slechts de materialiteit van het monument zelf de basis voor restauratie, voor een proces waarin het wordt teruggebracht tot ‘wat het echt is geweest’. Alleen zo krijgen gebouwen meer waarde en zullen ze niet meer zo gemakkelijk worden gesloopt.

Remedie

De tentoonstelling laat overtuigend zien wat je voor het behoud van historische substantie uit de kast moet halen. Het vergt een buitengewoon precies onderzoek op plaatsen waar de rot heeft toegeslagen, regenwater een ongenode gast is, schimmels woekeren, enz. Als het teloorgegane werk in kaart is gebracht, is de volgende vraag wat de remedie is. Geen gemakkelijke vraag. Pleisterwerk dat voor de oorlog werd gebruikt is in die samenstelling vaak niet meer te vinden. Maar wat te doen met de details die niet meer voldoen? Ga je die vervangen door details die beantwoorden aan hedendaagse eisen? Of accepteer je de feilen van de oorspronkelijke details?

Betrokkenheid bij monumenten

De tentoonstelling bepleit een nieuwe opvatting van preservatie, een die zich niet beperkt tot ideeën, maar die monumenten ziet als bronnen van culturele activiteiten en de materiële expressie ervan. Voor een regio als Parkstad zou dit een revolutie zijn. Sinds de jaren 60 is daar druk gesloopt. In een regio die zich -terecht- zorgen maakt over haar toekomst, is dat achteraf gezien onverstandig geweest. Een grotere betrokkenheid kweken met monumenten is bepaald geen slecht idee. Zeker ook gezien het feit dat zelfs bij een club als de IBA Parkstad vooralsnog weinig tot geen interesse is te bespeuren voor dit erfgoed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels