blog

Blog – ‘Polemiek is voor ons totaal niet interessant‘ – De voor-en achterkant van architectuur #3 – een gesprek met architect Leon Teunissen

Architectuur

Leon Teunissen van VMX Architects ontvangt me op zijn kersverse locatie aan de Amsterdamse Overamstel. De bureaus en de kasten van het twaalfkoppige bureau zijn over en iedereen is aan het werk, maar aan de keuken en de overlegruimtes wordt nog de laatste hand gelegd.

Blog – ‘Polemiek is voor ons totaal niet interessant‘ – De voor-en achterkant van architectuur  #3 – een gesprek met architect Leon Teunissen

Teunissen geeft zakelijk leiding aan het bureau dat hij samen met Don Murphy in 1995 na het winnen van de Europan3 startte. Beiden leren elkaar kennen toen ze werkten voor de ArchitectenCie.

Ballast

“We hebben net twee vrachtwagens en een zeecontainer laten afvoeren. Alles is weggegooid, daar hebben we vrij lang over gedaan en ik ben er achteraf zó blij om. Wij hebben 18 jaar op dezelfde locatie (de Citroën-garage aan het Stadionplein in Amsterdam) gezeten en het was een ruime locatie waar we heel veel hebben bewaard. 95% van de dingen hebben we nooit meer aangeraakt nadat een project of gestopt of klaar was. En het is een soort ballast die niet meer past bij wat we nu moeten doen, onszelf hervinden.”

 Opinie Harald Sluys Veer VMX Architects-Leon Teunissen 

Nooit in de middenmoot

“Ik studeerde in Delft in hetzelfde jaar als Jacob van Rijs en Nathalie de Vries (MVRDV). En in het jaar voor mij studeerden Bjarne Mastenbroek (SeArch) en Dick van Gameren (Mecanoo). En ik zag dat die mensen in ontwerpen gewoon beter waren dan ik. Ik heb al mijn projecten prima gehaald maar toch zag ik het verschil. En ik had het idee; ik wil nooit in de middenmoot of in de dakkapellenbouw eindigen. Dus toen ben ik rond gaan kijken met het idee ‘wat is nu mijn sterke kant?’ Ik kwam er snel achter dat die in het organiseren ligt.“

Theorie en praktijk

Teunissen specialiseert zich al tijdens zijn studie, door naast architectuur ook vakken te volgen bij de faculteit Civiele Techniek in Delft en aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij neemt een tussenjaar, als assistent-projectleider werkt hij in binnen-en buitenland om te ervaren hoe theorie en praktijk zich tot elkaar verhouden .

Nieuwe studierichting

“Toen ik naar Delft terugkwam voor mijn afstuderen, was net besloten dat de nieuwe studierichting Bouwmanagement zou worden opgericht. En de docent waarbij ik de vakken bij Civiele techniek en in Eindhoven had gevolgd, was gevraagd om hiervoor een programma te schrijven, samen met Carel Weeber. Zij vroegen mij als student-assistent hier aan mee te helpen. We zijn dus met zijn drieen begonnen, Jo Soeter, Carel Weeber en ik hebben dat programma in elkaar gedraaid.“

Vis in het water

“Aan het opzetten van deze leergang, dat programma heb ik anderhalf jaar naast mijn afstuderen gewerkt. Ik voelde me als een vis in het water. Het waren de vakken die ik tijdens mijn studie zélf had willen volgen. En een week voor mijn afstuderen belde Carel Weeber mij op om te komen werken bij de ArchitectenCie.”

Het proces door

Teunissen omschrijft zijn werk als het samenbrengen, organiseren en zo veel mogelijk op een lijn krijgen van alle betrokkenen tijdens een ontwerp- en bouwproces. “Dat begint met je opdrachtgever, met je omgeving. Die omgeving wordt vaak vertegenwoordigd door welstand, stedebouwkundigen en omwonenden. Enfin dat hele traject, wat ik ontzettend boeiend vindt en wat echt leuk is om te doen, dat kost vreselijk veel en vaak negatieve energie die je natuurlijk veel liever ten dienst zou stellen aan die voorkant. Maar je moet dat proces door, je moet dat goed managen om die voorkant zo goed mogelijk te krijgen.”

 Opinie Harald Sluys Veer VMX Architects-Leon Teunissen 

Als een gebouw klaar is, praat niemand meer over het proces

“90 procent van mijn tijd zit in wat ik nu als de achterkant beschrijf, die compleet irrelevant is zodra een gebouw klaar is. Dan telt alleen nog maar wat je met z’n allen geproduceerd hebt. Dat hele proces ben je dan helemaal kwijt, maar als je tijdens het proces de boel niet goed aanstuurt dan krijg je een minder goede voorkant, een minder goed resultaat, daar ben ik van overtuigd. Dat gaat écht ten koste van het uiteindelijke resultaat.”

Dialoog met gebruikers

De voor-en de achterkant zijn volgens Teunissen onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het belangrijkste uitgangspunt vormt voor hem in eerste instantie een dialoog met de gebruiker. “Voor het project Directie Noordzee in Rijswijk mochten we in eerste instantie de gebruikers niet spreken. We wisten wel, dat het ging om Rijkswaterstaat en dat het ging om de zee. Dus hebben we gezocht naar een gebouwvorm die zo flexibel mogelijk was. We hebben alle kernen eruit gehaald en verplaatst naar de 4 hoeken van het gebouw. En we wilden in de gevels uitdrukken van wat wij wisten van de gebruikers. Dus je ziet blauwe tegeltjes en ovale ramen die refereren aan de zee. Die stoere zwarte torens verwijzen naar de projecten van Rijkswaterstaat. Gewoon om iets te maken wat niet puur speculatief is, wat niet twaalf, dertien in een dozijn is.”

Maatpak of confectiepak

“En toen we dit getekend hadden zei de Rijksgebouwendienst, shit… dit is wel heel specifiek voor deze mensen, laten we dan toch maar even met die mensen gaan praten. Dat was een manier om toch aan tafel te komen met de gebruikers. Die kregen een maatpak terwijl ze er van uit gingen dat ze een confectiepak zouden krijgen.” Het project was een van de eerste gebouwen in Nederland die het energielabel A kregen. Nu, twaalf jaar na realisatie plant de rijksgebouwendienst een volgende stap om het gebouw energieneutraal te maken.

 Opinie Harald Sluys Veer VMX Architects-Leon Teunissen 

Kas rond gebouw

“Het idee is nu om een supergrote glazen kas om het gebouw heen te zetten, een fascinerende gedachte. Er is al gesproken of wij daar als architecten bezwaar tegen zouden hebben, dat hebben we helemaal niet. Een gebouw moet leven en zeker na zoveel jaar moet een gebruiker er mee verder kunnen. En als ze onze adviezen nodig hebben graag, maar als ze het zonder ons willen doen vind ik het ook geen probleem.”

Niet achter de mode aanlopen

De kredietcrisis heeft bij het bureau geleid tot een scherpere focus met duidelijke consequenties. Toch volgden Murphy en Teunissen hun eigen weg. “Tot vijf jaar geleden hoefden wij helemaal geen acquisitie te doen. De eerste drie jaar wel. Toen liepen Don en ik met een mapje onder de arm van: ‘zou ik je kunnen spreken?’ Maar we merkten dat het aantal opdrachten in Nederland zó kromp dat we wel naar buiten moesten treden. We hebben het allemaal geprobeerd; met het hele bureau op BIM-cursus, vol inzetten op duurzaamheid, deelnemen aan nieuwe opdrachtvormen. Tot we bij ons zelf te rade gingen en tot de conclusie kwamen dat wij net als al die andere bureaus achter iedere nieuwe mode aanliepen.”

Heil in het buitenland

“Maar die opdrachtenstroom bleef maar krimpen, dus je kan wel als bureau inzet tonen om je vakgebied te verbreden, maar zodra het werk toch minder wordt als de bouw implodeert, dan blijf je elkaar maar beconcurreren. Wij hebben de keus gemaakt om ook ons heil te zoeken in het buitenland. In het verleden kregen we al vragen uit China, uit Zwitserland en we vroegen ons altijd af; ‘wat moeten we daar?’ We willen heel graag als architect een partner zijn vanaf het programma van eisen tot aan de oplevering, dat hele project samen doorlopen. Dat is al moeilijk als je bijvoorbeeld in Nederland een project hebt in Groningen of Maastricht. Gewoon omdat je niet vaak genoeg daar bent. 

Voet aan de grond

Opvallend genoeg is China een van de landen geweest waar VMX Architects bij nader inzien niet op heeft ingezet. De reden hiervoor is zowel voor de hand liggend als verrassend. “In 2006 hebben we tijdens een gewonnen internaionale prijsvraag voor een hotel in Mongolië veel contacten opgedaan. Op basis van die contacten zijn we gaan uitbouwen, met een Chinese medewerker die op en neer pendelde naar China. Don en ik zijn ook vaak naar China gegaan en daar kwamen we alle andere Nederlandse bureaus tegen. Giel Groothuis van Dutch Design Workspace voorspelde dat het ons 2 tot 3 jaar en 2 à 3 ton zou kosten om voeten aan de grond te krijgen. Wij dachten dat sneller en goedkoper te kunnen doen, maar achteraf gezien had hij helemaal gelijk.”

Taal als barrière

“Op een gegeven moment hadden we twee opdrachten voor de universiteit van Shanghai waar we aan werkten met een lokaal ingenieursbureau en die nu bijna klaar zijn. Toen merkten we wat voor een barrière het taalverschil was. En er is iets veranderd in China. We zien er leuke en jonge bureaus opkomen. Allemaal met mensen die bij Foster, Nouvel, Koolhaas, noem maar op hebben gewerkt. Dat zijn mensen die de taal dus wel spreken en bovendien dezelfde benadering hebben tot architectuur.”

Inlopen van achterstand

“In 2005 was onze aanpak, en die van andere westerse bureaus, nog uniek. In 2011 had die nieuwe generatie Chinese architecten de achterstand ingelopen. Wij dachten wat we nu doen is naïef, wij zijn geen Koolhaas of Nouvel, die hebben ze nog wel nodig. Maar wat wij kunnen, dat kunnen de lokale bureaus even goed. Toen dat kwartje viel zijn we er meteen mee gestopt.”

Werken in Midden-Oosten

Het bureau werkt simultaan aan verschillende opgaven in België, Zwitserland en het Midden-Oosten. Dit laatste gebied neemt een belangrijke plaats in. “Daar lagen zoveel kansen dat we hebben gezegd: we gaan ons helemaal richten op dat gebied. We hebben sinds kort een kantoor in Muscat, Oman en daar werken nu zes mensen. We hebben daar een groot huis gehuurd waarvan de benedenverdieping dienst doet als kantoor. En dat liep heel erg goed totdat de olieprijzen kelderen. Dat betekent dat de overheidsopdrachten op dit moment ‘on hold’ zijn.

Opinie Harald Sluys Veer - Leon theunissen_VMX 

Allemaal civiel-ingenieurs

Maar de particuliere opdrachten lopen gewoon door. En daar kunnen we het verschil echt laten zien. De lokale architecten in het Midden Oosten zijn eigenlijk allemaal civiel ingenieurs. Mensen die ontwerpen vanuit de gebruiker en de opdrachtgever, kennen ze daar niet. Ze denken daar nog vanuit de bouw, vandaar dat we daar op dit moment leuke dingen doen.’

Modernisme als uitgangspunt

Teunissen geeft openlijk toe dat acquisitie niet zijn sterkste punt is. Maar dat zodra een mogelijkheid zich aandient om in gesprek te komen met opdrachtgevers of gebruikers, dit vaak leidt tot een match. “Modernisme is beslist een uitgangspunt voor ons; we werken vanuit het idee van een betere wereld. We proberen de hele dag iets te realiseren wat optimistisch is, wat innovatief is en wat mensen beter maakt in hun functioneren, in hun leven en wonen.”

Tegen het behaagzieke

“Iets wat puur behaagt, het postmodernisme of noem het wat je wilt, dat puur behaagzieke dat kunnen wij gewoon niet. Al zouden we het proberen dan lukt het ons gewoon niet. We komen net uit de Citroëngarage aan het Stadionplein van Jan Wils. Die gebouwen stralen uit waar we naar zoeken. Die signatuur die we zelf nooit omschreven hebben, maar die we wel terugzien in omschrijvingen van ons werk, die kwinkslag waar jij over spreekt. Die proberen we toe te voegen aan ons werk. Bijvoorbeeld met een kleur, een structuur, een materiaal of een diagonale lijn.”

Hoekig of onverzettelijk

“Mensen die onze achterkant kennen zijn laaiend enthousiast, mensen die enkel onze voorkant kennen zijn niet altijd even enthousiast. Wel mensen die vakmatig geschoold zijn, collega’s zijn vaak erg positief, maar bij ontwikkelaars en woningbouwverenigingen zien ze vaak dat het werk vrij markant is. En ze denken dan dat wij ook heel hoekig of onverzettelijk zijn.”

Weg van de polemiek

“We vinden het totaal niet interessant om mee te doen in de architectuurpolemiek. Wij vinden dat onze gebouwen moeten bijdragen aan de ontwikkeling van de samenleving. Wat dat betreft zijn wij een beetje ouderwetse socialisten met het idee; ‘ik kan de wereld verbeteren‘. Dat blijven we ondanks dat in de architectuurwereldvan de afgelopen 25 jaar veel andere visies hebben bestaan. Met onze gebouwen kunnen we de levens van mensen verbeteren en de kwaliteit van de stad, dat is onze drive nog steeds.”

Blij met je gebouw

“Natuurlijk is een mooie publicatie of een positieve recensie fijn maar wat veel interessanter is, is wanneer een bewoner, gebruiker of patiënt van een zorginstelling blij is met een gebouw. Toen we Zeist een week of twee na de oplevering bezochten, kwam een meisje haar kamer uit. Het was een patiënt die net haar intrek had genomen. We vertelden haar dat we van het architectenbureau waren. Ze zei toen: ‘Dan wil ik jullie graag vertellen dat ik me nu al beter voel, doordat ik in zo’n mooie omgeving zit.’”

Waar je het voor doet

“Dat is waar je het voor doet, ik heb het maar een keer zo letterlijk gehoord, maar als je bijvoorbeeld een schoolgebouw hebt gemaakt en je hoort dat ze in de jaren daarna meer inschrijvingen krijgen, dan denk je; Nah dan hebben we iets goeds gedaan. Dat is voor mij de voorkant, zeg maar.”

Weten wat je kunt

In dit derde gesprek over de voor-en achterkant van architectuur heeft Leon Teunissen me duidelijk gemaakt dat het belangrijk is te weten wat je kunt. De persoon Teunissen is zich, net als het bureau wat hij leidt, zeer bewust van zijn sterke en zwakke kanten.

Volgende gesprekspartner

Op de vraag wie mijn volgende gesprekspartner in deze reeks wordt, antwoordt Teunissen zonder aarzeling, dat dit “bouwer/ontwikkelaar Andre van Bekkum moet zijn, de derde generatie van een familiebedrijf met wie we hebben samengewerkt in Almere. Ik heb een enorm respect voor die man. De risico’s die hij gelopen heeft. Zijn bedrijf bijna op het spel gezet om dat project te realiseren. Gewoon elke dag opstaan en je best doen, ik kom maar weinig mensen tegen met zo’n instelling.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels