blog

Blog – Lateness in architectuur en politiek

Architectuur

Twee maanden geleden haalde ik een discussie aan tussen Peter Eisenman en Rem Koolhaas over het gegeven van urgentie in architectuur. Volgens Eisenman leven we in een tijd waarin urgentie is verruild voor haast. Met als gevolg een laat moderne stijl waarbij de vorm belangrijker is dan de inhoud. Dezelfde uitholling van waarden is te vinden in de opkomst van het rechts populisme; er wordt gesproken van ‘late-stage democracy’. De verkwanseling van inhoud is nog wel het beste te zien bij vastgoedmagnaat en mediacowboy Donald Trump. In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen vraag ik me af wat ‘lateness’ dan precies inhoudt. En wat hebben politiek en architectuur dan gemeen?

Blog – Lateness in architectuur en politiek

Urgentie wordt haast

Volgens Eisenman bevindt de moderne architectuur zich in de late fase van de eigen stijl (vanaf 24:00). Daarmee wil hij zeggen dat de fundamentele drijfveren van het modernisme zijn uitgehold zodat alleen de vormentaal nog overblijft. Met als belangrijke factor de stuwende kracht van nieuwe en directe media. Overal ter wereld bedienen architecten zich – vaak in het kielzog van gewiekste politici of oliesjeiks – van de strakke vormentaal van het modernisme zonder veel omkijk te hebben naar enige betekenis.

De intrinsieke vernieuwingsdrang van het modernisme is daarbij verworden tot een stijlvorm; wereldwijd dromen steden van het Bilbao-effect waarin architectonische originaliteit niets meer is dan een marketing tool. Steeds bouwen we gekker sneller en absurder. Eisenman beweert dat we daarmee in de Rococo fase van de moderne architectuur zitten. Hij wijst daarmee meteen even Santiago Calatrava aan als de opper Rococo modernist en ambassadeur van het wauw-effect. Dus als we over urgentie praten kunnen we beter ‘haast’ zeggen. Haast om vlug nog even deel te nemen aan de moderniteit, haast om present te blijven in de media en haast om uit het modernisme te ontsnappen, op weg naar een nieuw paradigma. Urgentie wordt door Eisenman gebruikt als een soort scheldwoord om de uitholling van de waarden en ideeën te beschrijven die de symptomen zijn van de drang om te ontsnappen aan de ‘late stijl’.


De skyline van Dubai, voor velen het toonbeeld van luxe, voor anderen een doorn in het architectonische oog

Nu klinkt het einde van een stijl of tijdperk behoorlijk dramatisch maar dat hoeft het niet te zijn. Eisenman wijst op de waardering die Edward Said geeft aan de late stijl in zijn laatste boek ‘On Late Style – Music and Literature Against the Grain’. Als er geëxperimenteerd word met extremen wordt de relatie tussen stijl, vorm en context op scherp gezet en is er wellicht kans iets nieuws te ontdekken. We zouden in plaats van ons te haasten af moeten remmen om te kunnen begrijpen wat de drijfveer is achter stijl. Klinkt niet verkeerd zou je misschien zeggen; dat is totdat we over ‘late-stage democracy’ beginnen.

Late democratie

Onlangs las ik een artikel van de politieke commentator Andrew Sullivan waarin lateness wordt gebruikt in de politieke context. De huidige westerse democratie zou nu ten prooi zijn gevallen aan zijn eigen late stadium. Dat is een staat waarin de vrijheden die we hebben verworven zo groot zijn dat vrijheid zich tegen zichzelf keert in de populaire drang naar meer autoriteit en voelbare daadkracht in de politiek. Met natuurlijk de opkomst van Donald Trump als toonbeeld van de neerwaartse spiraal.

Trump; het icoon van de politieke en architectonische leegte

Nu de naam Trump is gevallen is de link tussen architectuur en politiek makkelijk te maken; in een blog van Harm Tilman viel al te lezen dat architectuur en politiek bij Trump op dezelfde kitscherige manier worden bedreven. Het roept een beeld op dat bijna esthetisch is van pure wansmaak. De boze machtige witte man met dubieuze politieke motieven die bekend staat om potsierlijke architectuur, slechts bestaand uit stijlmotieven en pastiche. De overdaad en de gladheid die de figuur Trump uitstraalt past in al zijn opportunisme perfect in het beeld van de uitholling van een stijl. Het is dan ook verleidelijk om de snelle conclusie te trekken dat dit het is; in alle haast zijn we vergeten wat zowel democratie en architectuur zouden moeten betekenen. Het wauw-effect wint het van de kritische dialoog.


De Trump Tower in Las Vegas

Ondertussen verkneukelt de linkse elite zich bij het aanzicht van hun eigen gelijk. ‘Zie je nou wel dat het rechts populisme het verstand volledig is verloren!’ Sullivan wijst de democraten die de afbraak van de republikeinse partij én de verkiezingswinst van Hillary Clinton met veel schadenfreude tegemoet zien op het feit dat de opkomst van Obama via hetzelfde mechanisme plaatsvond als de opkomst van Trump. Dat mechanisme is de opkomst van de directe en interactieve massamedia.

Nieuwe media

De mediagenieke Obama dankt zijn succes in het de verkiezingscampagnes van 2008 en 2012 aan slim gebruik van sociale media, het leverde zowel populair draagvlak als een gigantisch aantal kleine campagnesponsoren op. Mede daardoor versloeg hij de kandidaten uit de eigen partijelite en later de republikeinen John McCain en Mitt Romney.

Zowel Obama als Trump zijn een product van het huidige mediaklimaat en sluiten elkaar niet uit. Het verschil tussen de twee ligt op een ander vlak; Sullivan koppelt de opkomst van Trump aan de excessen van de ‘late-stage democracy’ zoals Plato deze beschrijft in zijn werk ‘de Republiek’. Daarin stelt Socrates dat tirannie slechts kan ontstaan uit een compleet vrije en democratische samenleving. De reden daarvoor is kort gezegd dat democratische macht van de samenleving niet meer gebruikt hoeft te worden om meer vrijheid te krijgen. In plaats daarvan keert de boosheid en angst van het volk zich tegen de elite omdat ongelijkheid niet meer te aanvaarden is. Dit is het moment waarop een potentiële tiran zijn kans grijpt volgens Socrates. Vertaald naar vandaag de dag is dat ongetwijfeld de persoon die de sociale media het best kan bespelen.
  

De hyperdirecte democratie
Dat brengt ons terug naar de frustratie van Peter Eisenman. Hij hekelt het belang dat architecten, net als politici, vandaag de dag hechten aan de continue aanwezigheid in alle vormen van media en dus de druk en snelheid die daarmee opgelegd worden aan architectuur. Het is niet de opkomst van het internet op zich die deze druk teweeg brengt. Dat is de combinatie van artistieke en democratische vrijheid je uit te drukken. De komst van het web heeft alleen als een enorme katalysator gewerkt waarvan we de politieke gevolgen nu kunnen zien. Er is een vorm van hyperdirecte democratie waarbij de populariteit van architecten en politici zeer precies te meten zijn in de hoeveelheid online verkeer. De vrijheden die de afgelopen 200 jaar stukje bij beetje gegroeid zijn komen nu allemaal samen in de massale personalisering en democratisering van media. In de architectuur leidt het tot de door Eisenman beschreven onontkoombare haast en in de politiek opent het een podium voor polarisering en populisme.

Peter Eisenman op de Akropolis in Athene

Is lateness dan het begin van het einde? Om daar iets over te zeggen moeten we dieper inzoomen op waar het begrip lateness vandaan komt. Eisenman refereerde al aan Edward Said. Saids fascinatie voor lateness is een fascinatie voor de sterfelijkheid in de kunst. Hij is sterk beïnvloed door de filosoof Theodor Adorno die op zijn beurt bewondering uitsprak over het late werk van Beethoven.

De late Beethoven

In ‘Spätstil Beethoven’ beschrijft Adorno hoe de Beethoven in zijn hoogtijdagen een artistiek estetische prestatie leverde door iets nieuws te creeren waarin de balans tussen conventies en subjectiviteit perfect ingezet is. De formele muzikale taal wordt schijnbaar moeiteloos getransformeerd om de subjectieve artistieke uiting mogelijk te maken. De late Beethoven daarentegen breekt zijn eigen stijl open, de conventies zijn niet langer keurig gevangen in de subjectiviteit van de meester, ze zijn daarentegen versplinterd opgenomen in deze late stukken. De criticus kan het op dit moment bijna niet weerstaan te zeggen dat de dood al langzaam zijn intrede doet. Hij is het verleerd. Adorno juicht de erkenning van de dood juist toe in de late werken. Het openbreken van de eigen stijl laat de dood toe maar is ook een manier op het eigen werk te evalueren door te laten zien uit welke elementen de stijl bestaat.

De late Beethoven is volgens Said daarom vaak een beginpunt voor muzikale analyse voor wat na Beethoven komt, niet in de laatste plaats door Theodor Adorno zelf. De late stijl gaat dus niet alleen over eindigheid of ouderdom maar ook over vereeuwiging en opvolging. De late stijl verdient daarom aandacht en grondige analyse om een kritisch standpunt in te kunnen nemen.

Partial figuration

Eisenman stelt voor om ‘partiële figuratie’ te introduceren. In dit model verruilen we het architectonische diagram voor de onvolledige figuur. Dit is een directe reactie op architectuur die steeds meer op de mediagenieke diagrammen begint te lijken. De partiële figuur kan niet naar die valkuil lijden omdat de mogelijke interpretatie zeer open is. Wel brengt het de discussie op gang en geeft het een middel om onderzoek en discussie in architectuur terug te brengen van clickbait en soundbites naar de ruimtelijkheid en beleving. Volgens hem het grondbeginsel van het vakgebied.

Het World Trade Centre station in New York van Calatrava. Peter Eisenman: ‘of course the consummate Rococo figure of our time is Santiago Calatrava, who people like because -in the same way like Gothic architecture- it’s sweet and easy (…) and of course I do resent someone spending 2 billion dollars on a subway station that looks like a bird while I have absolutely no idea why a subway station should either look like a bird or cost 2 billion dollars.’

Mee eens of niet; hij is in ieder geval op zoek naar manieren waarop de snelheid van nieuwe media wél een kritische bijdrage kan leveren aan het debat. Deze houding laat zien dat wat het gevolg is van de Adornos visie op lateness, namelijk de wil om in de gaten die anderen in democratische en architectonische waarden slaan te zien wat deze waarden eigenlijk überhaupt waren.

Dus ja, de late stijl betekent het einde, maar vooral het einde van het leven van één persoon. Wanneer lateness op de huidige democratie én architectuur word geprojecteerd resoneren wel de woorden ‘versplintering’ en ‘openbreken’. De opkomst van het internet met als gevolg de enorme snelheid in de media heeft zowel in de politiek als in de moderne architectuur de relatie tussen conventies en subjectiviteit op scherp gezet. Beide gebieden veranderen maar zijn niet noodzakelijk ten dode opgeschreven.De mogelijkheid ligt bij degene die de nieuwe randvoorwaarden het best begrijpt. En dat kan een Obama of een Trump zijn. Een type Eisenman of een Calatrava.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels