blog

Werken in architectonisch krachtenveld. Bioscoop Pathé in Maastricht door Powerhouse, deel 2

Architectuur

Bioscoop Pathé in Maastricht heeft recent haar deuren geopend in het nieuwe Sphinxkwartier en is met zijn monumentale voorkomen een controversieel ontwerp. Architectuurcentrum Topos uit Maastricht vroeg mij een kritiek te geven op de architectuur en de stedebouwkundige inpassing, maar ook in te gaan op het belang van architectuurkritiek en de vorm ervan. Deel 2 van een driedelige serie over architectuurkritiek.

Werken in architectonisch krachtenveld. Bioscoop Pathé in Maastricht door Powerhouse, deel 2

Net boven de binnenstad van Maastricht ligt het Sfinxterrein dat wordt ontwikkeld tot een nieuw gebied van de stad. Een van de eerste gebouwen die daar is opgeleverd is de Pathé bioscoop naar een ontwerp van Powerhouse. Op het moment dat ik het bezocht draaide daar voor een groot publiek populaire films als Spectre en Star Wars. De bioscoop ligt tussen de Boschstraat en het achterliggende Eiffel gebouw. Deze situering is stedelijk gezien omstreden.

De Pathe Bioscoop aan de Boschstraat in Maastricht, ontwerp Powerhouse

Architectuur is van iedereen

Wanneer de mensen die de plannen voor het gebouw hebben gemaakt, zoals opdrachtgevers, architect, adviseurs en bouwers, weer zijn vertrokken, zal de bioscoop bezocht blijven worden door bewoners en bezoekers van Maastricht. Architectuur is in die zin van iedereen en de vraag is dan ook hoe de aspiraties van een stedelijke cultuur zijn vertaald in architectuur. Ontwerp is dan ook meer dan het glazuurlaagje op de cake. Het maakt architectuur van een gebouw waar we naar toe gaan om films te bekijken, college te lopen, of wat dan ook.

Dit alles onderstreept misschien het belang van een kritiek die is uitgerust met een wens en een vocabulaire om de stad opnieuw te maken. Van kritiek wordt gezegd dat ze in een voortdurende staat van crisis verkeert. Het in 2012 verschenen boek ‘Writing About Architecture’ van Alexandra Lange laat echter zien, dat de kritiek een lange traditie kent en op verschillende manieren kan worden bedreven. Uit dit boek licht ik vier benaderingen die wellicht helpen bij het bepalen van een standpunt.

Lewis Mumford en de skyscraper

Lewis Mumford (1895-1990) is een criticus die naast en in het gebouw staat, alleen zijn eigen ogen vertrouwt en op deze manier een puur beschrijvende kritiek levert. Wat voor hem belangrijk is, is dat ook voor zijn lezers: waar lijkt het gebouw op, hoe stelt het zich voor, wat betekent het? Hij gaat het gebouw in, hij bekijkt het vanaf de straat en vanuit de verte, in de skyline bijvoorbeeld. Het gebouw is geen sculptuur maar deel van de stad, hoe mensen daarin lopen, het weer.

Lewis Mumford (1895-1990)

Een van zijn bekendste kritieken is die uit 1952 op het Lever House van SOM, de eerste glazen wolkenkrabber die na de tweede wereldoorlog in NYC is gebouwd. In dit artikel laat hij zien hoe het ontwerp van wolkenkrabbers verandert. Ze zijn in zijn ogen geen vrijstaande sculpturen meer, maar constructies die effectief inspelen op de plek, publieke open ruimte bieden en een symbool zijn van Amerikaans optimisme. Langs deze lijnen bespreekt hij het Lever House als een organisme, dat niet alleen voetgangerspatronen beïnvloedt, maar ook het weer en de manier waarop een stad zichzelf ziet.

Lever House in New York City van SOM uit 1952

Mozart van de architectuur

Paul Goldberger (1950) was een van de eerste critici die zich concentreerde op de persoonlijkheid van de architect. Hij start al zijn besprekingen met de man, niet het gebouw. De stedelijke ervaring telt voor hem niet, je ziet Goldberger zelden door een gebouw wandelen. Ik denk dat dit vooral komt door zijn belangstelling voor de spelers die in zijn tijd het internationale architectonische podium betraden.

Paul Goldberger (1950)

Typerend voor zijn werkwijze is het begin van zijn bespreking uit 2005 van de Hearst Tower in New York. Goldberger schrijft: ‘Norman Foster is de Mozart van het modernisme. Hij is vlug in zijn bewegingen en is zeer productief. Zijn gebouwen worden gekenmerkt door lichtheid en elegantie. Hij werkt heel hard, maar zijn ontwerpen verraden op geen enkele manier de geleverde inspanningen.’

Hearst Tower in New York door Norman Foster, 2005

Ofschoon Foster een beursgenoteerd bedrijf is en er duizenden mensen werken, doet Goldberger het voorkomen alsof Foster in zijn eentje het gebouw heeft gemaakt.

Ne deze inleiding vat hij de carrière van Foster samen. Het gebouw wordt daarna met woorden gevat die vooral naar beweging verwijzen. De toren is een glinsterende raket die uit het lanceerplatform omhoog schiet.

Reïncarnatie van Marilyn Monroe

Weer een heel andere benadering kenmerkt de kritieken van Herbert Muschamp (1947-2007). Dit is een criticus die kritieken overmand door emoties over een gebouw schreef in een altijd flamboyante stijl. Muschamp probeerde de atmosfeer van een gebouw te beschrijven met behulp van slang, muziektaal, poëzie, film clips.

Herbert Muschamp (1947-2007)

Karakteristiek is zijn kritiek uit 1997 van de Guggenheim in Bilbao waarin hij anticipeert op de globalisering van architectonische sterren en stijlen. ‘De toekomst kan overal plaats vinden, zoals ook Amerikaanse kunst. Als je een blik wilt werpen op het hart van de hedendaagse Amerikaanse kunst, dan heb je een paspoort nodig. Je zult je koffer moeten pakken, de VS moeten verlaten en het vliegtuig moeten nemen naar Bilbao, een kleine roestige stad in het noordoosten van Spanje.’

Museum Guggenheim in Bilbao door Frank Gehry uit 1997

Het belang van Gehry’s gebouw ligt in de ogen van Muschamp voorbij de architectuur. Hij besteedt nauwelijks aandacht aan het gebouw, de materialen, of de geschiktheid ervan om kunst te tonen. Voor hem is het gebouw onderdeel van een veel groter plaatje. Voor hem is het museum een acteur, een speler op verschillende podia van cultuur, economie en toerisme. Niet geheel onverwacht vergelijkt hij het museum als een reïncarnatie van Monroe.

Het spel en de knikkers

In de figuur van Michael Sorkin (1948) ontmoeten we de activistische criticus bij uitstek. Sorkin schreef in de Village Voice, de Groene Amsterdammer van New York, over het werk, de politiek en de machinaties van architecten als Philip Johnson, maar ook van instituties als het Moma en de NY’se welstand. Voor Sorkin is architectuur zowel een kunstvorm als een spel, zij het een spel dat hard wordt gespeeld. Kritiek is voor hem dan ook een gevecht, eerder dan een esthetische exercitie.

Michael Sorkin (1948) 

Het meest bekend is zijn kritiek uit 1985 op het ontwerp van Michael Graves voor de uitbreiding van het Whitney Museum in NYC. Dat laatste gebouw is een brutalistisch gebouw van donkergrijs graniet dat 20 jaar daarvoor was ontworpen door Marcel Breuer.

De toevoeging van Graves zou de omvang van het museum bijna verdrievoudigen door aan de zuidkant een vijf verdiepingen roze graniet structuur toe te voegen die met het bestaande donkergrijze gebouw is verbonden door een paarsgrijs scharnier, en op het gebouw nog eens extra vijf verdiepingen.

Michael Graves, ontwerp voor de uitbreiding van het Whitney Museum in New York, niet gerealiseerd, 1985

Terwijl Graves zijn uitbreiding zag als een architectonische compositie waarmee Breuers gebouw in een breder, de Amerikaanse tijdgeest weerspiegelend schema werd ingepast, beschouwde Michael Sorkin het als “een nukkig, oedipaal werk, als een aanval op een modernistische vader door een intolerant kind, dat misschien blind of onervaren, maar in ieder geval moorddadig is”.

Werken in krachtenveld

Wat kunnen we leren van dit overzicht, als we de bioscoop willen bespreken? Je kunt in dit geval niet net doen alsof Powerhouse het gebouw helemaal zelf heeft ontworpen. In de jaren 80 en 90 was dit functioneel, de autobiografie speelde een grote rol in de postmoderne architectuur van die tijd. Het liep vooruit op de cultuur van de sterarchitect die direct daarna de kop opstak. In de huidige tijd speelt de persoonlijkheid van de architect echter niet een dergelijke rol meer.

De Pathe Bioscoop aan de Boschstraat in Maastricht, ontwerp Powerhouse

Ook van belang is, dat Powerhouse in een heel ander krachtenveld opereerde dan laten we zeggen architecten als Jo Coenen of Alvaro Siza, dertig jaar geleden voor Ceramique. Aan de ene kant was er een opdrachtgever met ideeën en wensen die al vastlagen voordat het ontwerp überhaupt was begonnen. Pathé weet natuurlijk als geen ander hoe je mensen een film kunt laten bekijken.

De entree van Pathe Bioscoop in Maastricht, ontwerp Powerhouse 

Tegelijkertijd speelden in het proces tal van adviseurs een rol die niet werden aangestuurd door de architect, maar door een ontwikkelaar die optrad als gedelegeerde opdrachtgever. Tot slot spreekt uit het stedebouwkundige masterplan van Frits Palmboom een duidelijke visie op de Boschstraat en de rol van het gebouw daarin. Ook die opvatting heeft de keuzes beïnvloed die Powerhouse heeft gemaakt. We moeten ons dus wel verdiepen in het proces.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels