blog

Detail 10 – Polychromie in haar zuiverste vorm

Architectuur

Dat is dan een genant moment, dat ik een woord dat elke architect in zijn woordenschat zal hebben, niet ken: polychromie. Volgens de Nederlandse encyclopedie betekent het: ‘De toepassing van verf of versieringen in verscheidene kleuren. Deze term wordt meestal gebruikt met betrekking tot beeldhouwwerk, architecturale versiering, keramische objecten en verschillende oude kunstvoorwerpen. Gebruik “polychroom” voor het kenmerk dat dit proces beschrijft.’ U wist dit natuurlijk al lang.

Detail 10 – Polychromie in haar zuiverste vorm

Tot het begin van de negentiende eeuw draaide architectuur in Europa om de drie basisprincipes van de Romeinse architect Vitruvius; firmitas (stevigheid), utilitas (functionaliteit) en venustas (schoonheid). Deze waarden die in de renaissance een herwaardering beleefden, werden gezien als puur en zuiver. Kleur nam hierbij geen belangrijke plaats in, het werd beschouwd als een secundair ambacht. Gekleurde interieurs waren wel aanvaard, maar aan de buitenkant toonden gebouwen de natuurlijke kleur van het materiaal waarin ze waren opgetrokken. En zo was het altijd geweest, dacht men.

 Pantheon - Opinie Marjolein van Eig - Polychromie in haar zuiverste vorm
Parthenon-reconstructie door Gottfried Semper

Tot de Franse architect Jacques Ignace Hittorf rond 1830 in verschillende essays beschreef, dat antieke gebouwen wel degelijk veelkleurige versieringen op de gevels hadden getoond. Deze kleuren hadden de tand des tijds echter niet doorstaan, waardoor men ten onterechte had aangenomen dat de gebouwen altijd hun natuurlijke materiaal hadden getoond. Deze vondst was redelijk schokkend, want tot dan toe beschouwde men het efemere karakter van kleur als niet passend bij de pure en zuivere antieke gebouwen.

Nu zijn puur en zuiver gevaarlijke woorden wanneer het om architectuur gaat. Ook wanneer het niet over architectuur gaat, maar dat hoort even niet hier. Het bijvoeglijk naamwoord echter, efemeer (uh, kende ik eigenlijk ook niet), klopt wel, want kleur is immers kortstondig van aard, zeker in verhouding tot de duurzaamheid van de constructie zelf. En de gebouwen werden juist zonder de kleurversieringen enorm gewaardeerd. Kleur was dus uiteindelijk van ondergeschikt belang.

 Opinie Marjolein van Eig - Polychromie in haar zuiverste vorm
Penitentiaire inrichting De Schie door Carel Weeber

En daar kan ik me goed in vinden. Kleur degenereert nu eenmaal snel, wordt vaak niet goed onderhouden en zo komt het dat een vrolijk gebouw er na een jaar of tien armoedig kan uitzien. Daar gaat de vrolijkheid. Het laten zien van het naakte materiaal lijkt veel verstandiger, want dit veroudert op een natuurlijke manier. Eerlijk? Dat is wel weer een eng woord. Het is wellicht ook een kwestie van architectonische voorkeur. Ik vind het wel prettig als gebouwen zich terughoudend opstellen, als ze niet al te opdringerig en kleurrijk aan de straat staan, maar de rustige achtergrond vormen voor ons dagelijks – kleurrijke? – leven.

 Carel Weeber - Woonhuis op Curacao

Woonhuis op Curaçao door Carel Weeber

Natuurlijk zijn er uitzonderingen die de regel bevestigen. Zo’n beetje alle gebouwen van Carel Weeber bijvoorbeeld. Dat zijn geen gebouwen die zich terughoudend opstellen, integendeel. Ze zijn vaak lomp, grof en groot en het kleurgebruik is verre van subtiel. Met tegels in felle tinten die de goede smaak niet bij elkaar zou hebben gebracht. De gebouwen schreeuwen het hardst om aandacht. Kijk mij eens! Zie je me w el? Ik ben een gevangenis in grote oranje en blauwe tegels. Ik ben een studentenhuisvesting in roze en groen. Kijk dan, kijk dan! En ik kijk en ik zie een gebouw waarvan ik vrolijk wordt. En dat er over vijftig jaar nog zo uitziet.

En tegen die tijd is het een monument. Met nog steeds dezelfde lelijke kleuren. Een zeldzaam icoon uit de jaren tachtig. Polychromie in haar zuiverste vorm.

Deze tekst is ook verschenen in het septembernummer van de Architect

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels