blog

Adaptief ontwerpen, nut en noodzaak

Architectuur

De verantwoordelijkheid van het ontwerpteam is niet langer beperkt tot het maken van mooi ontwerpen. Verre van. Het gaat ook om de dienstverlening, onderhoud, duurzaamheid en het integreren van hospitality, oftewel ervoor te zorgen dat gebruikers zich welkom voelen in een object. Deze onderwerpen hebben nog onvoldoende draagvlak in het ontwerpproces. Dat is jammer, want een doordacht ontwerp dat alle ingrediënten in zich heeft, voorkomt vroegtijdige aanpassingen. Objecten kunnen veel meer ontworpen worden met passie voor de toekomst. Adaptief ontwerpen.

Adaptief ontwerpen, nut en noodzaak

Nog heel vaak worden objecten ontworpen die in de praktijk onvoldoende aansluiten op het gebruik en waarvan het onderhoud hoge kosten met zich meebrengt. We worden verliefd op een ontwerp en zien dan alleen maar de mooie kanten ervan. Pas wanneer we het object in gebruik nemen leren we het beter kennen.

De film ‘’Koolhaas Houselife’’ is een mooie weergave van hoe je van de roze wolk in de sleur kunt belanden. De kloof tussen esthetiek en praktisch dagelijks gebruik is groot. De huishoudster van het door Rem Koolhaas ontworpen Maison à Bordeaux laat zien hoe ze dagelijks voor de opgave staat om deze woning te onderhouden. De stappenteller maakt overuren, evenals de klusjesman die zijn handen vol heeft aan lekkages. Deze woning is onverkoopbaar vanwege de gebreken en het specifieke ontwerp.

Welkom in al zijn facetten

We leven in een tijd waarin veranderingen exponentieel snel gaan. Door een nieuw object te ontwerpen vanuit adaptieve functionaliteit, kan dit worden ondervangen. Het moet een plek zijn waar iedere gebruiker zich welkom voelt, zodat het object het primaire proces optimaal ondersteunt. Welkom in al zijn facetten; faciliteiten in handbereik, zichtbare duurzaamheid, het gevoel van well-being, multifunctionaliteit en ontzorging door slimme technologie.

Deze tijd vraagt om op een andere manier naar ontwerpopgaven te kijken. Een mooi voorbeeld daarvan is het Google Conscious Café; dit restaurant is er volledig op gericht om gasten bewustere keuzes te laten maken en om de aandacht te richten op het eten en op elkaar. Het is gezamenlijk met gedragsspecialisten ontworpen.

Integraal ontwerpen

Door al in het ontwerpproces integraal na te denken over gebruik, worden onnodig hoge exploitatiekosten en vroegtijdige wijzigingskosten voorkomen. PPS projecten, en dan met name de DBFMO-contracten (Design, Build, Finance, Maintain, Operate), zijn een mooi voorbeeld van integraal ontwerpen. Passie vanuit elk vakgebied smelt samen om tot de beste resultaten te komen.

De ontwerper, de aannemer, de facilitaire organisatie en de adviseurs op gebied van duurzaamheid en constructie zijn vanaf het begin bij het ontwerpproces betrokken. De aannemer en facilitaire organisatie zijn bovendien verantwoordelijk voor de totale exploitatieperiode van gemiddeld 20 tot 30 jaar. Figuur 1 illustreert de verschillen tussen een traditioneel contract en een DBFMO-contract.

Opinie_Manouk_de_Weert_Adaptief_Ontwerpen Traditioneel versus DBFMO

Life-cycle van een object

De samensmelting van deze expertises leidt ertoe dat ontwerpkeuzes integraal worden afgewogen met oog op de gehele ‘life-cycle’ van het object. Ontwerpkeuzes met betrekking tot hospitality, duurzaamheid en efficiency worden op gelijkwaardig niveau beoordeeld. Dit met als doel om het beste project te realiseren voor de gehele looptijd van het contract. Wie wil nu na een aantal jaar al een vloer moeten vervangen vanwege ingetrokken koffievlekken of slijtageplekken? Representativiteit en lage onderhoudskosten gaan echt samen.

En waarom zouden we nog zoveel elementen in een object een vaste locatie geven? Niets mooier dan een koffiecorner te kunnen laten rouleren door een kantoor waar op dat moment de vraag het grootst is. De experts van de vakgebieden laten zien dat zij als volwaardige partner in staat zijn om creatief mee te denken in het ontwerpproces.

Duurzame economische afweging

Binnen integrale contracten worden Life Cycle Cost-berekeningen (LCC-berekeningen) gemaakt om alle kosten die worden gemaakt voor het investeren en onderhouden van een object of een element daarvan gedurende de hele life-cycle, met elkaar vergeleken. De vraag of we kiezen voor een gietvloer of tapijttegels, kan eenvoudig worden beantwoord door de focus van esthetische vormgeving te verleggen naar een duurzame economische afweging.

In figuur 2 is een fictief voorbeeld opgenomen waarbij eenmalige investeringskosten, totale onderhoudskosten, vervangingen en schoonmaakkosten met elkaar worden vergeleken om de keuze tussen twee type vloerafwerkingen te maken. Dergelijke analyses kunnen we ook in traditionele contracten uitvoeren. Ook kunnen we de LCC analyses verder professionaliseren door hier psychologische factoren aan toe te voegen, bijvoorbeeld: welk type vloerafwerking verhoogt het gevoel van ‘well-being’ bij de gebruiker?

Opinie_Manouk_de_Weert_Adaptief_Ontwerpen LCC-analyse

Aanvullend eisen exploitatie

Helaas is in de huidige praktijk nog onvoldoende draagvlak om ontwerpopgaven vanuit integrale adaptiviteit te benaderen. Dit komt zowel door de behoudende uitvraag van opdrachtgevers, als door de traditionele houding van veel ontwerpers en exploitatie adviseurs. Ontwerpers moeten vaak nog worden overtuigd van aanvullende eisen ten behoeve van de exploitatie.

Deze aanvullende eisen worden contractueel vastgelegd omdat het anders onvoldoende wordt nageleefd. Toch zou dit common sense moeten zijn bij ontwerpprocessen. Immers wanneer geen rekening wordt gehouden met de life-cycle, kunnen deze kosten tot 50 keer hoger oplopen dan de ontwerp- en bouwkosten.

Vraag van morgen, gebruik van vandaag

De praktijk leert dat de exploitatie van een object een duidelijkere plek moet krijgen binnen de ontwerpopgaven. Vooral bij traditionele contracten waar nog een duidelijke scheiding is tussen diverse vakgebieden, liggen grote kansen. Maar ook binnen DBFMO-contracten is een verschuiving wenselijk waarbij ontwerpers zich meer durven overgeven en exploitatiepartijen beter hun positie inbrengen.

Door partijen met kennis over de exploitatie vroegtijdig in het ontwerp te betrekken, kan een object worden ontworpen dat vooruit loopt op de vraag van morgen en past bij het gebruik van vandaag. Want we willen toch allemaal dat gebruikers verliefd worden op het object?

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels