blog

Actie!

Architectuur

Op deze plek starten Hans Teerds, onderzoeker en docent aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft, en Marit Overbeek, coördinator van de online redactie en initiatiefnemer in Utrecht, een gesprek over bewoners die zelf ruimtelijke initiatieven opstarten in hun eigen wijk, en de verhouding tussen die bewoners en ruimtelijke professionals. Hans Teerds trapt af met een lofzang op de kracht van lokale initiatiefnemers.

Actie!

Beste Marit,

De speeltuin om de hoek bij ons vorige huis kan model staan voor de nieuwe betrokkenheid van bewoners bij hun woonomgeving, die de laatste jaren zichtbaar is geworden. Jarenlang was de speeltuin, ondanks intensief gebruik, verwaarloosd. De gemeente had er geen geld meer voor, en stond op het punt de klim- en speeltoestellen weg te halen.
De bewoners echter kwamen in verzet, met het briljante idee ‘zelf’ de verantwoordelijkheid op zich te nemen: het toezicht zou rouleren onder de bewoners, het paviljoentje zou weer open gaan, waardoor er zowel weer speelgoed uitgeleend, als ook koffie en thee kon worden geschonken.

Ongekend succes

Het initiatief is door de gemeente omarmd, en nu we een paar jaar verder zijn, kunnen we concluderen dat het ook een succes is geworden: het is drukker dan ooit – misschien zelfs te druk – en er konden afgelopen jaar nieuwe speeltoestellen worden aangeschaft, mét subsidie van de gemeente! In een bureaucratisch land als Nederland is dat toch eigenlijk een ongekend succes. Alhoewel, het afstoten van verantwoordelijkheden door de gemeente past natuurlijk wel precies in het neoliberale gedachtegoed dat door de politiek vandaag de dag van links tot rechts al dan niet bewust wordt omarmd.

Rotsoordbrug Utrecht In Utrecht werkt Marit Overbeek samen met andere buurtbewoners hard aan het initiatief Rotsoordbrug, een verbinding tussen Rivierenwijk en Rotsoord.

Heel nieuw is dit natuurlijk niet. Er zijn eenvoudigweg lijnen te trekken, vanuit de jaren zeventig en tachtig, vanuit de kraakbeweging en de initiatieven om meer democratisering. De jaren negentig en de enorme welvaart leken er echter toe bij te dragen dat de burger lui is geworden en het vermogen te handelen en initiatieven te nemen uit het zicht verloor.

 Hof van Seghwaert Zoetermeer_Opinie Hans Teerds
De Hof van Seghwaert in Zoetermeer. Een vervallen boomgaard, op de nominatie voor sloop en herbouw, doet nu dienst als wijktuin en ontmoetingsplaats

Hoe dit ook zei, ik vind ’t een fascinerende ontwikkeling. Ineens lijkt het besef doorgedrongen te zijn tot bewoners en andere betrokkenen, dat initiatieven nemen loont, en dat als je de handen ineen slaat, je veel kan bereiken. Dat je samen een theepaviljoen in een Leids park kan ontwikkelen. Dat een buurt in Deventer een bouwkavel kan bewerken en behouden als buurttuin.

Voorbeelden te over – niet allemaal succesvol natuurlijk, maar velen toch wel. Voor mij is dit enerzijds een teken dat de alledaagse omgeving van onuitsprekelijke betekenis is voor bewoners. Dat lijkt een open deur, maar is toch goed om eens te benoemen in tijden van globaal toerisme en (virtueel) amusement. De mens en zijn omgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Arendt en publiek initiatief

Het lijkt er op dat we dat verband voorzichtig opnieuw ontdekken in deze tijd. Meer nog is het voor mij een illustratie van de gedachte dat politiek niet iets is van Den Haag en Brussel, maar vooral van hoe wij, in de straat, met elkaar omgaan. De filosofe Hannah Arendt heeft in haar bekende boek The Human Condition (1958) veel aandacht voor het vermogen van de mens om te handelen, oftewel: om politiek te bedrijven. Handelen is voor haar publiek initiatief nemen, iets nieuws beginnen, protesteren en reageren op wat er gebeurd. Een onvoorspelbaar – en soms ook onvoorstelbaar – gebeuren. Niemand weet van tevoren hoe de bal zal rollen, en waar een initiatief (al dan niet voortijdig) zal eindigen. In een interview jaren later werd haar later gevraagd dat begrip wat te concretiseren.

 
Hannah Arendt in gesprek met Günther Gaus.

Terwijl uit de vraag van de interviewer blijkt dat hij slechts denkt aan het topje van de ijsberg, aan de heren en dames politici, brengt Arendt het perspectief meteen naar het leven van alledag, naar de straat en de kleine ontmoetingen en bijeenkomsten van mensen. Het is dáár, stelt Arendt – en dat lijkt me een belangrijk gegeven – dat de mens de capaciteit heeft om publiek te handelen. Juist omdat ze zo bekend zijn met die situatie, er persoonlijk in en bij betrokken zijn.

Ik hoef hier op de website van de Architect geen pleidooi te voeren dat dit besef belangrijk is voor de architectuurpraktijk. Er zijn hier vele pleidooien te lezen voor een bredere blik op het vak. De architect is niet slechts ontwerper en organisator van andermans ruimtelijke wensen. Veel meer is de architect iemand die ruimtelijk inzicht kan koppelen aan wensen, besef heeft van de ruimtelijke impact van deze wensen, en deze mogelijkheden en impact ook weet te verbeelden.

Participeren

Ik zou daar nu aan toe willen voegen: als geen ander kan de architect participeren in dergelijke bottom-up processen, juist in de eigen omgeving. Immers, de architect denkt ruimtelijk, ziet mogelijkheden, en weet dat ook aan de man te brengen. Alle ingrediënten – van lokale betrokkenheid tot aan het beschikbare instrumentarium – om initiatief te nemen en van maatschappelijke betekenis te zijn. Dat zijn, zeker in bureaucratische omgevingen, geen gemakkelijke processen, laat staan dat het een vetpot zal zijn. Maar juist op dit schaalniveau kan de architectuur haar waarde tonen, en het vak aan waardering winnen.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen in Utrecht! Hoe ervaar jij je actief bezig zijn met je omgeving? Ik ben vooral benieuwd wat ‘actie’ belemmert of juist stimuleert!

Hartelijke groet,

Hans

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels