blog

Innovatie in de bouw: kwestie van doen

Architectuur

Onlangs circuleerde in de sociale media een anekdote over een ballonvaarder die de weg kwijt is, zijn ballon laat zakken en een man op de grond de weg vraagt. Deze antwoordt hem door zijn positie door te geven, waarop de ballonvaarder antwoordt: “U bent zeker een adviseur. Alles wat u zegt is technisch gezien juist, maar ik heb helemaal niets aan deze informatie. En ik ben nog steeds verdwaald.” Daarmee is het verhaal nog niet klaar. De adviseur concludeert op zijn beurt, dat de man in de ballon wel een manager moet zijn. “U heeft geen idee waar u bent en al helemaal niet waar u naar toe gaat. U heeft iets beloofd wat u niet kan waarmaken en u verwacht van mij dat ik uw probleem oplos. Uw positie is niet veranderd, maar op een of andere manier is het nu ineens mijn schuld.”

Innovatie in de bouw: kwestie van doen


Hans van der Heijden, blok Oranjeboomstraat, Rotterdam

Ik moest aan deze anekdote terugdenken toen ik afgelopen donderdag in de Volkskrant de lovende bespreking las die Kirsten Hannema heeft gemaakt van het woningbouwproject in de Oranjeboomstraat te Rotterdam door Hans van der Heijden. Hannema belicht de betekenis van dit stuk stedelijke architectuur, maar is kritisch over de tendens bij corporaties om vanuit kostenbesparing samen te werken met marktpartijen die kant-en-klare bouwsystemen aanbieden, inclusief bouwstijl.

 Hans van der Heijden_Oranjeboomstraat_Rotterdam
Detail met balkonhek, Oranjeboomstraat

Samenwerking met aannemer

Deskundigen zien het Oranjeboomstraat project als de laatste in zijn soort. De zogenoemde ‘nieuwe zakelijkheid’ bij corporaties leidt ertoe dat architecten uit kostenoverwegingen worden wegbezuinigd. Ook de corporatie die dit project realiseerde, wil in de toekomst de samenwerking met een aannemer zoeken om de uitvoering goedkoper te maken. Alsof bij deze aannemerswoningen geen architecten zijn betrokken. Terwijl de oplossing natuurlijk zou zijn het bouwen van de toekomst te vernieuwen en slimmer te maken.

 
Morgen Wonen, concept woning van Volker Wessels

Nederlandse bestuurder niet innovatief

Uit een onder Nederlandse bestuurders van bedrijven gehouden onderzoek bleek, dat velen het belang van nieuwe producten, vernieuwing of digitalisering inzien, maar dat weinigen het doen of er geloof aan hechten. Bijna de helft van de geïnterviewde Nederlandse bestuurders bleek innovatie uiteindelijke maar een ‘duur falen’ te vinden. Tegelijkertijd geven ze toe geen vernieuwende ideeën te hebben.

Instituties in de jaren tachtig

Als je de architectuur van deze tijd vergelijkt met de architectuur die in de jaren 80 opkwam, dan valt de vergelijking meestal negatief uit. Toen was alles beter en hadden de corporaties de culturele kwaliteit nog hoog in het vaandel, heet het dan. Menig architect heeft zijn carrière te danken aan een wethouder of verlichte corporatiebestuurder die de culturele dimensie van woningbouw scherp in het netvlies had. Tegelijkertijd stuwde de mening van deze culturele bobo’s de architectuur in een bepaalde richting.

Rol van de gebruiker

Dankzij sociale media zijn de rol en betekenis van deze tussenfiguren aan het wegvallen. Iedereen die een gebouw bekijkt, kan een gebruiker zijn, een foto maken van dit object en zijn of haar mening erover delen op een platform of in een forum. Deze input van gebruikers maakt de architectuur op zijn minst een stuk interessanter.

Innovatie is van iedereen

Een ander effect is dat innovatie en experiment, eens het domein van sterarchitecten als Zaha, Frank, Danny en Rem, nu voor iedereen bereikbaar zijn. Zo bezien is er helemaal geen crisis in de architectuur, maar maken we het begin mee van een opwindende tijd. Het zou me sterk lijken dat hierbij een bepaalde architectuurstijl zal overheersen, zoals in de jaren tachtig met het postmodernisme, of rond de eeuwwisseling met het deconstructivisme het geval was. In architectuur lijkt de weg te zijn vrijgemaakt om na te denken over oplossingen voor dringende maatschappelijke problemen.

Volop experiment

Architectuur wordt geïnspireerd door de ontwikkeling van ontwerp- en productietechnologie, alsmede door de opkomst van nieuwe materialen. Innoveren is doen. De komende tijd zou heel goed die van het experimentalisme in de architectuur kunnen zijn. Architecten bouwen zonder aannemer, zoals de jonge architect Arnold van Ouwerkerk. Architecten worden zelf opdrachtgever en ontwikkelen nieuwe woonproducten. Ze experimenteren met biobased bouwen. Enzovoort, enzovoort.

Soms is de wereld veranderd


Demonstratie van de heteluchtballon door de gebroeders Montgolfier, Versailles (Fr)

Terug naar de hete luchtballon. In zijn essaybundel ‘Levels of Life’ (in het Nederlands uitgebracht onder de titel ‘Hoogteverschillen’), schrijft de Engelse auteur Julian Barnes over luchtballonvaart en fotografie. In een mooie passage, te vinden in het tweede essay, merkt hij op dat als je twee dingen samenbrengt die eerder nog niet bij elkaar zijn geweest, soms de wereld verandert, soms niet. “Ze kunnen neerstorten en verbranden, of verbranden en neerstorten. Maar soms wordt er iets nieuws gemaakt, en dan is de wereld veranderd.”

Succes en falen

Zo gaat het in de architectuur ook. Succes en falen liggen dicht bij elkaar, helaas zijn 100% garanties niet te geven. Voor innovatie in de bouw is het nu eenmaal lastig om vooraf een sluitende business case te formuleren. Bovendien verloopt vernieuwing in de architectuur op een andere manier, aangezien geen sprake kan zijn van een gecontroleerde omgeving. Architectuur zal daar altijd onderuit proberen te komen. Isolement kan nuttig zijn, maar is meestal de voorbode van stagnatie.

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels