blog

Inspiratie voor de architect…

Architectuur

Een ode aan de negende kunst: het beeldverhaal. Een volstrekt onbekende, onderschatte en ondergewaardeerde kunstvorm. Voor mij: een grote inspiratie! De negende kunstvorm? Geen idee, er is geen heldere definitie van de officiële acht kunsten: beeldende kunst, theater, muziek, dans, architectuur, film, literatuur, design of nieuwe media, zeg het maar…. Voor nu gaat het om het onbegrijpelijke feit dat het beeldverhaal helemaal niet mee mag doen. In landen als Frankrijk, België, Japan en zelfs Verenigde Staten is het een volwaardige gewaardeerde beroepsgroep.

Het beeldverhaal is juist een van de meest moeilijke kunstvormen. Het moet zo goed geschreven zijn als een goede thriller, de juiste shots als in een film maar dan zonder beweging, het plaatje moet niet alleen een fraaie compositie zijn in kleur en vorm, maar het moet je ook grijpen en tenslotte moet de tekenaar de omgeving als architectuur vormgeven. Daarbij is het mogelijk om in een beeldverhaal om verhalen te creëren met werelden, personen en belevingen die in geen andere kunstvorm mogelijk zijn. Je kan tekenen in alle stijlen, sferen en vormen die er zijn: van zeer realistisch tot kinderlijk, van kleurrijk tot zwart-wit, met zwarte omtreklijnen of juist alleen met kleuren, van echte mensen tot pratende aliens of levende dingen, van schemerwerelden tot geloofwaardige fantasieën. Werkelijk onbeperkt.

 Opinie_Daan Brukking_De Negende Kunst

Kijk maar eens naar bovenstaand plaatje. Zoom even in en probeer te zien hoe de details eigenlijk het plaatje maken. Het is een kunstwerk op zich. Al het getekende staat in dienst van wat het plaatje moet uitbeelden in lijn van het vorige en volgende plaatje. Te beginnen met de donkere en grauwe kleuren, het donkere weer, dat zet de toon. Donkere schaduwen achtervolgen de koets, een ineengedoken menner jaagt de paarden op, je voelt het, het moet sneller… sneller… Je ervaart de snelheid: striemende regen, de lijnen van het pad in perspectief en de wapperende manen van de paarden. De paarden en de koets zijn platter getekend dan de werkelijkheid, maar niet zo plat dat het niet klopt. Kijk eens naar het voorste paard. Zijn voorste hoef lijkt wel drie keer zo groot dan zijn achterste, terwijl in de echte wereld je dat nooit zo zal zien. Je ziet ook stress bij de paarden, redden ze het nog? Het achterste wiel van de koets is wat gebogen. Normaliter kom je daar geen twee meter mee, hier helpt het in het beeld van de snelheid, aangevuld met stofwolken en opspattend modder.

Het donkere weer zet de toon, maar de rest helpt mee, ze rijden van het licht naar het donker: geef de hoop maar op… Ook de rotsen en vlakte lijken geen hoop te bieden op snelle hulp… Bovendien kaderen de rotsen het plaatje in, waardoor je de aandacht vestigt op de koets. Dan de tekenstijl: wat grof getekend, met zwarte omtreklijnen, geven het beeld de scherpte die het nodig heeft. Vergeet tenslotte niet dat dit slechts een plaatje is, op pagina 3 van 63, van Bouncer, deel 2: Het Medelijden van de Beul, tekenwerk: Boucq, scenario: Jodorowsky. Het is dus een onderdeel van een verhaal, dus het moet balans vinden tussen het vorige en het volgende plaatje. Het is een schakel in het geheel. Het moet je aandacht vasthouden. Zo’n beeldverhaal moet opgebouwd worden, dus je zit er direct in, je verdwijnt in die wereld. Het beeldverhaal is een schilderij, ook een film, spanning en suspense, maar ook architectuur: lichtspel en ruimtewerking.

 
Mooi voorbeeld van licht en vormen spel, volledig in dienst van het verhaal. Uit: De wereld van Edena 3, Moebius.

Leerzaam

Heb je in het vak van architect dan nog wat aan een beeldverhaal? Volgens mij is een goede architect ook een goede observator. Hoe werkt de omgeving? Hoe wordt hij gebruikt? Hoe beleven mensen het? Wat zien ze? Wat voelen ze? Observeren zorgt ervoor dat je niet je eigen stempel erop gooit en altijd dezelfde gebouwen maakt, maar dat het je lukt om in de huid van de opdrachtgever te kruipen en vanuit zijn/haar ogen het gebouw te maken. Het beeldverhaal traint je om eenvoudig van wereld te kunnen veranderen. Je leest een pagina en je zit er in. Je loopt daar door die middeleeuwse Londense straatjes, of rilt van de kou in een kille sneeuwvlakte. Je voelt de depressie of het ‘top of the world’ gevoel van de hoofdpersoon. Niet zelden heb ik een soort ‘back to reality’ gevoel als de kinderen binnen rennen of de telefoon gaat…

  Post-apocalyptische wereld. Je voelt hoe ze als slaven deze ommuurde wereld worden binnen gedreven. Kijk ook naar het grote contract tussen het apocalyptische buitenwereld en de strakke torenhoge architectuur binnen de muren. De architectuur maakt hier het verschil. Uit: Jeremiah 12, Julius Romea, Hermann.

Architectuur in het beeldverhaal

Speelt architectuur een rol in het beeldverhaal? Architectuur is alleen aanwezig als het afgebeeld is. Lijkt heel logisch, maar een gebouw op het ene plaatje kan op het volgende volledig verdwenen zijn, zonder dat dat vreemd overkomt. Zoals hierboven beschreven staat alles in dienst van het verhaal, van de handelingen van de hoofdpersoon, als lezer begrijp je dat en is het niet vreemd. De auteur worstelt altijd met het tegenstrijdige uitgangspunt: hoe laat je tegelijkertijd het verhaal in een omgeving afspelen zonder de aandacht te verliezen in een al te gedetailleerde omgeving. Wat de auteur wint aan detaillering in de achtergrond, verliest hij gewoonlijk aan helderheid en leesbaarheid. Ook daar zijn weer verschillende tactieken voor: hij kan een nieuwe scène laten beginnen met een ruim overzichtsbeeld, waarin de situatie geschetst wordt, waarna de achtergrond verdwijnt en de handeling, of het verhaal alle aandacht krijgt.

Dat heeft tot gevolg dat architectuur in tegenstelling tot de echte wereld volstrekt veranderbaar is. In een reeks, of zelfs in een verhaal kunnen volledige dorpjes of gebouwen veranderen, sla Asterix maar eens open. De omgeving, de architectonische ruimte is een niet bestaande wereld, die zich kan onttrekken van alle natuurkundige wetten, niets is realiteit. Een auteur fungeert als een architect zonder omgeving, zonder wetten en regels, zonder budget, zonder opdrachtgever en zelfs zonder zwaartekracht. Hij kan stichter van Rome zijn, maar het tegelijkertijd laten afbranden. De stripauteur als ultieme architect!

Ik kan me dan ook goed voorstellen dat er architecten zijn die het beeldverhaal-medium gebruiken om hun werk aan de man/vrouw te brengen. De ongelofelijke vrijheid die de auteur van het beeldverhaal heeft om met de realiteit om te gaan, is goud in handen van de architect die zijn plannen moet presenteren. Jan-Willem Neutelings is daar een mooi voorbeeld van, maar er zijn ook andere: het Deense BIG, de Zwitsers Herzog De Meuron en de Fransman Jean Nouvel. In de uitgave: Bakstenen Ballonnen, van Melanie van der Hoorn, wordt de relatie tussen architectuur en het beeldverhaal uitgebreid onderzocht en beschreven.

Tenslotte wil ik nog even wijzen op een andere uitgave: Architectuur in de negende kunst, van Pascal Lefevre. Hier ligt de nadruk meer op het visuele. Architectuur en omgevingen die een bepalende rol spelen in het beeld. Een aantal voorbeelden zijn al langs gekomen.

  (Londen, 2025. Auteurs kunnen werelden maken en breken. Uit: Lady in blue, Bilal.

Benieuwd? Kijk maar eens naar de Grenzeloze Top 500, daar kan je de eerste 50 zo van aanschaffen, stuk voor stuk goed, maar natuurlijk sterk afhankelijk van je persoonlijke voorkeur. Ik ken geen stripwinkel waar iemand staat die geen verstand van zaken heeft, dus geen verdere uitleg nodig, pak je fiets en hoppa, we gaan…

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels