blog

Over betrokkenheid – Tot slot 25 aanbevelingen om mee te beginnen

Architectuur

Dit is de laatste aflevering van de deze serie over ‘betrokkenheid’ waarin ik heb toegewerkt naar onderstaande aanbevelingen die van belang kunnen zijn voor de opgave van deze tijd, waarin gevraagd wordt te ontwerpen voor betrokken gebruikers.

Over betrokkenheid – Tot slot 25 aanbevelingen om mee te beginnen

 

 

Met onderstaande aanbevelingen hoop ik een bijdrage te kunnen leveren aan de betrokkenheid van bewoners op de gebouwde omgeving en op elkaar. De achterliggende gedachte is de existentialistische notie van betrokkenheid op de wereld waar creativiteit en vrijheid de hoofdrol spelen.

Er zijn vormen van betrokkenheid die destructief zijn, zoals vernielzucht of geweldpleging. Vanuit een exitentialistisch perspectief zijn dit onevenwichtige vormen van betrokkenheid waarbij de actoren de creativiteit en vrijheid van anderen in de weg staan of vernietigen.

Echte participatie

Betrokkenheid houdt in dat bewoners zeggenschap hebben over hun woonomgeving en participeren in de besluitvorming daarover. Dit hoeft niet te betekenen dat vormgevers gedachteloos tekenen wat verlangd wordt. Uitgaande van de wensen van bewoners, hun ‘vrienden’, kunnen vormgevers, met onderstaande aanbevelingen in de hand, een groot aantal bewerkingen of aanvullingen voorstellen. Een professionele inbreng die niet is bedoeld om bewoners te overrulen, maar om ze meer te bieden dan een plan dat verwacht kon worden. (Aanbeveling 18 geldt ook voor vormgevers!)

Aanbevelingen

Om bewoners uit te nodigen tot betrokkenheid heb ik in de loop van de serie een aantal aanbevelingen gedaan die ik hieronder in het kort zal weergeven.

1) Maak onderscheid tussen functionele en belevingsgerichte betrokkenheid
2) Voorzie functionaliteit en beleving elk van een eigen domein, in de woning, en ook meer algemeen in de gebouwde omgeving
3) Let bij functionaliteit op logische, en bij beleving op associatieve verbanden
4) Laat de beleving van bewoners beginnen bij kwaliteiten waar zij ‘vrienden’ mee willen worden
5) Versterk de betekenis van beide domeinen door ze met elkaar in verband te brengen
6) Maak bij het wekken van associaties met het verleden, of met andere culturen, gebruik van de subtiliteit van ‘verborgen boodschappen’, om te voorkomen dat het ontwerp op een decor gaat lijken.  

Eindblog Philip Krabbendam - 25 aanbevelingen 

7) Voor de beleving van een gebouwde omgeving is het belangrijk dat de betrokkenheid op de omgeving, en op medebewoners, steeds in een context is geplaatst. Voorzie de gebouwde omgeving daarom van een opeenvolging van schaalniveaus, zoal een boom.
8) Denk hier weer aan de scooter en laat op alle niveaus van deze op de beleving gerichte opeenvolging van schaalniveaus de daaraan verbonden functionele aspecten zien. Zoals een decentrale opwekking van energie, lokale zuivering van afvalwater of de functionele elementen van stadslandbouw.

Eindblog Philip Krabbendam - 25 aanbevelingen

9) In een grootschalige omgeving worden de sociale cohesie, de bewoonbaarheid en het gevoel van veiligheid, gevestigd en veilig gesteld door drie soorten terloopse contacten. Voorzie daarom de hogere schaalniveaus van de boomstructuur van:
-voorzieningen om te flaneren
-wandelgangen
-voorzieningen voor contact met buitenstaanders     
Zorg hierbij voor ‘openbare privéruimten’ met een daaraan verbonden ‘aanleiding tot gesprek’.

 Eindblog Philip Krabbendam - 25 aanbevelingen

10) Harmonie en schoonheid zijn aangenaam en inspirerend. Daar kunnen nieuwe ‘vrienden’ of kwaliteiten uit voortvloeien. Zoek naar een harmonie die hierdoor rijker wordt en niet verstoord.

11) Denk bij functionele flexibiliteit aan:
-aanpasbaarheid
-de her-interpreteerbaarheid van neutrale ruimten
12) Onderzoek de mogelijkheid om functionele gebouwen een nieuwe betekenis te geven in de sfeer van de beleving: oversprong
13) Vermijdt het tragische lot van de serieuze architect en laat ruimte voor een zekere mate van improvisatie die de gebruiker vrij laat zich al dan niet te betrekken op het gebodene.

Eindblog Philip Krabbendam - 25 aanbevelingen

14) Overweeg de mogelijkheid om bij op de beleving gerichte domeinen ‘verborgen boodschappen’ op te nemen die naar de functionaliteit verwijzen, wat voor het opwindende gevoel kan zorgen dat men zich op verboden terrein bevindt.
15) Verduidelijk het gebruik van functionele domeinen door belevingsaspecten in te voeren, door een ‘toonzetting’.

Eindblog Philip Krabbendam - 25 aanbevelingen 

16) Voorzie gebouwde omgeving en landschap van een ‘besturing’ in de vorm van paden en wegen, waarbij, indien gewenst, gebruik kan worden gemaakt van voertuigen, zodat de omgeving op verschillende manieren kan worden gezien en beleefd.
17) Als een weg bedoeld is als ‘besturing’ van de beleving, voorkom dan ‘rechtstand’ en een strakke belijning, die de functionaliteit naar de voorgrond halen en de beleving naar de achtergrond verdringen.
18) Ingrepen in een belevingsdomein vragen om functionele ingrepen. Hierbij worden belevingswensen en functionele mogelijkheden met elkaar geconfronteerd. Denk hierbij aan de volgende voorzieningen:
-een ruimte voor overleg
-middelen om oplossingen te presenteren
-mogelijkheden om met oplossingen te experimenteren
-middelen of manieren om de overhandiging te markeren
19) Ga bij kantoren uit van de logica van de werkorganisatie. Hier zijn twee hoofdvormen te onderscheiden:
-een ‘mechanistische’ werkorganisatie die vraagt om een cellenkantoor
-of een ‘organistische’ werkorganisatie die vraagt om een kantoorlandschap
20) Onderzoek daarbij hoe de functionaliteit van de verschillende werkruimten in het ontwerp zichtbaar kan worden gemaakt.
21) Bij kantoren zijn verschillende ‘toonzettingen’ mogelijk, maar voorkom dat de beleving op de voorgrond treedt en de functionaliteit verdringt.
22) Bij een dienstverlenend kantoor kan gedacht worden aan dezelfde voorzieningen die een rol spelen bij ingrepen in een belevingsdomein (zie 18).
23) Ga bij fabrieken en werkplaatsen uit van de logica van de productie.
24) Onderzoek daarbij hoe de functionaliteit van de (‘mechanistische’ of ‘organistische’) werkorganisatie in het ontwerp kan worden opgenomen.  
25) Ontwerp de bedrijfskantine, en andere voorzieningen waar de beleving  voorop staat, als een eiland waar niet de ‘toonzetting’ maar de ‘besturing’ van belang is.

Nawoord

In m’n proefschrift (Betrokkenheid) heb ik de twee vormen van betrokkenheid, functionaliteit en beleving, opnieuw gedefinieerd, omdat deze begrippen door hun geschiedenis zijn ‘besmet’. De functionaliteit door de modernistische technocratie, de beleving door alle postmodernistische relativeringen.

Functionaliteit heb ik daarom gedefinieerd als een actieve ‘instrumentele’ betrokkenheid en beleving als een receptieve ‘situationele’ betrokkenheid.

Met dit begrippenpaar heb ik verschillende stromingen in de architectuur en stedenbouw onderworpen aan een hermeneutisch onderzoek, en op grond hiervan heb ik een aantal kwaliteiten van de gebouwde omgeving aangewezen of ontwikkeld, die zouden uitnodigen tot betrokkenheid. Deze heb ik in m’n proefschrift gepresenteerd als operationalisaties die door nader onderzoek nog bewezen en uitgewerkt kunnen worden.

In de voorgaande afleveringen heb ik, omwille van de toegankelijkheid, gewoon de begrippen functionaliteit en beleving gebruikt, in de hoop dat deze enigszins zouden worden ‘schoongewassen’ door de manier waarop ik ze gebruik.

Het proefschrift, ook verkrijgbaar als ebook, en de lijst met aanbevelingen zijn terug te vinden op de website van Philip Krabbendam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels