blog

Zeg het met gebouwen!

Architectuur

‘Hot to Cold’ is de nieuwe, vuistdikke monografie van Bjarke Ingels en is bij Taschen Verlag verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het National Building Museum te Washington (USA).

Zeg het met gebouwen!

 

‘Hot to Cold’ is opgezet als een omzwerving langs projecten van BIG, van de woestijnen in het Midden-Oosten tot de skihellingen van Finland. Klimaat is het organiserende principe van het boek. In het voorwoord legt Bjarke Ingels uit, dat hij streeft naar gebouwen die uit zichzelf duurzaam zijn en niet dankzij techniek of mechanische installaties. Hij noemt zijn benadering dan ook ‘Engineering without Engines’, een knipoog naar Bernard Rudofsky’s ‘Architecture without Architects’ uit 1964.

  

Proof in the pudding

Het is een geweldig programma dat Ingels in meer dan 700 pagina’s uitlegt. De vormgeving in alle kleuren van de regenboog onderstreept de ambitie van BIG op een schitterende manier. De proof is natuurlijk ook hier in de pudding. Van BIG zijn echter nog nauwelijks projecten gerealiseerd. Sociale effectiviteit en innovatieve ideeën verwijzen zo vooralsnog naar elkaar. De een vormt daarmee een alibi voor de ander, en vice versa.

  

Afscheid van de diva’s

Op dit punt aangekomen loont het te kijken naar de ontwikkelingen in de mode industrie waar Li Edelkoort onlangs in Parijs aandacht voor vroeg. Volgens haar wordt op dit moment afstand genomen van de buitengewone persoonlijkheden, de diva’s die de mode domineerden, en wordt weer aandacht gevraagd voor goede gemaakte kledingstukken.

  

Modeonderwijs achterhaald

Edelkoort zei onder meer: “Scholen en modeacademies blijven studenten leren om catwalk designers te worden, diva’s. Ze blijven de studenten doen geloven dat ze de missie hebben om een buitengewone persoonlijkheid te worden, die door niemand zal worden geëvenaard. Met andere woorden, de scholen blijven het individualiteitsprincipe bijbrengen aan jongeren die in een wereld opgroeien met sociale netwerken, waarin alles gebaseerd is op het delen, op gezamenlijke creaties. Het onderwijs op modegebied is totaal achterhaald.”

Geen kennis

De mode zou vooruit moeten lopen op de tijd, aldus Edelkoort, maar ze is niet eens in staat om zich aan te passen aan haar eigen tijd. “Men leert studenten zich te richten op de modeshows, de catalogi, de communicatie, de foto’s. Dat alles in drie jaar. En uiteindelijk wordt in deze drie jaar weinig tijd besteed aan de kledingstukken, slechts een van de vele onderwerpen. (Het) leidt ertoe dat men tegenwoordig fashion designers opleidt die de stoffen niet kennen, en die niet weten hoe de textielindustrie werkt.”

Basisbeginselen

Edelkoort meent dat de kledingstukken het antwoord zijn op de ontregelde modeindustrie. “Een trend analyseren en conceptualiseren zal niet meer van belang zijn, tenzij je dit doet vanuit een antropologisch en humanistisch oogpunt, tenzij je terugkeert naar de basisbeginselen van het vak met zijn nobele belangstelling voor stof en snit zoals we zagen vóórdat de confectie werd uitgevonden.”

  

Ideeën rijkdom

Ook aan de tijd dat je je als architect kon onderscheiden met de meest briljante ideeën, lijkt een einde te zijn gekomen. Lange tijd waren onbevooroordeeldheid en naïviteit onderscheidende zaken in het architectonische denken. Het draaide in de architectuur om nieuwe onderwerpen, stemmen, disciplines. Lange tijd leek in architectuur alles mogelijk, zonder dat veel werd nagedacht over hoe dit kon worden gerealiseerd.

  

Last van pretenties

Deze houding komt steeds meer onder vuur te liggen. Dat vindt ook Erick van Egeraat. Volgens hem heeft de architectuur veel last van pretenties die nooit waargemaakt zijn of zullen worden. Toen ik hem vroeg wat hij bedoelde, zei hij: “Ik kom heel veel projecten tegen die zich enorm veel aanmeten maar waar uiteindelijk weinig is te ervaren. Die verandering zit er nu heel erg aan te komen. Nederlandse architectuur liep lang voorop om dat ze zich vrijbuiterig en vrijpostig opstelde. Nu zie je bureaus opkomen die bezig zijn fysieke structuren te bedenken die veel waardevoller zijn. Ik wil de Nederlandse architectuur niet tekort doen, maar we zitten zo langzaam wel aan het einde van een cyclus.”

Serieuze betrokkenheid

Alles wijst erop dat van de architectuur wordt verwacht dat ze opnieuw aan effectiviteit wint. Met alleen maar leuke ideeën kom je tegenwoordig niet meer weg. Verbeteren ze de omgeving of de stad? Brengen ze architectuur verder? Zeggen ze iets over de toekomst? Ook in de architectuur keert men daarom terug naar de grondbeginselen van de architectuur.

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels