blog

Over betrokkenheid – Machines wijzen de weg

Architectuur

In 1912 onderzocht Christine Frederic de efficiëntie van de keuken. Die viel tegen. Gewoonlijk stonden keukenmachines her en der verspreid door de ruimte, wat een hoop heen en weer lopen betekende. Vervolgens ontwierp zij een plattegrond die wel efficiënt was.

Over betrokkenheid – Machines wijzen de weg

 

Zij stelde twee productielijnen voor: één voor de afwas en één voor het koken. In beide lijnen had zij de apparaten in een logische volgorde opgesteld, zodat kriskras heen en weer lopen vermeden werd. Een dergelijke benadering zien we in fabrieken en werkplaatsen waar de logica van productielijnen, zoals een lopende band, structuur geeft aan de lay-out.

Lopende band geeft structuur aan de opzet van een fabriek 

Dit is radicaal anders dan bij kantoren waar, zoals we hebben gezien, de logische samenhang van functionele elementen als werkkamers, vergaderruimten, printvoorzieningen en de postkamer nauwelijks van belang is voor het ontwerp.

De sociale organisatie versus productielijn

Kantoren en fabrieken zijn beide domeinen waar de functionele betrokkenheid voorop staat, maar zij zijn ook elkaars spiegelbeeld. Bij kantoren is de sociale organisatie maatgevend voor de vormgeving: een mechanistische werkorganisatie vraagt om een cellenkantoor en een organistische werkorganisatie vraagt om een kantoorlandschap. De logische samenhang van ruimten en voorzieningen die voor de productie zorgen is hier niet maatgevend, al kunnen deze ruimten met elkaar in verband worden gebracht, bijvoorbeeld met een atrium. Bij fabrieken en bedrijven is het juist de logica van de productielijnen die structuur geeft aan het ontwerp. Hier is het de sociale organisatie die niet meteen zichtbaar wordt, wat een uitdaging inhoudt voor de ontwerper om toch de strategische top, het middenkader en de uitvoerende kern zichtbaar te maken.

Werkplaats met kantoor

Fabrieken zijn veelal aan het zicht onttrokken, maar in bedrijvenparken kunnen we het goed zien: het verschil in benadering van kantoor en werkplaats. Aan de weg staat het kantoor, waar de organisatievorm voorop staat in het ontwerp, met daarachter de werkplaats, waar productielijnen leidend zijn voor de opzet.

Aan de weg het kantoor, bepaald door de organisatievorm, daarachter de werkplaats, bepaald door productielijnen

Toonzetting

Bij fabrieken en bedrijven is meestal geen aandacht besteed aan wat ik de ’toonzetting’ heb genoemd. Maar er zijn uitzonderingen. In de tijd van het Russische Constructivisme ontwierp men fabrieken met een dynamische vormgeving, in de trant van de toren van Tatlin (1920): als een industrieel avontuur. Een modernistisch voorbeeld van een duidelijke toonzetting is de Van Nelle fabriek van Brinkman en van de Vlugt in Rotterdam (1930). Met haar hoge ramen, witte wanden en slanke kolommen geven deze fabriek van een ‘toonzetting’ die verwijst naar hygiëne, licht en lucht. In onze tijd kunnen we een sterk voorbeeld vinden, namelijk de elektriciteitscentrale van Wenen (Oostenrijk) die door Friedrich Stowasser, alias Hundertwasser, is getoonzet als een oosters sprookje, maar het is de vraag of we hier nog wel kunnen spreken van een toonzetting, van een impliciete beleving die de functie verheldert…

Electriciteitscentrale in Wenen, Oostenrijk, door Friedensreich Regentag Dunkelbunt Hundertwasser

Ten slotte kan worden opgemerkt dat er ook bij fabrieken en bedrijven, net als bij kantoren, kleine eilanden zijn waar de nadruk op de beleving ligt, zoals bedrijfskantines. Hier zal dan weer aandacht aan de ‘besturing’ moeten worden besteed.

In deze serie over ‘betrokkenheid’ werk ik in 20 korte bijdragen toe naar een aantal aanbevelingen die van belang kunnen zijn voor de opgave van deze tijd, waarin gevraagd wordt te ontwerpen voor betrokken gebruikers. Deze aanbevelingen zijn ook te lezen op mijn website en in mijn proefschrift getiteld ‘Betrokkenheid’. Ook verkrijgbaar als ebook. 

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels