blog

Gebouwen tussen weerstand en samenwerking

Architectuur

Charles Jencks, de befaamde Engelse architect en criticus, dateerde ooit het einde van de moderne architectuur op 15 juli 1972 om half vier ’s middags. Hij verwees daarmee naar het moment waarop de 20 jaar oude hoogbouwwijk Pruitt-Igoe in St Louis, Missouri werd opgeblazen. Het markeerde volgens hem het begin van een nieuwe periode, ook in de architectuur.

Gebouwen tussen weerstand en samenwerking

Een zelfde gevoel bekroop me afgelopen dinsdag bij de overhandiging van het rapport Ontspoorde ambitie door hoogleraar Pauline Meurs aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs. Ook dit rapport leest als het einde van een tijdperk. Het probeert antwoord te geven op de vraag waarom het ROC Leiden twee onbetaalbare gebouwen heeft neergezet, die de instelling aan de rand van de afgrond brachten. In haar antwoord rept de commissie van ‘gebrek aan regie en overzicht bij het College van bestuur.’

Mooi en flexibel gebouw

Het proces begon in 2001 met de wens een mooi en flexibel gebouw te maken dat aantrekkelijk zou zijn voor de leerlingen en de identiteit van het ROC zou uitstralen. Maar al snel werd deze ambitie een doel op zich, schrijft de commissie die het rapport opstelde. Die ambitie ontspoorde toen in een volgende fase plannen ontstonden om niet één, maar twee gebouwen te maken. Het ging toen niet meer om een pand van 32 duizend m2 voor 46 miljoen euro, maar om in totaal 100.000 m2 voor 223 miljoen euro. Achter deze cijfers gaat een groeiende complexiteit schuil en financiële constructies die daar nauwelijks op inspeelden, aldus de commissie.

 

 

Het gebouw Level Leiden dat MVSA ontwierp in opdracht van Green Real Estate en ROC Leiden (2003-2013), onderscheidt zich door grote open binnenruimtes die vrij uitzicht bieden op de stad. Foto Ronald Tilleman

Ongemakkelijke vragen

In het rapport worden de twee betrokken architecten slechts twee keer genoemd, alsof ze in het proces geen rol van betekenis hebben gespeeld. Wel maakt de commissie een onderscheid tussen adviseurs die een opdrachtgever helpen bij de realisatie van zijn project en adviseurs die kijken of een opdrachtgever wel goed bezig is. In Leiden werden volgens de commissie voornamelijk adviseurs van de eerste soort ingeschakeld, terwijl de opdrachtgever juist adviseurs nodig had, die de plannen kritisch tegen het licht houden en ongemakkelijke vragen durven stellen.

 

Het ROC gebouw bij station Lammenschans door Thomas Rau werd na de oplevering bestempeld als ongeschikt voor onderwijs, maar is na kleine aanpassingen inmiddels in bedrijf als school.

Debacle

Het debacle bij Leiden Centraal en Leiden Lammenschans laat zich natuurlijk niet afschuiven op de architecten. Beide gerealiseerde gebouwen zijn uniek te noemen en vormen een weerspiegeling van wat architectuur wel én niet vermag, maar evenzeer van de manier waarop het ROC College in Leiden opereerde. Vrijwel ieder jaar kwamen van de zijde van de opdrachtgever nieuwe mensen op de bouw, terwijl het programma van eisen voor de gebouwen voortdurend fluctueerde en vooruit werd bijgesteld. De relatie tussen opdrachtgever en architect is bepalend geweest voor wat uiteindelijk tot stand is gekomen.

Drie condities

De vraag dringt zich op of iets te leren valt van dit debacle. In zijn essay ‘Nieuwe condities voor ruimtelijke kwaliteit’ benoemt Rijksadviseur Erik Luijten voor gebiedsontwikkeling drie condities die ook bij dit soort projecten een op een lijken op te gaan. Deze zijn bezield en consistent opdrachtgeverschap, interdisciplinariteit en integrale benadering, en tenslotte de balans tussen beoogde interventies en maatregelen om ongewenste effecten tegen te gaan. Maar ook de manier waarop we gebouwen zien, is aan het veranderen.

 

Schipper Bosch heeft met Industriepark Kleefse Waard (IPKW) de Gouden Piramide 2015 gewonnen, de jaarlijkse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap. De jury loofde “de durf en visie van de opdrachtgever die gepaard gaan aan het zakelijk gevoel waarmee hij een bedrijvenpark een lonkend toekomstperspectief geeft.”

Anders zien

Gebouwen zijn lange tijd gezien als schijnbaar onveranderlijke objecten en daarmee als geschikte dragers van een traditie. Volgens toen gangbare opvattingen lag de betekenis van architectuur besloten in het omarmen en bieden van weerstand. Kenneth Frampton was een fel pleitbezorger van een dergelijke architectuur van de weerstand. Zo schreef hij: “Alleen dankzij een gedefinieerde grens kan de gebouwde vorm standhouden tegen –en vandaar letterlijk in een institutionele betekenis weerstand bieden aan- de eindeloos procesmatige flux van de megalopolis.”

 

De monumentale San Volto kerk van Mario Botta in Turijn (2001-2006) is opgevat als een stedelijk brandpunt van de wijk. Tegelijkertijd is ze in de optiek van de architect een uitgangspunt voor de verdere verstedelijking van dit voormalige industrieterrein.

Cradle to Cradle

Dergelijke opvattingen lijken in deze tijd geen stand te houden. Eerder dan statische objecten, beginnen gebouwen actieve bemiddelaars of actoren te worden. Het heeft te maken met de opkomst van de opvatting dat architectonisch denken en handelen sterk is verbonden met de condities waarin dingen verkeren. Michael Braungart’s ‘Cradle to Cradle’ filosofie presenteert op dit punt een uitgesproken optimistische visie: producten en objecten kunnen we eindeloos recyclen en zelfs upcyclen. Minder optimistisch zijn de verhalen over de opwarming van de aarde als gevolg van het broeikaseffect. Wanneer die doorzet treden onomkeerbare, negatieve fenomenen op.

 

Volgens de C2C ontwerpfilosofie kunnen de afvalproducten van de ene entiteit de voedingsstoffen worden voor een andere entiteit in een natuurlijk, resp technisch systeem.

Actieve bemiddelaars

Gebouwen zijn niet langer passieve doorgeefluiken, maar kunnen veranderen en worden in die zin actoren. Ieder gebouw oefent invloed uit op de wederkerige relaties tussen mensen en ruimtes. Daarmee vervalt het idee dat traditie weerstand inbouwt tegen vernieuwing en wordt traditie een samenwerkingsproject tussen mensen en objecten. Het gaat om series van handelingen waarmee een ruimte wordt ontworpen, gebouwd en bewoond en veel minder om het creëren van afgeronde objecten.

 

Happel Cornelisse Verhoeven, basisschool de Spreeuwen, Mechelen. Anders dan de opgave stelde, stapte HCVA af van de bouwtrend waarbij al maar nieuwe panden worden toegevoegd. Door het nieuwe programma gespiegeld te rangschikken tegen het huidige kleuterblok, is het aantal bouwvolumes beperkt en is een herkenbaar adres aan de aangrenzende vaart gecreëerd.

Samenwerking met gebruikers

Je ziet dit terug bij al die architecten die nu hun praktijk afstemmen op de nieuwe condities die zich aan het uitkristalliseren zijn. In hun benadering gaat het niet meer of veel minder om het opbouwen van een merk om zichzelf beter te verkopen. Ze zijn gericht op samenwerking, niet alleen met andere professionele figuren maar vooral met de gebruikers, bouwers en opdrachtgevers van hun projecten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels