blog

Zootje

Architectuur

Op deze plek spreken Hans Teerds, onderzoeker en docent aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft, en Marit Overbeek, online coördinator en initiatiefnemer in Utrecht, met elkaar over bewoners die zelf ruimtelijke initiatieven opstarten in hun eigen wijk. Volgens Hans Teerds zijn bottom up-processen op sociaal vlak een avontuur, dat de dagelijks omgeving en de sociale praktijken van de direct betrokkenen krachtig met elkaar verbindt.

Zootje

Beste Marit,

 

In je reactie steek je je enthousiasme over het Rotsoordbrug-project niet onder stoelen of banken. De energie die jij uit dit buurtinitiatief krijgt, straalt door in je brief. Zelfs al moet je vechten tegen de bierkaai die bureaucratie heet, of moet je in zee met instituties die niet om kunnen gaan met verandering, je blijft er vol voor gaan! Het gaat immers, schrijf je, om je eigen buurt en je eigen stad!

Volgens mij zit daar een cruciale gedachte in. Waar jij energie van krijgt, is iets waar je volledig in gelooft, en wat je na aan het hart ligt. Volgens mij moeten we dat beeld allereerst zien vast te houden, voordat we naar de cruciale vragen gaan waar je jouw brief mee eindigt. Ik wil eerst enkele andere dingen belichten, naar aanleiding van wat je schrijft over jullie initiatief.

Brug bewoners en instituties

Mijn eerste brief was een soort lofzang op het nemen van initiatieven, op het handelen van mensen. Hannah Arendt benadrukt dat handelen enkel in het publieke domein zin heeft. Dat is: anderen moeten het initiatief omarmen, erop reageren – pas dan kan een initiatief breder worden en succesvol zijn (hoe onvoorspelbaar, inderdaad, het proces ook kan zijn, en hoe anders en ongedacht het resultaat van het initiatief ook kan worden).

Jullie Rotsoordbrug lijkt dat te bevestigen: hij overbrugt niet alleen de Vaartse Rijn, maar slaat ook een brug tussen de bewoners en instituties, schrijf je. Maar ik heb zo’n vermoeden dat die brug ook de bewoners met elkaar verbindt. Jij sloot je aan bij het initiatief, en nog enkele anderen, begrijp ik. Op evenementen die jullie organiseren komt respons. Toch wordt me niet meteen duidelijk hoeveel mensen uit je buurt zich hebben aangesloten en actief mee-organiseren op dit moment?

Avontuur op sociaal vlak

Juist dat bewoners de handen ineenslaan, belicht voor mij een interessant aspect aan het initiatief: dit soort ‘bottom up’-processen zijn allereerst op sociaal vlak een avontuur, dat de dagelijks omgeving en de sociale praktijken van de direct betrokkenen krachtig met elkaar verbindt. Veel beter dan de buurtbarbecue, georganiseerd door een buurtwerker, is met dit soort projecten echt iets te winnen, en kunnen de bewoners daadwerkelijk samen aan iets werken.

Natuurlijk, een buurt-barbecue kan ook ‘bottom up’ ontstaan, en dat is dan ook meer dan genoeg. Dat is juist de kans dat je elkaar inderdaad bij dat kampvuur en het biertje, waar jij het over hebt, tegenkomt, en gedeelde zorgen bij elkaar herkent, maar misschien ook kansen verkent. Een project bindt de mensen pas echt samen (hoewel: het loopt natuurlijk niet altijd goed af).

Draagvlak

De mensen die jij tegenkomt op borrels en bij feestjes, die buurtinitiatieven maar een zootje vinden, hebben misschien wel een punt. Het houdt niet lang stand, zeggen ze. Dat is bij veel initiatieven natuurlijk ook ‘gevaarlijk’, zou je kunnen denken. Hoeveel mensen haken niet juist af van die ongelofelijke weerbarstigheid van de Nederlandse planningsmachinerie? Jij krijgt er energie van, zeg je, om steeds nieuwe paden te zoeken, om het project toch voortgang te laten vinden.

Maar dat is niet iedereen gegeven. En als dan iets is gerealiseerd, een gemeenschappelijke tuin is aangelegd, of wat dan ook – hoe lang blijven mensen dan nog betrokken? Daar ligt denk ik nog steeds een pijnpunt: het ligt in handen van mensen die steeds mobieler worden. Een project dat continu aandacht blijft vragen, moet wel een grote groep mensen hebben die het dragen, om het voor langere tijd ‘succesvol’ te laten zijn.

Alledaagse ruimtes

En het is een rommeltje, hoor je op feestjes. Meer nog: een zootje. Ook daarin hebben ze misschien gelijk. Als we de beelden van de gemiddelde ‘urban gardening site’ voor ogen hebben (van New York tot Berlijn), zien we inderdaad een generiek beeld van houten kratten her en der, oude containers, en zo verder. Maar kom op, wat wil je dan, vraag ik me af? Wat is je beeld van de openbare ruimte? Wat voor waarden verbind je aan de ruimte? Moeten het steriele openbare ruimten zijn? Leegtes van natuursteen? Romantische bloemperken? Alles prima, maar dit is de alledaagse ruimte, waar we het over hebben. Niet de Dam toch? Hoe moeten we die ruimte waarderen? Wat voor waardensysteem houden we er op na als we deze ruimten begrijpen als ‘een zootje’?

 
Eettuin in Wippolder, Delft. Foto door Atelier GROENBLAUW/Amar Sjauw En Wa. Foto via www.groenblauwenetwerken.com

Ruimte voor gebruiker

Wat is een goede alledaagse (openbare) ruimte? Een goed project is mijns inziens een project dat ruimte biedt – enige Hertzbergeriaanse taal kan ik hier niet achterwege laten – aan de gebruikers om deze juist toe te eigenen. Het project evoceert: het maakt nieuwe dingen mogelijk. Enige rommeligheid kan in dit perspectief geen kwaad. In tegendeel: je zou het kunnen zien als teken van het ‘succes’ van het project. Bottom up-projecten zijn misschien niet een beetje rommelig, maar inderdaad een zootje.

Maar nogmaals: so what? Is het geen teken van velen die met elkaar betrokken zijn bij de ruimte, en dat op creatieve wijze daar initiatieven worden genomen en activiteiten ontplooid! Deze (openbare) ruimte is attractief, brengt mensen samen, en samen komen ze ver(der). Volgens mij is dat een definitie van publiek domein – dat begrip dat te pas en te onpas een ideaal beeld schept van een inclusieve ruimte die de ruimtelijke neerslag is van het politieke ideaal van democratie. Wat wil je nog meer?

Publieke opinie als machtsfactor

Daar bovenop – als je naar dat ideaal van het publieke domein kijkt, dan zie je nog iets anders dat aan het licht komt via de bewonersinitiatieven. Dit begrip is sterk beïnvloed is door het denken van de Duitse filosoof Jürgen Habermas. Hij zag aan het einde van de 18e en begin van de 19e eeuw een nieuw ‘machtsblok’ ontstaan in het publiek (de bourgeoisie), dat samenkwam in de koffiehuizen van Wenen en de salons in Berlijn, om daar – geïnformeerd door de opkomende kranten – de politiek te bediscussiëren. De macht van het publiek – voor Habermas vooral de publieke opinie – was een geduchte machtsfactor tussen aan de ene kant de overheid en aan de andere kant de markt.

In het boek dat hij hierover schreef is hij meteen ook weer negatief: die macht van het publieke is in de moderne tijd verloren gegaan, uit handen gegeven aan de overheid én de markt. Lange tijd was er slechts de overheid die het publieke belang diende, en de markt die daar op een heel andere manier ook op inspeelde. Maar nu de overheid veel van haar werkzaamheden heeft overgedaan aan de markt, en vervolgens de crisis overheid én markt verlamde, zien we voorzichtig aan deze derde machtsfactor ontluiken. Als markt en overheid falen, in elkaars verlengde komen te liggen door privatisering en bezuinigingen, ontdekken we ook het publiek weer als beweging van betekenis.

Stip aan de horizon

Deze brief begint al weer aan de lange kant te worden. Ik zal in mijn volgende brief ingaan op de vragen die je stelt over de professional. Mijn antwoord ligt in deze lijn: niet alleen van de bewoner is extra professionaliteit gevraagd, ook van de professional. Een architect moet veel meer kunnen én zijn dan slechts een ‘ontwerper’. Maar om dat meer handen en voeten te geven, voordat ik dat punt zal uitwerken, wil ik je nog wat vragen stellen. In een bijzin stel je dat dat jullie de brug ook zelf willen ontwerpen. Waarom is het voor elkaar krijgen van de verbinding niet voldoende? En waarom eigenlijk niet ook zelf bouwen? Of vraagt dat een specialiteit die vooralsnog een brug te ver is? En hoe staat het er na ruim twee jaar voor met de Rotsoordbrug? Komt’ie er nu binnenkort, of is die stip aan de horizon nog steeds buiten beeld?

Hartelijke groet!
Hans

Lees hier de brief van Marit Overbeek ‘We maken er echt geen zootje van’
En de eerste brief van Hans Teerds, ‘Actie!’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels