blog

De toekomst van de architectuur in vier 1/2 dag

Architectuur

De Duitse architect Gottfried Böhm en zijn drie zoons stonden centraal in de openingsfilm op het AFFR, het tweejaarlijkse architectuurfilmfestival dat sinds 2000 in Rotterdam wordt gehouden. Van de architect van Urbino (Giancarlo de Carlo) tot de Chinese burgemeester (Geng Yanbo van de stad Datong), wil het festival een podium bieden voor het debat over de stad en de toekomst ervan. Veel gestelde vraag: wat denk jij dat de toekomst van architectuur is?

De toekomst van de architectuur in vier 1/2 dag



Gottfried Böhm, Mariendom, Neviges (D), 1972

 Concrete Love, een film over de Böhm dynastie in de regie van Maurizius Starkle-Drux, was afgelopen woensdag de openingsfilm op het AFFR. Een schitterende film die vooral inzoomde op de menselijke kanten van deze geweldige architect. De Duitse architect Gottfried Böhm is 93 jaar en nog volop betrokken in zijn bureau. Ergens halverwege de film laat hij zich ontvallen weer enorm veel zin te hebben in een prijsvraag.

Beeld uit de film ‘Concrete Love’, regie Maurizius Starkle-Drux, 2014

Dat doe je niet goed

Zijn drie zonen zijn er nooit in geslaagd zich te ontworstelen aan de invloed van hun vader. Tekenend is het beeld waarop ‘the bosz’ zoals hij vertederend wordt genoemd, op een stoel zit en een van zijn zonen aan een maquette staat te pielen. Dat doe je niet goed, bromt zijn vader, zonder ook maar een spier te verrekken. Maar dat is zoals ik het wil, antwoordt de zoon.

Volkerwessels, Morgen Wonen, in 1 dag gebouwd, Amersfoort

Opkomst van aannemerswoningen

Een dag later zag ik in het NOS journaal een reportage over de bouw van prefab woningen door Volker Wessels. Volgens de verslaggever van dienst is het een oud concept in een nieuw jasje. Belangrijkste kwaliteiten van deze woning zijn de kosten en de extreem korte bouwtijd. Hilarisch hoogtepunt van de reportage is een shot van de verslaggever op het dak van de woning die op zijn horloge kijkt (kwart over twee) en dan aan de bouwer vraagt wanneer de woning klaar is (over twee uur) en de bewoners erin kunnen (over tien dagen, meneer). Het idee is dat de toekomstige bewoners een plek vrij maken in de sociale woningbouw. In de laatste categorie zouden bovendien goedkope prefab woningen kunnen worden bijgebouwd.



de Volkskrant, 8 oktober 2015: ‘Huizenmarkt komt weer op stoom’

Werkgelegenheid architecten blijft achter

Weer een dag later, het is dan vrijdag. De Volkskrant meldt dat de huizenmarkt floreert als vanouds. Behalve op het platteland, worden overal in Nederland meer huizen verkocht en herstellen de prijzen zich. Als je echter de cijfers van de werkgelegenheid in de architectuur bekijkt, dan zie je nauwelijks enige beweging. Er is een lichte toename maar die is niet te vergelijken met de groeispurt in de woningbouw. In de vorige ‘grote crisis’ (gedurende de jaren 80 van de vorige eeuw) leverde de aantrekkende woningbouw veel werkgelegenheid in de architectuur op. Zoals we een dag eerder al leerden, ligt de bal nu vooral bij de aannemers met hun woningen.

Propagandafilmpje voor prefab woningbouw, clip uit de film ‘Concrete Stories’, regie Lorenz Findeisen, 2014

Gloriejaren van prefab woningbouw

Op zaterdag werd op het AFFR ‘Concrete Stories’ in de regie van Lorenz Findeisen vertoond. Deze film, ingeleid door kunsthistoricus Petra Brouwer, gaat over de prefab woningbouw in Frankrijk, Duitsland en Tsjechië. In de geschiedenis van de moderne architectuur kom je hier weinig over tegen, ofschoon sinds de Tweede Wereldoorlog in Europa meer dan 170 miljoen prefab appartementen zijn gebouwd. De woningnood, de snelle bevolkingsgroei en het gebrek aan arbeidskracht waren hier debet aan. De paradox van de naoorlogse prefab bouw is dat het paneel veel flexibiliteit bood maar tegelijkertijd alleen op heel grote schaal kon worden toegepast. Ook waren prefab woningen destijds niet vanzelf heel gewilde producten. Volgens kunsthistoricus Petra Brouwer is dit de reden waarom zo veel ideologie in de naoorlogse woningbouw is gestopt. De schoonheid ervan stond immers niet vast en moest nog worden blootgelegd.

Giancarlo de Carlo, studentenhuisvesting, Urbino (IT), 1972

Baanbrekende innovatie?

Beide episoden maken duidelijk dat om te voldoen aan de wensen van de gebruikers, de woonproducten en de verhoudingen waarin ze worden geproduceerd, van tijd tot tijd grondig worden vernieuwd. De vraag die zich nu opdringt is of vanwege de huidige verschuivingen in de samenleving baanbrekende innovaties nodig zijn, of het huidige aanbod van voornamelijk aannemerswoningen voldoet en gewilde producten oplevert en of het mogelijk is een gedifferentieerd productaanbod te ontwikkelen. De toekomst voor architectuur zou in deze opgave kunnen liggen. Maar zoals de film over Giancarlo de Carlo (The Architect of Urbino, regie Emanuele Piccardo) op het AFFR liet zien, dit is en blijft sterk afhankelijk van de bereidheid van architecten tot het nemen van niet de minste risico’s.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels