blog

Mooie toekomst zonder welstand?

Architectuur

Na Groningen (met enige tamtam) schaft nu ook Arnhem (stilletjes)* de welstand af. Het gaat nu dus niet om kleine gemeenten met overwegend kleine plannen, kleine kwesties en kleine wethouders. Het zijn nu grote steden (gezien ons kleine land) en er zullen er meer volgen. Matthijs de Boer bekijkt opnieuw de welstand van de toekomst.

Mooie toekomst zonder welstand?

 

 

Steden met een continue stroom bouwplannen, met grote diversiteit in wijken en buurten met dichte en minder dichte bebouwing, steden met grote complexe projecten waarbij diverse, uiteenlopende en vaak strijdige belangen spelen. Steden ook met belangwekkende, hoog gewaardeerde historische binnensteden, die ook dynamisch en daardoor kwetsbaar zijn.

Oké, het zijn de commissies die wordt afgeschaft, het welstandstoezicht moet wettelijk nog blijven bestaan. Dat mag dan door een stadsbouwmeester of door ambtenaren worden uitgeoefend, met een strikte, beperkte opdracht. Het opheffen van de welstandscommissie lijkt een stoere symbolische daad. Maar het is meer dan dat, een stap in de richting van het opheffen van het welstandstoezicht. De vraag hoe de gemeente dan de architectonische kwaliteit van de stad gaat bewaken of stimuleren wordt in de discussie zelden beantwoord. De desinteresse van deze gemeenten in de ontwikkeling en schoonheid van de stad wordt met steeds minder scrupules aan de dag gelegd.

Argumenten

De argumenten die stadsbestuurders aanvoeren voor het opheffen van welstand gaan zelden over de zaken waarmee welstandscommissies in de grotere steden zich tegenwoordig bezighouden: de projecten die er toe doen voor het stadsbeeld: grote projecten van ontwikkelaars, nieuwe ontwikkelingen in de particuliere bouw, publieke gebouwen, ingrepen in de infrastructuur van de stad, het aanzicht van grote supermarkten, winkelcentra in de binnenstad. Nog steeds staat de dakkapel model voor alle ergernissen over welstand. Iets algemener is het de goedbedoelende burger die wat aan zijn eigen woning wil klussen, die bij de wethouder komt mopperen dat zijn bouwvergunning niet afkomt. Inmiddels zijn dergelijke verbouwingen, waaronder dakkapellen, vergunningvrij en dus ook welstandsvrij.

Ook in veel plaatsen waar welstand niet is afgeschaft is de invloed tanende. Er worden (lukraak) welstandsvrije gebieden aangewezen, het budget wordt beperkt, de commissie wordt kleiner gemaakt, vaak door minder specialisten in de commissie te benoemen, de op basis van de wet van 2004 geïntroduceerde burgerleden worden afgeschaft, de commissie wordt gesommeerd vooral klantvriendelijk te zijn en minder lastig, het aantal behandelingen per plan wordt beperkt, meer plannen worden bij mandaat of ambtelijk afgehandeld.

Drempel

Welstandscommissies die in de discussie schermen met ‘maar we voeren jullie eigen beleid uit, het staat in de welstandsnota’ schieten vooral zichzelf in de voet. Dat willen gemeentebestuurders echt niet horen, het is een aanmoediging om ook de welstandsnota af te schaffen.

Het is natuurlijk de vraag of je straks gemeenten zonder welstandscommissie direct aan hun lelijkheid zal kunnen herkennen. Wat gaan die gemeenten doen om mooi te blijven of te worden?

Het is nu eenmaal zo dat in Nederland iedereen een bouwplan mag maken en daarvoor een vergunning kan bemachtigen. Een architect is daar niet bij nodig, dat in tegenstelling tot een aantal andere Europese landen. Toen in Frankrijk vorig jaar iemand zich zonder de vereiste kwalificaties voor architect uitgaf en ook inderdaad gebouwen ontwierp, haalde dat de Nederlandse pers. In Nederland is het weliswaar eveneens verboden je voor architect uit te geven als je het niet bent, maar waarom zou je, als voor het ontwerpen van gebouwen helemaal geen architect nodig wordt geacht? De drempel, die welstandscommissie heet, zou voor heel wat opdrachtgevers weleens bewust of onbewust de reden kunnen zijn toch maar een architect in te schakelen. We weten dat niet alleen particulieren, maar ook grote bouwondernemers de laatste tijd architecten liever buiten de deur houden of zeer beperkte opdrachten geven. Het is daarom nog maar de vraag of architecten beter af zijn met het afschaffen van welstand. Als je ervan uitgaat dat gebouwen door een architect ontworpen beter of mooier zijn dan die zonder architect tot stand komen, is de stad in elk geval beter af met welstand.

Begeleiding

Nu in kringen van professionals het belang van het maken van gezonde, aangename steden in alle toonaarden wordt bezongen, is er bij steeds meer stadsbesturen juist een tegengestelde trend, namelijk zomin mogelijk sturen, plannen of ontwerpen, zoveel mogelijk aan de markt of aan de burger en dus aan het lot overlaten. Terwijl juist in deze tijd met bottom-up initiatieven, burgerparticipatie, collectief particulier opdrachtgeverschap en andere nieuwkomers in de bouwwereld de behoefte aan professionele begeleiding, advies en afstemming van plannen groot is. En natuurlijk waar nodig bijsturing. Als het een principiële kwestie was met welstand, zouden gemeenten beter duidelijk maken hoe zij het beschermen en verbeteren van het stadsbeeld dan zouden aanpakken. Maar daarover wordt weinig gehoord. Uitzonderingen zijn die paar gemeenten waar serieus wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van begeleiding van bouwplannen. Er worden her en der stadsbouwmeesters of supervisoren aangesteld die dan esthetische bouwplantoetsing in hun takenpakket krijgen. Een soort welstand light. Vrijblijvend, in zoverre dat als een een gemeente het niet meer leuk vindt, deze figuur weer kan worden geschrapt. Bij geen enkele gemeenten is de reden dat de welstand afgeschaft wordt dat zij iets beters hebben bedacht voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dereguleren is de boodschap, het middel en het doel.

Kwaliteitsborging

Dat is de reden dat architecten en stedenbouwers zelf kwaliteitsborging in hun werk moeten inbouwen. En daarvoor middelen, spelregels moeten bedenken en in werking stellen. Afhankelijkheid van de gemeenten is niet gewenst, en bovendien langzamerhand uitgewerkt. De gemeente legt steeds meer verantwoordelijkheden neer bij initiatiefnemers. Je kan het laissez-faire noemen of de ‘verras-me-maar mentaliteit. Maar steden worden daar niet vanzelf beter van. (Bouw-) Plannen en initiatieven zullen toch in goede banen moeten worden geleid, op elkaar worden afgestemd en op (duurzame) kwaliteit worden getoetst. Dat kan niet altijd alleen door de belanghebbenden (initiatiefnemers, opdrachtgevers, financiers, ontwerpers, gebruikers) zelf gebeuren.

Daar ligt een geweldige kans. De middelen waarmee dan de architecten in de nieuwe constellatie ‘het algemeen belang gaan dienen’ moeten immers nog worden uitgevonden. Daarbij is de creativiteit van de architectengemeenschap zelf nodig, niet de juridische creativiteit van de wetgever. De architecten hebben zich, met de beste bedoelingen, namelijk als wereldverbeteraar of hoeder van de goede smaak, in het verleden al eens een dubbelzinnige reputatie verworven. Terecht of onterecht? In elk geval doet zich nu een prima gelegenheid voor om verantwoordelijkheid te nemen. Het welstandstoezicht echt overbodig te maken door er iets beters tegenover te stellen. Iets dat in deze tijd past.

*) in Arnhem is het afschaffen van de welstandscommissie een voorstel van burgemeester en wethouders, dat nog aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels