blog

Kenneth Frampton over Structuralisme: orde en chaos

Architectuur

Drie keer sprak ik iemand die zich excuseerde voor het feit dat hij de lezing van Kenneth Frampton niet goed had kunnen volgen: te moe vanwege deadline, te warm, te ongemakkelijk gezeten. Zelf vond ik het ook moeilijk te erkennen dat de man wiens schrijfsels mijn beeld van de architectuurgeschiedenis hebben gevormd, geen briljante lezing gaf. Er waren weliswaar interessante punten aan bod gekomen, en Frampton liet meerdere malen zien dat hij ondanks zijn gevorderde leeftijd nog scherp kon observeren en redeneren, maar de rode draad van zijn betoog was ik regelmatig kwijtgeraakt.

Kenneth Frampton over Structuralisme: orde en chaos

Bijna elke Nederlandse architectuur- of architectuurgeschiedenisstudent heeft grote delen van zijn standaardwerk Modern Architecture: A Critical History gelezen. En wie kent niet zijn belangwekkende essay Towards a critical regionalism? Dus als aangekondigd wordt dat Kenneth Frampton een lezing geeft met de prachitge titel ‘Casbah Organisée as City-in-miniature: Open Work vs. Space of Public Appearance’, is de verwachting hooggespannen.

In de aankondiging van HNI stond dat de lezing zou gaan over de tegenstellingen in het Structuralisme en de betekenis hiervan voor de vraagstukken van de hedendaagse stedelijke samenleving. En daar ging het ook over, min of meer. Tijdens de lezing hinkstapte Frampton van voorbeeld naar voorbeeld, waarbij hij telkens vergeten leek te zijn waarom hij een bepaald beeld in zijn presentatie had opgenomen.

De laatste vijf minuten van zijn lezing ruimde Frampton in om de teloorgang van de hedendaagse maatschappij te schetsen. Hierin toonde hij zichzelf een socialist in de traditie van Karl Popper en Guy Debord. Na voorgoed het boek van structuralisme te hebben gesloten, verhaalde hij hoe hij als criticus voortdurend op zoek is naar gedecentraliseerde bewegingen die zich inzetten voor het ontstaan van een lokale cultuur. Deze ‘enclaves of otherness’ bieden volgens Frampton tegenwicht voor het niets ontziende marktmechanisme, dat alles wil reduceren tot een product, zelfs de leefomgeving. Dat is een mooie observatie. En zeker eentje die het waard is om te benadrukken.

In deze onstabiele wereld, die voortgestuwd wordt door een ‘visieloze techno-wetenschappelijk consumentisme’ biedt vorm houvast, aldus Frampton. Hier wordt duidelijk welk punt hij wellicht wilde maken in zijn lezing, alhoewel hij het niet benoemde. Aldo van Eyck, grondlegger van het Structuralisme, geloofde dat configuratieve discipline vrijheid zou brengen: het gebruik differentieert, de structuur vat samen. Een argument dat overigens ook de revue passeerde tijdens het aansluitende gesprek tussen Dirk van den Heuvel, Herman Hertzberger en Kenneth Frampton.

In een wereld die organisch groeit, zijn er bakens nodig. Het Structuralisme dacht na over de vorm die deze bakens zouden kunnen hebben en hoe chaos en orde (een van de tweeling-fenomenen in de theorie van Aldo van Eyck) samen konden komen.

We kunnen stellen dat het Structuralisme als vormentaal ergens de verkeerde afslag heeft genomen. Als Frampton een doorsnede van de Piramidewoningen in Helmond toont, vraagt hij zich af waar zich de ruimte bevindt voor de mens om zich te engageren, of zoals hij het benoemt in de titel van zijn lezing, de ‘space of public appearance’. Die publieke ruimte, die we in het werk van Herman Hertzberger veelvuldig tegenkomen, lijkt een probleem te hebben gevormd voor de structuralisten, die het wel ín hun gebouwen, maar niet daaromheen konden realiseren.

Maar de basisgedachte dat architecten zich moeten inzetten om houvast te bieden, is er eentje om mee te nemen.

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels