blog

Happy Industry van Joep van Lieshout

Architectuur

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw domineerde industrie en haven het beeld in veel Nederlandse steden. Als ik van mijn huis in Ridderkerk naar Rotterdam fietste, over kasseien straten met rails en onkruid, passeerde ik talloze scheepswerven, met namen als Boele, Pot en Schram. Dichter bij Rotterdam vormden de kranen een woud dat zich in westelijke richting uitstrekte. Al deze bedrijvigheid is langzaam verdwenen naar landen in het midden en verre oosten. Ze komt naar verwachting ook niet meer terug.

Happy Industry van Joep van Lieshout

Het leek een vanzelfsprekende ontwikkeling waarbij industrie werd vervangen door dienstverlening. Je zag dat ook terug in het straatbeeld. In hoog tempo werden de gebouwen en structuren van de oude industrie opgeruimd en verdween ook de infrastructuur ervan uit het zicht. Nu dertig jaar later weten we wel beter; ook een dienstverlenende economie kan niet zonder industrie.

Afgelopen weekeinde organiseerde de Stichting AVL Mundo in het Museumpark in Rotterdam het festival Happy Industry. Dit festival was opgezet als een hommage aan de zware industrie van weleer, door terug te keren naar de oorsprong van het maken. In onze dagelijkse leefwereld komt de industrie niet meer voor, je moet ervoor naar India, Pakistan en China. In de tijdelijke nederzetting die Joep van Lieshout in het Museumpark had opgericht, rondom een gietloods met een primitieve werkplaats, stond ze juist centraal.

Tot de uitgenodigde kunstenaars, ontwerpers en makers behoorden Peter Rogiers, Rossella Biscotti & Kevin van Braak, Frederik Molenschot, Paul Geelen, IJzerij Paulus, en Atelier Van Lieshout. Zij lieten op bescheiden schaal aan het toegestroomde publiek industriële productieprocessen zien. De ambitie van initiatiefnemer Joep van Lieshout is niet gering: ‘In Happy Industry zijn werk en leven met elkaar verenigd en worden, in een tribale en autarkische nederzetting, noeste arbeid en ontbering afgewisseld met fysiek genot en ontspanning.’

  

Joep van Lieshout op het festival Happy Industry in Rotterdam, 13 september 2014 Foto Harm Tilman

 Joep van Lieshout in de Volkskrant: ‘We hebben loodsen met smeltovens en een primitieve smederij in het park gezet, en kunstenaars uitgenodigd om daar te experimenteren met het gieten van metaal en met het CO2-neutrale houtskool maar ook met cokes. Het gaat om de goede en slechte dingen van het industriële tijdperk. Eentonig werk en vervuiling, maar ook de voeling met de wereld en sociale binding.’

‘In de krant las ik over een recordstijging van broeikasgassen. Veel producten komen uit China, maar wij veroorzaken hier de vervuiling omdat wij heel veel consumeren en omdat we goedkope zooi willen hebben. We kunnen wel schijnheilig doen, maar we kopen ons het leplazarus aan goedkope troep. Daar gaat Happy Industry ook over. Het gaat veel meer om verband te maken van de mens met het ruwe materiaal, terug naar de oorsprong.’

Het was afgelopen weekeinde lekker weer; inderdaad werden ‘noeste arbeid en ontbering afgewisseld met fysiek genot en ontspanning’. Maar achter dit festival waarop zoals aangekondigd ‘werd gegeten, gegoten, gesmeed, gedanst, gedronken en gemasseerd’, bevindt zich een meer serieuze boodschap. Industrie berust op lage kosten van arbeid, en op de nauwkeurige prijsstelling van producten. Happy Industry roept op dit mechanisme goed te doorgronden. Willen we werkelijk een stap maken en de industrie weer een plaats geven in de contemporaine wereld, dan zullen we de arbeid moeten herwaarderen. Bijvoorbeeld door de belasting op arbeid af te schaffen en die op (kostbare) materialen in te voeren.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels