blog

De zaak Zaha Hadid versus Martin Filler

Architectuur

Architectuurcriticus Martin Filler heeft toegegeven een vreselijke vergissing te hebben begaan in een boekkritiek die hij afgelopen juni in de New York Review of Books heeft gepubliceerd. Zijn spijtbetuiging volgt op de aanklacht die de Engelse architect architect Zaha Hadid indiende bij de rechtbank in New York. Ze verwijt Filler haar reputatie te hebben geschaad en haar valselijk te hebben beschuldigd. Met Fillers knieval lijkt de kous afgedaan. Of toch niet?

De zaak Zaha Hadid versus Martin Filler

In 1999 won OMA de prijsvraag voor CCTV in Beijing. Vrijwel direct verscheen kritiek op het feit dat OMA ging bouwen in China. Dat je in dit land een school bouwt of een ziekenhuis, is tot daaraan toe, schreef Ian Buruma in the Guardian, maar het hoofdkantoor van de Chinese staatstelevisie, een instelling die zich bezondigt aan staatspropaganda? Koolhaas liet dit niet over zich heenkomen maar verdedigde zijn keuze op knappe wijze. China is niet een ongedeelde entiteit, zei hij. Je hebt in China tal van mensen die een andere kant op willen gaan om het land te moderniseren. Deze mensen steek ik een hart onder de riem.

Aanklacht van Zaha Hadid

Groot was de verbazing toen Zaha Hadid eind augustus een klacht indiende bij het gerechtshof in New York vanwege een stuk van Martin Filler dat verscheen in de New York Review of Books van 5 juni 2014. In dit artikel, gepubliceerd met de weinig vlijende titel “The Insolence of Architecture” (“De impertinentie van de architectuur”), bespreekt Filler het prachtboek van Rowan Moore, ‘Why we Build: Power and Desire in Architecture’. Bespreken is misschien een te groot woord. Filler lijkt het boek vooral te gebruiken als een opstapje voor een afrekening met Hadid.

Met gestrekt been

Het artikel schetst een weinig vlijend beeld van de persoon en de praktijk van Hadid. Het suggereert bovendien dat Hadid model staat voor het gedrag van veel hedendaagse architecten. Hij doet dat met een flair waarmee Nederlandse critici vergeleken brave schooljongens zijn. Filler gaat er met gestrekt been in. Zijn kritiek wordt soms heel persoonlijk, bijvoorbeeld als hij Hadids werk afdoet als “hedonistisch solipsisme en verpletterende grootsheid”. Het is duidelijk dat Filler Hadid niet mag.

Psychologie van de koude grond

Maar om daar nu een klacht voor in te dienen? Fillers kriek neemt soms lachwekkende proporties aan. Zo beweert hij dat de “bestudeerde impertinentie van Hadid” aantrekkingskracht uitoefent op machtige opdrachtgevers die aan dergelijk gedrag niet gewend zijn. Dat is psychologie van de koude grond. Ook dat Hadid, net zoals tal van andere architecten, iedere opdracht probeert te veranderen in iets wat een opdrachtgever niet wenst. Fillers veroordeling van de almaar toenemende commercialisering en nutteloze exhibitionisme van het huidige bouwen doet bovendien wel erg gemakkelijk aan.

Al Wakrah stadion

Op een punt gaat Filler gruwelijk in de fout. Hij beweert dat Hadid geen mededogen toont voor de meer dan 1000 arbeiders die op de bouwplaats van het Al Wakrah stadion in Qatar zijn omgekomen. De bouw van dit stadion begint echter pas in 2015. Filler heeft dan ook dit deel van zijn kritiek teruggenomen. In een verklaring op de site van de BYRB betuigt hij deemoedig zijn spijt: “Er zijn geen arbeiders doodgegaan bij het Al Wakrah project en het commentaar op Qatar door Hadid dat ik heb geciteerd in mijn boekbespreking, heeft niets te maken met deze bouwplaats of met welke van haar projecten dan ook. Ik betreur de vergissing.”

Miserabele werkomstandigheden

Daarmee is de kous af, zou je denken. Op dit moment is nog niet bekend of Hadid haar rechtszaak doorzet. Los van mogelijke slachtoffers, blijven de kwestie van de bouwplaatsen en de vraag of een architect daar verantwoordelijk voor is of niet, wel op tafel. De arbeiders in Qatar krijgen slecht betaald, worden gedwongen lange werkdagen te maken en wonen in de meest miserabele omstandigheden. Zou het niet veel uitmaken, als een beroemdheid als Hadid zich hierover uitspreekt, vroeg Paul Goldberger zich af in de Vanity Vair van 27 augustus 2014?

Verantwoordelijkheid

Wellicht heeft Hadid gelijk, als ze zegt dat een architect geen macht heeft en dat de overheid hiervoor verantwoordelijk is. In februari van dit jaar zei ze desgevraagd: “Ik ben niet verantwoordelijk voor de werkomstandigheden van bouwvakkers. Ik denk dat dit een onderwerp is dat de overheid moet oppakken. Het behoort niet tot mijn taak als architect om daar zorg voor te dragen.”Als dit laatste echt zo zou zijn, is dat uitermate verontrustend. Het bevestigt ongewild het beeld dat architecten machteloos zijn en er nauwelijks nog toedoen. De vraag is dan ook of architecten deze verantwoordelijkheid niet terug moeten opeisen.

 

Zaha Hadid, Heydar Aliyev Cultuurcentrum, Azerbaijan

 

Zaha Hadid, Heydar Aliyev Cultuurcentrum, Azerbaijan 

Rem Koolhaas-OMA, CCTV, Beijing

Rem Koolhaas-OMA, CCTV, Beijing

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels