blog

Over betrokkenheid: voorbeeld op wielen

Architectuur

Functionaliteit vraagt om andere kwaliteiten dan beleving. Deze beide vormen van betrokkenheid vragen om een eigen vormgeving en daarmee een eigen domein. In recente architectuurbenaderingen zijn hier nauwelijks voorbeelden van te vinden. Maar misschien kunnen we voorbeelden vinden in het verleden. Als we kijken naar bestemmingen, dan vinden we dit onderscheid al heel vroeg, bijvoorbeeld in villa Emo door Andrea Palladio uit 1659-1665.

Over betrokkenheid: voorbeeld op wielen

De functionele ruimten, voornamelijk de stallen, zijn ondergebracht in de zijvleugels, terwijl het hoofdgebouw bestemd is voor representatie en wonen, bestemmingen waar de beleving voorop staat. Jammer genoeg is dit onderscheid niet in de vormgeving terug te vinden. De functionele dienstruimten zijn gecamoufleerd en net als het hoofdgebouw, voorzien van architectuur die gericht is op beleving. Dit was lange tijd een gewoonte bij paleizen, woonhuizen van voorname personen en hotels, waar de dienstruimten verdwenen achter de schermen van een op beleving gerichte vormgeving.

Op het platteland

Ook bij boerderijen wordt al heel lang een onderscheid gemaakt tussen functionele en belevingsgerichte bestemmingen. Met aan de achterkant de (functionele) stal en aan de voorkant het woonhuis met de (belevingsgerichte) ‘mooie kamer’. Hier keert het verschil dus wél terug in de vorm: de stal is eenvoudig uitgevoerd terwijl het woonhuis is voorzien van decoraties.

We kunnen dit interpreteren als een aanzet tot het ontwerpen van verschillende domeinen met onderscheiden architectuur, respectievelijk afgestemd op functionaliteit en beleving. Dit is een hoopgevende vondst en tevens een aanmoediging om verder te zoeken naar een architectuur waar het onderscheid tussen functionele en op beleving gerichte betrokkenheid terugkeert in de vormgeving.

 

Dienende en bediende ruimten

In de jaren vijftig van de afgelopen eeuw maakte de Amerikaanse architect Louis Kahn een onderscheid tussen dienende ruimten, voor sanitair en installaties, en bediende ruimten, waar zich het dagelijks leven afspeelt. Dit lijkt op het onderscheid tussen functionele en op de beleving gerichte domeinen. In zijn ‘Trenton Bath House’ in New jersey zijn de dienende, functionele en sanitaire ruimten ondergebracht in vierkante volumes onder de hoeken van de daken, terwijl het entreegebied en het bad, de bediende, op de beleving gerichte ruimten, zijn gelegen onder het midden van de daken. De bedienende, functionele ruimten zijn echter niet anders vormgegeven dan de bediende, op beleving gerichte ruimten.

Scooters

In de architectuur hebben we na lang zoeken een aanzet gevonden bij boerderijen, terwijl we in elke straat al direct kunnen vinden wat we zoeken. Bij scooters herkennen we de motor, de wielen en het stuur direct als typisch functionele onderdelen, terwijl de fraai gevormde beplating op beleving is gericht. Door comfort te bieden: geen oliespatten van de motor en geen natte voeten als je door een plas rijdt. En door associaties op te roepen: zo lijkt een hedendaagse scooter op een sportschoen, wat de associatie wekt met sportieve leefstijlen. Ook zijn er scooters met een ‘retrolook’, die herinneringen oproepen aan de jaren vijftig (een tijd waarin de stroomlijnvorm juist met de toekomst werd geassocieerd..!)

Nieuwe opgave

Als architecten zouden doen wat ontwerpers van scooters al jaren doen, hoe zou de gebouwde omgeving er dan uitzien? Hier zal ik in de volgende aflevering dieper op in gaan.

In een serie blogs over betrokkenheid werkt Flip Krabbendam toe naar aanbevelingen die van belang zijn voor de opgave van deze tijd, waarin gevraagd wordt duurzaam te ontwerpen voor betrokken gebruikers. Geïnteresseerde lezers kunnen deze aanbevelingen ook lezen op zijn website en in zijn proefschrift ‘Betrokkenheid’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels