blog

Over betrokkenheid – Modernisme gestruikeld en ontluisterd

Architectuur

In deze serie over ‘betrokkenheid’ zal ik in een aantal korte bijdragen toewerken naar conclusies die van belang kunnen zijn voor de opgave van deze tijd, waarin gevraagd wordt duurzaam te ontwerpen voor betrokken gebruikers. Voor de haastige lezer, deze conclusies zijn ook te lezen in mijn proefschrift, getiteld ‘Betrokkenheid’ (Zie http://repository.tudelft.nl )

Over betrokkenheid – Modernisme gestruikeld en ontluisterd

Wat nu?

Nadat we het technocratische modernisme de rug toekeerden, hebben we de oplossing gezocht in participatie. Toen dit niet genoeg op leek te leveren verlieten we ons op postmodernistische professionals, die ons naar een nerveus makend gebrek aan betekenis leidden. Wat rest ons? Er was nog een benadering die het modernisme afwees: het deconstructivisme. Hier geen ironie maar strijdvaardigheid!

Struikelen

De deconstructivisten waren, net als de postmodernisten, gemotiveerd door de post-structuralistische filosofie die vertoogde dat alles in de wereld naar alles kon verwijzen en dat de wereld dus op talloze manieren kon worden ‘gelezen’. Hierdoor kon alles wat logisch en ‘waar’ leek te zijn worden ontkracht, ‘gedeconstrueerd’. Deconstructivistische architecten keken op deze manier naar de modernistische architectuur, en zo zagen zij dat modernisten ten onrechte hadden gedaan of hun ontwerpen maar op één manier te begrijpen waren, namelijk als logische, functionele eenheden. Dit was gemakkelijk te ‘deconstrueren’ door onderscheid te maken tussen de verschillende soorten van functionaliteit: die van de plattegrond, die van de constructie en de die van het bouwproces. Daar komt nog het streven van de modernistische architect bij, om dit alles te vatten in een abstracte compositie. De tegenstrijdigheden tussen al deze invalshoeken, deze verdoezelen, dat is pure misleiding! Laat ze liever zien!

Zo konden de deconstructivisten het ideeëngoed van de modernisten over de eigen benen laten struikelen. Pogingen deze struikeling zichtbaar te maken heeft een groot aantal spectaculaire gebouwen opgeleverd. Een belevenis.

Blog Flip Krabbendam

Grootschalig niks

Ontluisterd

Het supermodernisme is zo genoemd door Marc Augé, die hiermee doelde op grootschalige winkelcentra, stationshallen, luchthavens of hotels, gebouwen of complexen. Hij beschreef deze als ‘non-lieux’, plaatsen waar ‘niks’ is.

Hij beschrijft een modernisme waar functies niet meer worden verbeeld door geometrische composities. Maar er is nog iets: Augé verlegt de aandacht naar de beleving, en vreemd genoeg is dat de beleving van ‘niks’. En hij veroordeelt dit niet, integendeel, hij ziet juist een wereldwijde toekomst in zo’n ontluisterd modernisme. De vraag is natuurlijk of Augé net zo denkt over zijn dagelijkse maaltijden en de daarbij geserveerde wijn.

Brokstukken of niksigheid

Het deconstructivisme heeft het modernisme over de eigen benen laten struikelen, een spektakel, maar de brokstukken die overblijven, wat hebben deze verder voor belevingswaarde? Als je je dagelijks omringd wil zien door de brokstukken van je vijand, dan moet je wel toekomstloos boos zijn.

Het supermodernisme van Augé en de beleving van niksigheid zou een aanzet kunnen zijn om, in navolging van de Parijse Situationisten, ‘dérives’ te organiseren, dwaaltochten door ‘plaatsen van niks’, op zoek naar onverwachte kwaliteiten, op onverwachte plaatsen, die interessant kunnen zijn voor de beleving. Maar ja, Situationisten, kom daar nu nog maar eens om!

We zullen het zoeken moeten voortzetten.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels