blog

Echte participatie

Architectuur

Philip Krabbendam bekijkt in zijn blog de conjunctuur van participatie: van de opkomst in de jaren zeventig van de vorige eeuw en de ontwerpers die zich hierop stortten tot de huidige betekenis van de term.

Echte participatie

Hou je niet van modernistische architectuur? Dan ben je ouderwets, sorry. Deze houding veranderde toen we na de wederopbouwperiode meer vrije tijd kregen. Functionaliteit verloor haar glans, toen in de jaren zestig het idee groeide dat machines steeds meer werk zouden gaan doen. Bevrijd van een zinloos functioneren op het ritme van het productieapparaat, zou het leven een belevenis kunnen worden. Maar dan zouden steden een totaal andere aanblik moeten krijgen. De Situationisten in Parijs fantaseerden over structuren die over oude steden en over het landschap heen zouden reiken. Hier geen functies, maar omzwervingen, onverwachte ontmoetingen en avontuur. Eén van de Situationisten, de Nederlander Constant Nieuwenhuys, maakte een serie ontwerpen voor zo’n structuur, die hij ‘Nieuw Babylon’ noemde.

 

Toverwoord

Er was een nieuw toekomstbeeld ontstaan, waardoor het modernisme, ondanks de naam, ouderwets was geworden. Leven en beleven stonden nu voorop, maar daarvoor moesten we ons wel bevrijden van de drukkende en alom aanwezige functionaliteit, van de technocratie. Het toverwoord was ‘participatie’, het recht om mee te beslissen over de eigen woon- en leefomstandigheden.

Even voor de duidelijkheid: ’participatie’ betekent in onze tijd dat mensen gratis de klusjes opknappen die de ‘onzichtbare hand’ heeft laten vallen. Dat is heel iets anders dan de toenmalige ‘echte participatie’, waar het ging om beslissingsrecht.

Zelfbouw

Er waren mensen die niet wilden wachten op de komende bevrijding. Zij vestigden zich in ‘drop out cities’ en zij waren de laatsten om een beroep te doen op een architect. Liever bedachten en bouwden zij hun eigen onderkomens, waar het leven een belevenis kon worden, ongehinderd door technocratische vormen.

 
Een ‘waterhuis’ in Christiania (Kopenhagen) in de zeventiger jaren.

Casco’s

Architectuur mocht dan door het modernisme een slechte naam hebben gekregen, toch waren er architecten die nadachten over hoe bewoners konden beslissen over de eigen woonomstandigheden. Eén van de ideeën was de ‘cascobouw’, waarbij een aannemer een draagstructuur bouwde die nog vele keuzen open liet. Bewoners konden dit casco dan naar eigen inzichten afbouwen. Maar zo bracht participatie wel veel werk met zich mee…

Minder bewerkelijk was het idee van John Habraken, die voorstelde om voor de invulling van het casco, de ‘drager’, een grote variatie aan standaardelementen te fabriceren, niet alleen kasten en wanden, maar ook trappen, keukens, ramen en deuren. Bewoners konden hieruit naar eigen smaak een ‘inbouwpakket’ samenstellen waarvan de delen door een uitgekiende maatvoering altijd aan elkaar en in de drager zouden passen.

 

Drager en inbouwpakket

Maar bood dit systeem nu wel de beleving die men verlangde? Was participatie nu niet te veel een voorgeprogrammeerde invuloefening geworden?!

Uit met de pret

Eind jaren zeventig ontstond er twijfel. Wat had participatie nu eigenlijk opgeleverd? Er was een nieuwe eenvormigheid ontstaan. Bij woningen en ook in de woonomgeving: overal zag je woonerven, afdakjes en spoorbielzen. Was dit nu een omgeving die van het leven een belevenis kon maken? In Nederland gooide Carel Weeber de knuppel in het hoenderhok toen hij opriep om professionele vormgevers weer het werk te laten doen. En in plaats van dat participatiemethoden aan een onderzoek werden onderworpen, en ontwikkeld, werd het roer omgegooid. Een nieuwe generatie architecten en stedebouwers kreeg de kans.

 

10 mei 2014 / 11:22 uur / Philip Krabbendam

Beste Bas

Dank voor je reactie. Begrijpelijk dat je uit deze blog niet kunt opmaken wat mijn idee over participatie is. Ik zal het bij mijn volgende blogs vermelden: het gaat hier om een serie waarin ik, chronologisch, een paar architectuurbenaderingen langs ga, om daar conclusies uit te trekken voor de huidige architectuuropgave. Bovenstaande aflevering is dus een stapje op weg daarheen. In de volgende bijdrage zal ik een bliksembezoek brengen aan het postmodernisme.

De conclusies waar ik naar op weg ben kun je ook lezen in m’n promotieonderzoek, zie: mijn Master thesis Household waste: Developing a product/service for households to reduce, reuse or recycle their waste die je terug kunt vinden op repository.tudelft.nl

Ik hoop dat je de volgende bijdragen met plezier zult lezen.

Vriendelijke groet,

Philip Krabbendam

 

8 mei 2014 / 19:16 uur / Bas Liesker

Hallo Philip,

Overdrijven in 500 woorden kan nuttig zijn om een mening scherp neer te zetten en daarmee een goed debat uit te lokken.

Maar na het lezen van je blog kom ik er niet achter welk punt je wilt maken en welke mening jij over participatie hebt.

In veel projecten van ons bureau passen we verschillende participatiemethoden toe. Waarbij we ons laten inspireren door inzichten en ideeën van gebruikers waar we zelf nog niet aan gedacht hadden.

Ik was dus echt nieuwsgierig naar nieuwe kennis over participatie toen ik de titel van je blog ‘Echte participatie’ las.

Wil je daar de volgende 500 woorden aan wijden?

Met vriendelijke groet,

Bas Liesker

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels