blog

Traditie, de hete aardappel in de Nederlandse architectuur

Architectuur

Vorige week werd in de Rozet te Arnhem het nieuwe Jaarboek gepresenteerd. De huidige redactie, bestaande uit Tom Avermaete, Hans van der Heijden, Edwin Oostmeijer en Linda Vlassenrood, die vier jaarboeken mag maken, beschouwde deze gelegenheid als een mooi moment om een tussenstand op te maken.

Traditie, de hete aardappel in de Nederlandse architectuur

Blijmoedig trap ik eerst een open deur in. Na ongeveer 900 projecten te hebben bekeken, is onze belangrijkste bevinding dat in Nederland hard en geconcentreerd aan de architectuur werd gewerkt. Dat kan niet genoeg benadrukt worden. Architectuur leeft in ons land. De tweede bevinding is dat Nederland na de euforie over wat ik maar even aanduid als de Superdutch architectuur -u begrijpt vast wat ik daarmee bedoel- een heel gewoon Europees land is geworden. Er is geen dominante ontwerpbenadering meer. Op zoek naar best practice zagen wij een afspiegeling van de bouwproductie die nauwelijks afwijkt van het buitenland.

Architectuur van grote bouwstromen

Wij vonden de big icons, de wethoudersarchitectuur die voorspoed, zelfvertrouwen en progressie verbeeldt. Wij zagen de small icons, de soms wat verwaterde versies van de bekende voorbeelden. Die individuele woonhuizen die door architecten worden ontworpen getuigen van de eigenzinnigheid van hun opdrachtgevers. Er zijn kleine opgaven met veel artistieke ruimte, die dan ook terstond is benut.

Uniciteit staat bij al deze opgaven voorop, maar dat ligt volkomen anders in de grote bouwstromen, de architectuur van de werkplek, de woning, het klaslokaal, de infrastructuur. Daar is het niet anders dan dat de architect zich uiteenzet met de conventies van het bouwen en het wonen. Met het wegvallen van beleidsmatige kaders en stedebouwkundige sturing zijn de Nederlandse architecten, net als in de ons omringende landen, op zichzelf aangewezen. Zij zijn uit hun comfortzone gehaald en verdienen hun meerwaarde per project.

Bij complexe, publieke gebouwen bedienen zij zich vaak van het internationaal gangbare modernisme. De wendbare taal van dat modernisme komt van pas bij de bewerking van beweeglijke programma’s en het onderbrengen van de steeds complexer wordende installatietechnieken in een gebouw. Vooral in de woningbouw, vanouds de arena van de vernieuwing van de architectuur, vond onze redactie een heroriëntatie op oude ontwerptechnieken en architectonische motieven. Stilzwijgend is het zadeldak terug van weggeweest.

Zichtbare traditie

Dat brengt ons op de derde constatering. De traditie waarin architecten zich bewegen wordt zichtbaar in hun werk. De baksteen ligt niet meer zwaar op de maag. Er liggen weer dakpannen op het dak. Het gebouw waar we nu zijn vonden wij een van de allermooiste gebouwen van de afgelopen twee jaar. Kijk om u heen en u ziet ornamenten. U ziet nadrukkelijk getoond vakmanschap in het timmerwerk en de prefabricage van het beton. U ervaart de wil om het gebouw te verankeren in het weefsel van de stad Arnhem. U ziet een publiek interieur dat speelt met de conventies van openbaarheid in gebouwen. Dit leek ons een gebouw dat ondanks alle terechte monumentaliteit niet zozeer bedacht is als een icoon, maar als een bouwwerk dat die reputatie in de loop der tijd wil verdienen.

Oude gewoonten worden niet herkend

Toch lijkt ‘traditie’ wel een vies woord. Het is de hete aardappel van de Nederlandse ontwerpwereld. Begrippen als ‘context’, ‘continuïteit’, ‘code’ of zelfs ‘conventie’ zijn blijkbaar minder beladen. Het zijn noties die de afgelopen decennia dicht bij elkaar zijn komen te liggen. De heroriëntatie waar ik het zojuist over had gaat bepaald niet vergezeld van expliciete stellingnamen door architecten. Die heroriëntatie wordt zo nauwelijks in debat gebracht. En daarin wijkt de Nederlandse architectuur scherp af van andere Europese landen.

Het woord traditie is in Europa zo langzamerhand bevrijd van de negatieve connotaties. Het wordt gebruikt in de feitelijke betekenis volgens het woordenboek, namelijk ‘de oude gewoonte van een grote groep mensen.’ Zo’n klinische houding, die bijvoorbeeld ook in het industrial product design gemeengoed is, neemt de Nederlandse ontwerpwereld (nog) niet aan. De posities lijken nog altijd bepaald door het totaal achterhaalde schema van vernieuwing en modernisme aan de ene kant en conformisme en traditionalisme aan de andere.

Vaak hoor je dat Rem Koolhaas de kampioen van de Nederlandse architectuur is. Anderzijds valt zo hier en daar te beluisteren dat de gebroeders Krier de architectonische beeldenstorm hebben gewonnen. Dat staat allemaal nog te bezien. Het blijkt in elk geval niet uit de gebouwen die onze redactie heeft bekeken. Bovendien is architectuur geen wedstrijd.

Traditie als energiek en progressief discours

De traditie als een verzwegen Nederlandse realiteit en als een geheime intellectuele onderstroom laat zich vergelijken met een recente gebeurtenis in Antwerpen. Bij de opening van de door Bovenbouw en Caruso St John Architects samengestelde groepstentoonstelling Pasticcio waren bijna duizend geïnteresseerden aanwezig. In het Antwerpse VAi werd geargumenteerd voor de continuïteit van de Europese architectuur.

Dat werd geïllustreerd met werk van architecten uit verschillende landen van uiteenlopende leeftijden – die aan steeds andere opgaven werken. Hun gedeelde besef was dat de traditie geen gesloten waardesysteem meer is, maar dat het een energiek en progressief discours is geworden, dat tegenwoordig over generaties en taalgrenzen heen gaat. Dat traditionalisme is alle sektarisme (en overigens ook de afkeer van het modernisme) al lang voorbij.

In Antwerpen werden verschillen gevierd, tot afgrijzen van nogal wat critici die niet goed wisten hoe zo’n veelkleurig en onbegrensd netwerk moet worden begrepen. VAi directeur Christoph Grafe had daar geen last van. Dankbaar greep hij het evenement aan om de eigenaardigheden van de Vlaamse tradities uit te leggen en het culturele belang van het architectonisch ontwerp stevig neer te zetten.

Stedelijke vernieuwing is nooit af

Als de Nederlandse ontwerpwereld de aansluiting met dit internationale discours heeft verloren is dat tot daar aan toe. Pijnlijker zou het zijn als architecten de praktische omgang met de ‘oude gewoonten van grote groepen’ verleerd hebben, want alleen al in de woningbouw liggen grote opgaven te wachten. Hoewel marktinitiatieven zijn gestagneerd, is de stedelijke vernieuwing nooit af. Steeds vaker lopen geldstromen via particuliere investeringen en energiebesparing programma’s.

Een omvangrijke verduurzaming operatie wordt over de bestaande woningvoorraad uitgerold. De eerste ‘nul-op-de-meter’ prototypes voor de particuliere woningverbetering in het kader van de verduurzaming, vooralsnog zonder noemenswaardige architectonische bemoeienis, zijn af. Onze Jaarboekredactie heeft ze gezien. Daar is werk aan de winkel!

De schraalheid van de stadsvernieuwingsgolf van de jaren 80 en 90 heeft laten zien wat er gebeurt wanneer bij deze processen de ‘oude gewoonten van een grote groep mensen’ worden genegeerd, als we het niet meer willen hebben over de maatschappelijk inbedding van de architectuur en de culturele dimensie van het ontwerp. Je zou toch aannemen dat het bij uitstek architecten zijn die daar oog voor hebben?

Je kunt alleen maar hopen dat architecten slagvaardig genoeg zijn om deze markt, die voorlopig door aannemers, energiebedrijven en duurzaamheid consultants gedomineerd wordt, te doorgronden, dat zij de dingen bij de naam noemen en op een assertieve manier verbanden leggen tussen de traditie en de vernieuwing van de stad? Of platter geformuleerd: wij gaan toch niet wéér meemaken dat met de beste bedoelingen immense aantallen woningen verplastict worden en achter dikke lagen kleurige isolatiematerialen verdwijnen?

Oproep aan de praktijk

Context, continuïteit, conventie, traditie… het zijn geen onderwerpen voor semantische salonspelletjes of gecultiveerde stijltegenstellingen meer. Hoe vitaal de Nederlandse ontwerppraktijk ook nog mag zijn: een productieve verhouding met de realiteit van ‘oude gewoonten van een grote groep mensen’ lijkt ons in deze barre economische tijden broodnodig.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels