blog

Hertzberger: bouw voort op wat je hebt

Architectuur

In Utrecht nadert Tivoli Vredenburg zijn voltooiing. Het was voor Willem en mij reden om af te reizen naar Amsterdam. Daar spraken we met Herman Hertzberger – still going strong” – over de ontwerpgeschiedenis van dit gebouw, over nut en nadeel van verticale gebouwen en over zijn rol in de totstandkoming van dit opmerkelijke verticale gebouw. Dit verhaal is straks te lezen in de Architect. Hoe denkt Herman over de huidige staat van architectuur?

Hertzberger: bouw voort op wat je hebt

Onvermijdelijk kwam de roep om nieuwe strategieën aan de orde. Dat we nu dingen anders moeten doen dan zeg tien jaar geleden, daar is Herman het helemaal mee eens. Kon je als architect tot 2008 nog inzetten op het gehele gebouw, tegenwoordig is dit volgens hem niet meer mogelijk. Uiteraard weerspiegelt dit het ontwerpproces van Tivoli-Vredenburg, waar Hertzberger met drie andere architecten te maken kreeg. In dit proces bedreef de architect dan ook eerder stedebouw als architectuur.

Muziekpaleis Utrecht 

Controle en autonomie

Maar volgens Hertzberger kun je dit veralgemeniseren. Als architect heb je tegenwoordig niet langer meer de controle over alle facetten van een gebouw. In de eerste plaats is het zo dat de mensen mondiger zijn geworden. Maar ook kennen de systemen die samenkomen in een gebouw, een grotere autonomie. Als voorbeeld noemt hij het vaste meubilair waarmee ze vroeger het interieur konden controleren. Dat is nu ondenkbaar.

Skelet met liggers

De laatste opdracht die Hertzberger heeft verworven is een middelbare school in Hengelo. Hertzberger: “We zagen direct dat het budget ontoereikend was voor nieuwbouw. Het gebouw had een interessant skelet met houten liggers. Daarin en daartussen kun je alles kwijt wat nodig is aan nieuwe leidingen en verlichting. We hebben dus geadviseerd de fundering en de constructie te laten staan en alleen een nieuw gevel en dak toe te voegen.”

Beestachtig zonde

Voortbouwen op wat je hebt ziet Hertzberger dan ook als de toekomst voor de architectuur. Op dit moment staan veel gebouwen leeg, maar het is beestachtig zonde die af te breken. Je kunt beter onderzoeken welke andere dingen je daar mee kunt doen.

Reken je rijk

Hij rekent het ons voor: “Bij iedere opgave gaat dertig procent van je budget op aan de constructie, en dertig procent aan techniek, zaken waar je geen verstand van hebt. Daarna houd je dertig procent over voor dat wat wij architectuur noemen. Van de resterende tien procent kun je leuke dingen doen. Dan is het snel duidelijk dat als je die dertig procent voor constructie kunt uitsparen, je een rijk mens bent. Je hoeft niet alles te bewaren maar als je de constructie en de fundering weet te behouden, ben je al een stuk verder.”

Slapen op een opklapbed

Vervolgens moet je de mensen duidelijk maken dat als ze net zijn getrouwd, ze zich niet direct een huis van honderd vierkante mater kunnen permitteren, aldus Hertzberger: “Als je dus niet huizen van 100, maar van 50 meter bouwt en als je dat doet in houtskelet, dan schiet dat op. Dit leidt tot een ander soort architectuur. Als ik nu op een school werkte, dan zou ik onderzoeken of we goede woningen kunnen bouwen voor de helft van het aantal vierkante meters. Vroeger sliep ik op een opklapbed. Maar er valt vast iets beters te verzinnen dan een opklapbed.”

Zien wat overblijft

In zijn zeer leesbare boek ‘How Music Works’ beschrijft David Byrne de begindagen van zijn band Talking Heads. Het doet sterk denken aan wat Herman vertelt. Als liveband zochten de bandleden naar de beste manier van optreden. In die tijd had je de keuze uit een overweldigend aantal grootse referenties, van David Bowie en Lou Reed tot Nils Lofgren. Maar wie zou je in godsnaam moeten nemen? Kun je ooit zo goed worden als hen? Ook artistiek gezien was het weinig bevredigend iemand na te gaan volgen. Daarom, zo schrijft Byrne, besloten we de grote voorbeelden te vermijden, uit ieder optreden zoveel mogelijk overbodige zaken te schrappen en te zien wat overbleef.

Clichérock vermijden

Dat de band geen geld had en zich niet veel kon veroorloven, speelde hierbij een grote rol. Maar ze opereerden ook vanuit het gevoel (nog) lang niet zo goed te zijn als hun voorgangers. Daarom speelden ze geen lange gitaarsolo’s, kregen clubeigenaren de opdracht om aan het begin van een concert alle lichten aan te zetten en aan het einde weer uit, en beperkte de lead zanger zich tot het aankondigen van de liedjes en besloot hij ieder applaus met een simpel “dank je wel”. Ook de teksten werden zo kaal mogelijk gehouden. Byrne wilde clichérock zinnen vermijden en ook woorden die je niet in het dagelijks taalgebruik tegenkomt, achterwege laten.

Iets doen met weinig geld

Herman kijkt hier niet vreemd van op. Hij is op dreef en wijst op de televisie en wat ze daar allemaal bijslepen voor een eenvoudige reportage. “Voor niets reizen cameraploegen naar het einde van de wereld. Op een bepaald moment zal daar een reactie op komen, zoals je slow food hebt in plaats van fast food. Mensen zullen er ongetwijfeld genoeg van krijgen en af willen kicken. Het zal de sport worden om uit te zoeken of we ook iets met weinig geld kunnen doen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels