blog

Deens architectuurbeleid wijst de weg

Architectuur

Afgaande op het Architectuurjaarboek dat binnenkort verschijnt, was afgelopen jaar wederom een topjaar in de Nederlandse architectuur. Maar schijn bedriegt. Met name in de sfeer van de condities waarmee de architectuur valt of staat, valt het nodige te verbeteren. Ook in dat opzicht hebben ze ons in een land als Denemarken al lang ingehaald.

Deens architectuurbeleid wijst de weg
Cultuurhuis Rozet, Arnhem, Neutelings Riedijk architecten

Afgelopen weekeinde las ik in PDF/formaat het nieuwe Architectuurjaarboek dat binnenkort in Arnhem wordt gepresenteerd. Omdat op de inhoud van het boek een embargo rust mag ik er nog niets over zeggen. De uitgever stuurde echter de cover niet op, maar gegeven het feit dat de presentatie wordt gehouden in de Rozet, kunnen we gevoeglijk aannemen dat dit gebouw in Arnhem van Neutelings Riedijk Architecten dit jaar op de omslag zal staan. Het zou terecht zijn, want de Rozet is een bijzonder sterk gebouw en neemt ook in het oeuvre van de architect een uitzonderlijke plaats in.

Vrouwenbenen

Eerder die week viel het jaarverslag van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie op de mat. Qua vormgeving en typografie is het jaarverslag een hoogstandje. Op een ingenieuze manier is het binnenste buiten gekeerd: de kaft vormt het hart van de publicatie. De buitenzijde toont twee modieus gehakte vrouwenbenen.Op pagina 5 kunnen we lezen dat deze schoenen, samen met de andere afgebeelde projecten, “opvallen door hun inhoudelijke en artistieke kwaliteit, maar ook door hun maatschappelijk en economisch draagvlak, publieksbereik, pluriformiteit en professionaliteit.” Ook “deze makers laten zien wat cultuursubsidie teweeg kan brengen”.

Alledaagse stad

Opvallend is dat terwijl de architectonische cultuur zich voor een deel noodgedwongen is gaan richten op de alledaagse stad, dit in het beleid van instituties als Stimuleringsfonds of Nieuwe Instituut nauwelijks zichtbaar is. De beleidsorganen en instituties lijken zich vooral te richten op de export van de top vijf van de zogenoemde ´Dutch Design´. Stimuleringsfonds en Nieuwe Instituut verzorgen op vrij effectieve wijze de aanvoerlijnen van deze export.

Middenveld

De alledaagse bouwcultuur in dit land is daar het kind van de rekening van. Je kunt je wel richten op  toparchitectuur, maar wat doe je voor het grote middenveld?

Kwaliteit

Dat het ook anders kan, bewijst het architectuurbeleid dat in Denemarken is ontwikkeld. Dit beleid richt zich op  participatie, op duurzaamheid en op het landelijke gebied.De nota die vorige week werd gepresenteerd heet simpel “Putting People First“. Ze heeft als doel de ervaring van burgers met architectuur en hun betrokkenheid in democratische processen te bevorderen. Ze laat zien hoe architectuur duurzaamheid en kwaliteit kan bevorderen, in gebouwde, sociale en culturele zin. Maar ze richt zich ook op kwaliteit, innovatie en internationalisering.

Jargon

Tussen de ene vijf procent en de overige 95 procent in de architectuur gaapt op dit moment een groot gaat. De architect uit de laatste 95 procent, de cultureel gerichte en ambachtelijk ingestelde beoefenaar van het vak, is in de beeldvorming afwezig. De instituten bedienen zich dan ook van een jargon dat ver afstaat van wat in de bedrijfstak aan problemen speelt. De ontwikkeling van de architectuur stagneert daardoor.

Traditie én toekomst

Alleen je richten op de alledaagse praktijk is echter niet voldoende. Ook nodig is inzicht in de veranderingen en de metamorfoses die deze veranderingen oproepen. Wat Denemarken laat zien is dat de architectuur aan belang kan winnen, als ze zich open stelt voor de traditie van de Europese stad én als ze visies ontwikkelt op de mobiliteit, op het energievraagstuk en de biodiversiteit en op het samenleven. Het lijken me doelstellingen die ook de instituties hier te lande voor hun rekening kunnen nemen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels