blog

Delftse lente

Architectuur

De faculteit bouwkunde van de TU Delft kent een roerige geschiedenis. 1969 is daar een onlosmakelijk onderdeel van. In dat jaar werd een radicaal democratisch besluitvormingssysteem ingevoerd, volgens het principe “One Man, One Vote”. Iedere docent, student en personeelslid kon tijdens de Algemene vergadering meepraten en meestemmen over het onderwijs . In 1972 werd dit omgevormd tot een systeem van evenredige vertegenwoordiging. In de afdelingsraad hadden alle drie groeperingen acht zetels. De algemene vergaderingen bleven echter bestaan.

Delftse lente

Deze bijeenkomsten vonden plaats in zaal A van het toenmalige faculteitsgebouw dat in 1969 in gebruik was genomen en dat gebouwd leek te zijn voor de democratisering. Als eerstejaarsstudent heb ik de algemene vergaderingen nog meegemaakt. Ik herinner me vooral het fascinerende theater dat ze opleverden. Een groeiende polarisatie begon zich af te tekenen tussen aan de ene kant Aldo van Eyck met zijn medestanders uit de hoek van Forum en aan de andere kant de studenten die namens de AAG in de afdelingsraad zaten.

Het studentenverzet had ook een sterke vakinhoudelijke component. Dit kwam al naar voren in het boek “De elite” dat studenten van Stylos in 1969 publiceerden. In dit pamflet werd stelling genomen tegen de zogenoemde kunstenaararchitecten. Architecten moesten zich niet bezig houden met gevels, maar de woningnood oplossen. Architecten moesten niet in dienst van de elite werken maar bouwen voor het algemene belang. Deze tegenstelling bleef het debat jarenlang beheersen.

Why Factory

1969 is het jaar waar in de Delftse geschiedenis voortdurend op wordt teruggegrepen. Het belang ervan is niet te herleiden tot alleen de ontevredenheid van de studenten. De betekenis ervan ligt vermoedelijk ook in feit dat in dat jaar van binnenuit radicaal werd gebroken met de toenmalige status quo in de architectuur. Vooral dat laatste zal destijds veel mensen hebben aangesproken.

De betekenis van 69 gaat zo uit boven wat in dat jaar is besloten. Ook nu, meer dan veertig jaar later, wordt nog steeds gepassioneerd teruggedacht aan en gedebatteerd over deze verschuiving. Aanstaande vrijdag gaat in de regie van Marleen van Dalen het door Rosa Stapel en Benjo Zwarteveen geschreven theaterstuk ‘Delftse lente‘ in première waarin de geschiedenis van deze revolutie wordt opgevoerd. Een dag, op zaterdag 1 maart 2014, later mag ik een discussie leiden over de betekenis van deze episode met Frits van Dongen, John Habraken, Kees Rijnboutt, Hans Ruijssenaars en Moshe Zwarts.

Bij mijn voorbereiding stuitte ik op een uitstekend artikel van Manon Schotman in B-nieuws, het roemruchte afdelingsblad van de faculteit. Max Risselada, een van de kopstukken van 69, zegt daarin dat de studenten van toen niet zo bezig waren met architectuur, maar de samenleving belangrijker vonden. De verbreding die daarvan het gevolg was, leidde volgens Risselada tot de versnippering van het onderwijs. “Binnen een vak verzorgen verschillende docenten een college en er is niemand die het verhaal samenvat of de regie houdt. Dat gebrek aan regie is in die tijd ontstaan.”

Schotman voert in haar artikel in B-nieuws ook Han Meyer op die in Delft tussen 1970 en 1978 bouwkunde studeerde. “Ik herinner me die tijd vooral als een heel optimistische tijd, waarin we het gevoel hadden voortdurende nieuwe ontdekkingen te doen, ons leven op een nieuwe manier te kunnen inrichten en de wereld te kunnen veranderen.” Met name Meyer verbaast zich over het feit, dat de huidige studenten niet zijn geïnteresseerd in het beïnvloeden en overnemen van de politieke macht van de universiteit.

Waarom dat zo is, ik zou het niet weten. De schijnbare ongeïnteresseerdheid van de huidige studenten voor organisatie en inspraak wordt vaak toegeschreven aan de grote tijdsdruk waarmee zij te kampen hebben. Daar valt wat voor te zeggen, maar verklaar dit alles? De grote betrokkenheid van studenten in 69 had immers behalve met democratisering, ook te maken met de architectuur en de mogelijke rol (of toegevoegde waarde) van de architect in het maatschappelijke proces. Een mogelijke verklaring is daarmee ook dat het disciplinaire project op de faculteit te veel op de achtergrond is geraakt. Zo valt van 69 ook nu nog veel te leren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels