blog

Schuivende panelen in de architectuur

Architectuur

Er is grote zorg en verwarring in zowel Nederland als Vlaanderen over de positie van de architectuur. Het belang dat gehecht wordt aan ruimtelijke kwalteit lijkt tanende. Dat bleek tijdens de dialoog, geleid door Harm Tilman, hoofdredacteur van De Architect, tussen Vlaams bouwmeester Peter Swinnen en Jeroen van Schooten, architect van Team V tijdens de grande finale van het programma Belgische contrasten op 3 december jl. Hoe hebben architecten hun de positie zo kunnen verliezen? En hebben ze dat misschien aan zichzelf te wijten? Hoe is het tij te keren?

Schuivende panelen in de architectuur

Wat is er aan de hand? In juli van dit jaar werd bekend dat Peter Swinnen per 2015 stopt als Vlaams Bouwmeester. Gefluisterd wordt dat dit is vanwege zijn te kritische geluid. Hij wordt vervangen door een college van vijf deeltijdexperts met een tijdelijk mandaat. In Nederland wordt nog fundamenteler gezaagd aan de poten van instellingen die ruimtelijke kwaliteit in het vaandel dragen: welstand is en wordt in talloze gemeente afgeschaft; in diverse steden is of wordt het ambt van stadsbouwmeester geminimaliseerd en medio november trad plotseling rijksbouwmeester Frits van Dongen af.

Kwaliteitstoets als hinder

Swinnen: ‘Wij hebben het model van Rijksbouwmeester met een aantal Franse slagen van Nederland gekopieerd. Het dateert bij jullie al van de 19de eeuw. In Vlaanderen kennen we het instituut pas sinds 1999. Het mandaat van de Vlaams bouwmeester was van meet af aan onduidelijk. De invulling van het ambt is zeer afhankelijk van de persoon. Je moet idealist zijn, maar hoe idealistischer je bent, hoe lastiger je gevonden wordt. Het instituut krijgt weinig credits. Het is schokkend dat een kwaliteitstoets door alle lagen en departementen heen alleen als hinder wordt gezien. Een centrale toetsing is nodig, maar de nood wordt niet ingezien.”

Grand Finale over de Vlaamse Bouwmeester 

Ambt van Rijksbouwmeester

We kunnen constateren dat zowel in Vlaanderen als in Nederland een merkwaardige dubbelhartigheid in de functie zit ingebakken. Van Schooten (ooit benaderd voor de functie van Rijksbouwmeester): ‘In Nederland ligt het in dezelfde lijn. Het is de tijdgeest. Ruimtelijke kwaliteit staat onder druk. Als je kijkt naar het ambt van Rijksbouwmeester, kun je je afvragen of de functie opnieuw in te vullen is. Wie wil het nog? Het is een eervolle functie die nauwelijks te vervullen is: je moet het ambt in drie dagen vervullen en daarnaast moet je als architect actief zijn, om stevig met je voeten in de praktijk te staan en voeling te hebben met die praktijk. Voor mij is dat een onmogelijkheid. Ik kijk dan ook wel uit!’.

Herstel architectenbranche zet niet door

Deze week verscheen, vanuit de BNA, de stand van zaken over de architectenbranche. De aanhef bood weinig reden tot vreugde: ‘Voorzichtig herstel architectenbranche zet niet door’. Het kleine beetje herstel is er vooral vanuit particulieren. Ook het bedrijfsleven investeert iets meer. Maar projectontwikkelaars en corporaties keren vooralsnog niet terug. Grote projecten blijven moeizaam gefinancierd.

Sfeer van survival

Tilman aan Swinnen: ‘De Vlaamse architecten lijken te blaken van zelfvertrouwen. Tegelijkertijd bespeur ik bij hen de nodige meewarigheid over ons hier in Nederland. Maar wat hier gebeurt kan bij jullie ook’. Swinnen: ‘Omgekeerd hebben we in jullie goede tijden, vanuit Vlaanderen, met scheve ogen naar Nederland gekeken. In Vlaanderen zijn de opdrachtgevers vanuit de traditie voor negentig procent privaat. De positie van de Vlaamse architect zat altijd in de survival sfeer. Ten opzichte van niks maken wij een kleine groei door of we blijven stabiel, maar het is zeer relatief.’

Kaf onder het koren

Van Schooten: ‘Nogal wat architecten hadden in die zogenoemde goede tijd weinig toegevoegde waarde, daar moeten we ook eerlijk over zijn. Er was het nodige kaf onder het koren. Swinnen: ‘En het is ook de vraag of jullie elkaar in die goede tijden niet te veel schouderklopjes hebben gegeven’.

Sector moet opstaan

Kan de sector meer doen om zijn eigen positie te verbeteren en het tij te keren, vroeg Tilman? Is er licht aan de horizon? Swinnen: ‘Zeker. De architectensector moet zich verenigen, de collectiviteit moet het doen: alles en iedereen, commercieel, plat, goed en minder goed, moet aandacht vragen voor het belang van ruimtelijke kwaliteit en wijzen op de misstanden in de sector: daar waar het gaat om kansen krijgen in relatie tot het aanbestedingsbeleid, maar ook wat betreft arbeidsvoorwaarden, minimumloon en scholing. De tijd is anders, maar niet hopeloos. Zie het als bolletjes die in de grond zitten: als de omstandigheden verbeteren, komen ze weer tot bloei.’

Harde landing

Wat kunnen we concluderen uit deze dialoog? De architectenbranche in Nederland is hard geland na een periode van gouden jaren. Dat de branche juist in Nederland een diepe val maakte heeft een oorzaak: de grote groei die Nederland vanaf de jaren negentig kende, kwam vanuit de grote institutionele opdrachtgevers, ontwikkelaars die vooral geldgedreven opereerden. Toen voldoende kon worden verdiend, hadden architecten een riante positie. In die tijd heeft de architect zichzelf op het schild gehesen.

Overbodige luxe

Nu de economie in het slop zit en sterk op kosten wordt gestuurd, is esthetiek al snel een overbodige luxe die dient te sneuvelen. Er is een abrupt einde gekomen aan de comfortabele ivoren torens waarin een hele generatie architecten meende te zitten. Deze generatie heeft zwaar moeten incasseren. In de slipstream van de neergang zijn instituten die gaan over ruimtelijke kwaliteit meegegaan. Ook die waren te duur of politiek gezien te lastig.

Nieuwe generaties

Interessant is dat nieuwe generaties architecten, die net van de opleiding af komen en de oude praktijk niet kennen, gewoon dealen met de huidige tijd. De jonge generatie die de Architect portretteerde in haar oktobernummer, zegt gewoon niet beter te weten. Er is weinig werk, dus dat initiëren ze zelf. Ze zijn als ware ondernemers op zoek naar nieuwe mogelijkheden om ontwerpvaardigheden in te zetten. Ze richten zich op kleinschaliger projecten, op de terreinen van transformaties, renovatie, hergebruik, herontwikkeling, verbetering en verduurzaming. Het zijn relatief nieuwe begrippen en door hun gelaagdheid vaak ook interessante opgaven. De survival die Vlaanderen al kende, is inmiddels volop praktijk in Nederland en zal nog enige tijd doorzetten.

Vernieuwing toetsstenen

Zorg blijft wel wie let op het grotere geheel en wie de kwaliteit van het totaal van ontwikkelingen kan toetsen. Dit vraagt om een vernieuwing van de instituten, nieuwe toetsstenen, toetsmomenten en daarbij een goede verbinding met alle disciplines die ruimtelijke impact hebben. En dat zijn er vele, zo niet alle.

De Grande Finale FASadE van het programma Belgische contrasten vond plaats op 3 december 2014 in Amersfoort

Actie abonnement de Architect

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels