blog

Over betrokkenheid – de toon zetten met Einstein

Architectuur

Eerder stelde ik voor om functionaliteit en beleving als verschillende vormen van betrokkenheid ook in verschillende domeinen onder te brengen. Vormgevers lijken daar een natuurlijke weerstand tegen te hebben. Zij ontwerpen graag in één handschrift. Hoeveel scooters je ook laat zien. Daarom is deze aflevering ga gevaarlijk, ik ga namelijk beweren dat functionaliteit toch samengaat met beleving, met een verholen beleving. Een voorbeeld: de toren van de Constructivist Tatlin, ontworpen in 1920, voor de bijeenkomst van de communistische ‘Derde Internationale’.


Model van de toren van Tatlin. Die verwijst naar het avontuur van de bevrijding van de arbeid! Een belevenis…

De toren is geconstrueerd als een industrieel object, als een brug of een hijskraan. Constructivisten vonden namelijk, met Marx, dat arbeid en industrie essentieel waren voor het bestaan van de mens. Maar is de toren echt zo industrieel? En dus functioneel? De toren ziet er wel erg dynamisch uit.

Een dynamiek die in de werkelijkheid nog versterkt zou moeten worden door de draaiing van de geometrische vergaderruimten en kantoren in het centrum van de toren, en niet te vergeten door speciaal uitgeruste auto’s, die vanuit garages onder de toren zouden uitzwermen over het land met revolutionaire oproepen, proclamaties en pamfletten. Agitprop. De dynamiek geeft deze industriële toren een sfeer mee van het avontuur dat meekomt, niet alleen aan de bevrijding maar ook aan het leven van de arbeider daarna. De functionaliteit van deze toren gaat dus gepaard met een belevenis.

Modernisten en de wetenschap

Ook het Modernisme wilde functioneel zijn. Maar zij refereerde niet aan arbeid, industrie en avontuur. Zij wilden hun architectuur verbinden met de objectiviteit van de wetenschap en met de vooruitgang die deze beloofde. Daarom maakten zij, net als in de wetenschap, gebruik van abstracties. Van Doesburg probeerde zelfs, in 1924, een verband te leggen tussen abstracte vlakken die elkaar doorsnijden en het ‘ruimte-tijd-continuüm’ van Einstein!


Construction in Space-Time II, Theo van Doesburg, 1924

Toonzetting

De bewering dat de abstracties van het Modernisme iets met de beleving te maken zou hebben, kan door ouderwetse Modernisten als kritiek kunnen worden ervaren. Maar elke vorm kan nu eenmaal ook beleefd worden, of je wilt of niet. De vraag is dus niet hoe je daar vanaf kunt komen, maar hoe je er gebruik van kunt maken. De beleving kan namelijk als ‘toonzetting’ de functionaliteit verhelderen. Zoals de gedachte aan avontuur en actie die het gebruik van constructivistische ontwerpen verheldert, terwijl de associatie met wetenschap en vooruitgang de modernistische functionaliteit toelicht.

Andere voorbeelden: een tank ziet er door de hoekige vormgeving dreigend uit, dit is een toonzetting die verwijst naar het gebruik op het strijdtoneel. Of het rood van de brandweer dat associaties wekt met vuur en gevaar. Of de verwijzingen naar klassieke architectuur en de toepassing van eeuwige materialen bij banken, een toonzetting die bedoeld is om vertrouwen te wekken en banken voor te stellen als stabiele en betrouwbare culturele monumenten.


De rode kleur: vuur en gevaar

Maar let op

De toonzetting moet echter wel op de achtergrond blijven, en ongemerkt op ons in kunnen werken terwijl we ons met de functie bezig houden. Als de toonzetting zich op de voorgrond dringt, kan deze juist afdoen aan de functionaliteit in plaats van deze te ondersteunen. Zo verweet van den Broek zojn collega Rietveld dat zijn abstracte vormgeving als resultaat had ‘dat de waarde dezer woningen als gebruiksobject volkomen is ondergegaan in de idee eener primitieve, beter een door-uitersten-eenvoud-uiterst-klaren woonvorm’.

 
Rietveld

Huiswerk

Bedenk een toonzetting voor een functionele keuken die verwijst naar het bereiden van voedsel dat smaakt. Denk hierbij vol afgrijzen aan de industriële keukens die je aantreft in hotels of restaurants. Of in modieuze woningen. Denk aan een toonzetting van vormen, kleuren en materialen die de werking van de keuken verheldert, onopvallend maar doeltreffend, namelijk het bereiden van heerlijke gerechten.


De toonzetting van de ‘Frankfurter Küche’ van Grete Schotte-Lyhotsky uit 1925. Wat vinden we daarvan? Kun je hier ‘lekker’ koken?

In deze serie over ‘betrokkenheid’ werk ik in 20 korte bijdragen toe, naar aanbevelingen die van belang zijn voor de opgave van deze tijd, waarin gevraagd wordt duurzaam te ontwerpen voor betrokken gebruikers. Voor de haastige lezer, deze aanbevelingen zijn ook te lezen op mijn website en in mijn proefschrift, getiteld ‘Betrokkenheid’.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels