blog

Over betrokkenheid – En de stad… ook als een scooter

Architectuur

In een vorige aflevering zagen we het ‘Driehoekshuis’ waar functionele en op de beleving gerichte domeinen waren onderscheiden, naar het voorbeeld van de scooter. Hoe zou zo’n onderscheid er uit kunnen zien in de stedenbouw?

In de stedenbouw worden functionele elementen traditiegetrouw weggewerkt. Toen de Londense Underground in de negentiende eeuw nog met stoomtractie werkte moest men veel rook en stoom weg ventileren. Hiervoor werden grote openingen naar de bovenliggende stad gemaakt. Maar deze functionele reuzenschoorstenen wilde men niet zien en dus werden ze verborgen achter loze gevels, met blinde ramen en deuren.

  

Achter de bomen de loze gevels in Leinster Gardens, Londen.

Wonen, werken, verkeer en recreatie

Nu hebben de modernisten hebben, met Le Corbusier voorop, ge-ijvert voor een scheiding van wonen, werken, verkeer en recreatie. Een idee dat de kans bood om de functionaliteit van kantoren, bedrijven en fabrieken (en schoorstenen van de Underground) te onderscheiden van de belevingswaarde van wonen en recreatie. Ware het niet dat de modernisten maar over één soort vormgeving beschikten, waarin alles functioneel werd geïnterpreteerd, ook het wonen en recreatie …

Dankzij en ondanks de modernisten

Toch kunnen we in de stedenbouw iets ervaren van het onderscheid tussen een functionele en een op de beleving gerichte betrokkenheid. Er zijn oude binnensteden waar de beleving voorop staat en kantorenparken, terreinen voor bedrijven en industrieterreinen waar de functionaliteit overheerst. Dankzij het voorstel van de modernisten om het werk in aparte gebieden onder te brengen, en ondanks diezelfde modernisten waar zij voorstelden om oude en onfunctionele binnensteden af te breken en te vervangen door modernistische versies daarvan. Zoals het ‘Plan Voisin’ van Le Corbusier uit 1925, waarvoor een groot deel van het oude en belevenswaardige Parijs zou moeten worden afgebroken.

Voor het ‘Plan Voisin’ van Le Corbusier zou een groot deel van de oude binnenstad van Parijs moeten worden afgebroken.

Functies genoeg

Er is dus onderscheid tussen functionele- en belevingsdomeinen, maar omdat de terreinen voor kantoren, bedrijven en fabrieken vaak ver van woonwijken verwijderd liggen, lijkt het er toch op dat deze op traditionele wijze zijn weggewerkt. Toch zijn er tegenwoordig heel wat functies die in de woonomgeving zichtbaar kunnen worden gemaakt. Zoals buurtkantoren voor thuiswerkers en ZZP-ers, of buurtwerkplaatsen voor de reparatie van huishoudelijke apparaten, fietsen, brommers, tenten, rubberboten, speelgoed etc. Of magazijnen voor bouwmaterialen die hergebruikt kunnen worden.

  

Stadslandbouw, een verleidelijk functioneel domein.

Voor de waterhuishouding helofytenfilters en voor de opwekking van energie zonnepanelen, windmolens of turby’s. En wat te denken van stadslandbouw, goed voor een verleidelijk functioneel domein met kassen, moestuinen en schuren.

Allemaal functies die, net als in het ‘Driehoekshuis’, aan betekenis winnen als zij verbonden worden met de belevingsdomeinen die ze bedienen: de buurt, de wijk of de stad.

In deze serie over ‘betrokkenheid’ werk ik in een aantal korte bijdragen toe naar aanbevelingen die van belang zijn voor de opgave van deze tijd, waarin gevraagd wordt duurzaam te ontwerpen voor betrokken gebruikers. Voor de haastige lezer, deze aanbevelingen zijn ook te lezen op mijn website en in mijn proefschrift, getiteld ‘Betrokkenheid’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels